Winkels in de 18de eeuw

Tot nog toe is het historisch onderzoek naar de detailhandel vooral toegespitst op de laatste twee eeuwen. Toen verschenen de eerste moderne grootwinkelbedrijven, luxueuze warenhuizen en modepaleizen in de Europese steden. Vóór 1800 zouden er volgens sommige geschiedvorsers niet eens echte winkels hebben bestaan. Sociaal-economisch historicus Clé Lesger bewijst het tegendeel in een mooie studie naar het 'locatiegedrag' van het 18de-eeuwse Amsterdamse winkelbedrijf. Mede aan de hand van belastingopgaven onderzocht Lesger waar in Amsterdam de meeste winkels waren.
Het hart van de stedelijke detailhandel lag langs de Amstel: het bekende cluster Nieuwendijk, Kalverstraat, Damrak-Rokin en de Warmoesstraat-Nes. In dit goed bereikbare, middeleeuwse stadscentrum waren vooral duurzame consumptiegoederen verkrijgbaar. Zo telde de Nieuwendijk maar liefst 80 stoffenwinkels en 22 zaken met aanverwante artikelen als hoeden, kant en kousen. Kledingzaken zoals wij die nu kennen, bestonden nog nauwelijks. Voor boeken of kaarten gingen 18de-eeuwers naar Rokin of Kalverstraat, voor verf en houtwaren naar het Damrak.
Door die winkelconcentratie konden consumenten eenvoudig producten vinden en vergelijken op prijs, kwaliteit en uiterlijk. De winkeliers in de radiaalstraten verkochten minder duurzame goederen en meer dagelijkse benodigdheden. Dat gold ook voor de chique grachtengordel, waar natuurlijk de best verdienende banketbakker van de stad zat. Gewone bakkers zaten overal verspreid door Amsterdam. Ook zogenoemde 'komenijhouders' - levensmiddelenwinkeliers die onder meer spek en bonen verkochten - zaten dichtbij hun klanten. Naast de zaken in het centrum en de radiaalstraten waren er groepjes winkeliers in de Jordaan en op het Kattenburgerplein. Bij de Noordermarkt en Nieuwmarkt profiteerden beddenverkopers van het vele publiek van de weekmarkten.
Behalve met slagers, die slechts in één van de zeven vleeshallen mochten verkopen, bemoeiden stadsbestuur en gilden zich niet met het locatiegedrag van winkeliers. Wel speelde de omvang en sociaalruimtelijke structuur van de stad een rol bij vestiging, zoals de markten en de ligging van minder welgestelde wijken in de stedelijke periferie. Daarmee wijken de 18de-eeuwse Amsterdamse vestigingspatronen niet af van die van het moderne winkelbedrijf.

Clé Lesger, De locatie van het Amsterdamse winkelbedrijf in de achttiende eeuw, Tijdschrift voor Sociale en Economische Geschiedenis 4 (2007), nr. 4, p. 35-70.

Maarten Hell

April 2008

Delen:

Gerelateerd

Van onderen! Hijsbalken kenmerken Amsterdam
Van onderen! Hijsbalken kenmerken Amsterdam
Archief 17 juni 2021
Vernieuwbouwen bij de Amsterdamse Ruyschstraat
Vernieuwbouwen bij de Amsterdamse Ruyschstraat
Archief 17 juni 2021
Ons Amsterdam verhuist!
Ons Amsterdam verhuist!
Actueel 17 juni 2021