Wie was de beste burgemeester?

Historici: Wim Polak beste Amsterdamse burgemeester 20ste eeuw

Onder de deskundigen gaan duidelijk de meeste stemmen naar Wim Polak (in functie van 1977 tot 1983). Een citaat van Willem van Bennekom (oud-rechter en huidig voorzitter van het Genootschap Amstelodamum) vat de reden van die uitverkiezing goed samen: “Hij heeft in een moeilijke tijd de stad op een integere koers gehouden.”

Op de tweede plaats eindigt verrassend de progressief-liberale Jan Willem Tellegen (burgemeester van 1915 tot 1921; hij zette zich in voor sociale woningbouw, voedseldistributie tijdens de Eerste Wereldoorlog en de stadsuitbreiding) en op nummer 3 staat de eerder zo verguisde Gijs van Hall (burgemeester van 1957 tot 1966; maakte o.a. de bouw van de IJtunnel en de Bijlmer mogelijk; werd onelegant aan de kant gezet).

Bij de 80-plussers die we interviewden is Arnold d’Ailly (1946-1956) nog altijd het populairst. Hij had niet die regenteske stijl van zijn voorgangers, was toegankelijk en ongedwongen; liet zelfs soms de dienstauto stoppen om een koopman te helpen diens handkar over een brug te duwen. De senioren noemen hem onder meer “sjeuïg en charmant”. Na hem zijn onder de 80-plussers het meest geliefd: Gijs van Hall (“heeft ook veel gedaan om het verzet aan geld te helpen”; als jong bankier tijdens de Duitse bezetting) en even zeer de bevlogen Ed van Thijn (die “dicht bij de mensen” stond).

Beide panels wijzen, niet verrassend, de Duitsgezinde Edward Voûte aan als slechtste burgemeester van de eeuw. In deze categorie eindigt op nummer twee Willem de Vlugt, die tijdens zijn record-lange ambtsperiode (1921-1941) toch behoorlijk populair was. Zijn slechte reputatie bij het nageslacht dankt hij vooral aan zijn slappe rol in de oorlog ná zijn aftreden en de manier waarop hij in 1939 wethouder De Miranda hielp ‘afserveren’, toen deze wethouder uit antisemistische motieven door de NSB en De Telegraaf belasterd werd. De derde positie is voor Ivo Samkalden (noot) , destijds al omstreden (vooral vanwege het politieoptreden tijdens de Maagdenhuisbezetting en de Nieuwmarktrellen, en speciaal de ‘metrobom-affaire’ van februari 1975), maar anderzijds nog steeds ontzag geniet om zijn intelligentie en energie.

Het eerste exemplaar van het Ons Amsterdam-themanummer over Amsterdamse burgemeesters waarin de enquete is opgenomen, werd op donderdag 23 november feestelijk aangeboden aan de huidige burgemeester, mr. Job Cohen. Die trad zelf aan op wat rekenkundig gezien de eerste dag van de 21ste eeuw was: 1 januari 2001 en was dus ' hors concours'. Maar in deze jonge eeuw is hij tot nu toe zonder meer de allerbeste, stipte hoofdredacteur Peter-Paul de Baar aan bij de uitreiking. Het tweede exemplaar bood hij aan aan Wim Polaks weduwe, Jo Polak van 't Kruys, onder het goedkeurend oog van bode Jan Henningheim, die sinds 1982 al vier burgemeesters heeft gediend.

Algemene opmerkingen

Frans Heddema, tientallen jaren stadsverslaggever van Het Parool

"Ik vind dat de burgemeesters moeilijk te vergelijken zijn omdat in de jaren tot Samkalden (1967-1977) het burgemeesterschap wet iets makkelijker was. Het volk was trouw aan het gezag,en het ambt werd later steeds meer een managersfunctie..Het is een van de redenen waarom bij mij de burgemeesters die voor Samkalden kwamen, op de onderste plaatsen staan, maar ik sla ze ookminder hoog aan dan Samkalden en zijn opvolgers. In ieder geval hoort tot nu toe Cohen bij de bovenste drie."

Mr. Dick-Ernst Claassen, oud-VVD-raadslid, oud-havenmanager en oud-stadssinterklaas

"Wat en duivelse en moeilijke opgave Ik moet bekennen dat ik heel weinig weet van of over de eerste vijf burgemeesters van de afgelopen eeuw. Ik ben denk ik wel een van de weinige Amsterdammers die de Burgemeesters van D´Ailly tot en met Cohen zeer persoonlijk heeft gekend en ken en met de meeste ook zeer bevriend was."

Prof. dr. Piet de Rooy, hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam

"Dit is een onmogelijke opgave: meedoen is toegeven aan onzin. De burgemeester van Amsterdam moet een duizendpoot zijn en het slotoordeel is dus altijd gebaseerd op een wonderlijke poging om schoenen, klompen en sloffen tegen elkaar af te wegen (om in de pootjes-metafoor te blijven). Ik kan dus niet meedoen!

Maar omdat ik vooorvoel dat de redactie zich hiermee niet laat afschepen, heb ik geheel willekeurig een eigen criterium ontwikkeld: welke burgemeester(s) heeft (hebben) de beste wethouders gesteund. De drie beste wethouders waren, in volgorde van optreden: Treub, Wibaut en Schaefer. Dat leidt dus tot vier burgemeesters: Vening Meinesz, Röell/Tellegen en Wim Polak."

Dolf Hell, jourmalist; oud-redacteur Het Parool

"Ik denk dat ik voor deze enquete maar het beste de Swiebertje-meetlat kan hanteren. Een burgemeester moet warmte uitstralen en zijn burgers in bescherming nemen; kortom een echte burgervader zijn. Hij moet daarom zijn Bromsnorren op de vingers tikken als ze het aan de hand van de regeltjes de burger onnodig zuur gaan maken. Daarnaast geldt natuurlijk: Heldhaftig. Vastberaden. Barmhartig. Die foute Edward Voute is daarom voor mij de allerslechtste.

Feike de Boer, d'Ailly, Wim Polak en Schelto Patijn scoren m.i. zeer positief op de Swiebertje-schaal. Gijs van Hall en Ivo Samkalden zitten aan de negatieve kant, wat dus niet wegneemt dat bijvoorbeeld Van Hall kan bogen op flink wat wapenfeiten op het gebied van de infrastructuur. Moeilijk dus, die balans tussen mens en robot.
Ed van Thijn kreeg het niet voor elkaar de Olympische Spelen naar Amsterdam te halen, maar 'elk nadeel heb zijn voordeel': Saar Boerlage was blij en de al ingezette ontruiming van Nieuw Sloten voor het Olympisch dorp maakte de weg vrij voor aardig geslaagde woningbouw in dit gebied."

Theo Bouwman, oud-directeur dagbladuitgeverij PCM

"Hoe ouder je wordt, hoe minder je weet en hoe vaker je als deskundig wordt aangemerkt."

Arnold J. d'Ailly (1946-1956)

Mr. Dick-Ernst Claassen, oud-VVD-raadslid, oud-havenmanager en oud-stadssinterklaas

"D´Ailly interviewde ik als middelbare scholier op de laatste dag van zijn ambtstermijn over de rol en functie van de jeugd in en voor Amsterdam. Later smokkelde hij mij mee naar binnen in het concertgebouw toen daar de Fondation Europeen de la Culture werd opgericht en waar naast Prins Bernhard ook Adenauer, Schumann, Spaak en Sir Terence Airey spraken. Ik raakte ook bevriend met zijn zoon met wie ik veel zeilde.

Een paar keer ging ik op de fiets naar Loosdrecht maar dan ging mijn fiets op de terugweg achter in de burgemeestersauto en mocht ik voor het eerst met de autoradio naar huis bellen om te zeggen dat ik eraan kwam, en reden wij stiekem door de Leidsestraat en de Kalverstraat, waar we niet werden bekeurd omdat de politie de auto van de Burgemeester herkende. D´ Ailly wist natuurlijk van niets. Deze charmante man werd niet herbenoemd omdat hij een vriendin had en van zijn vrouw wilde scheiden.

Hij heeft veel betekend voor de stad, omdat hij juist in die tijd Amsterdam heel markant op de kaart zette. Zijn ambassadeursreizen naar het buitenland zijn van grote betekenis gewest voor de haven , de luchthaven, de financiele wereld en ook de culturele wereld. Hij nam ook vaak het Concertgebouworkest mee en bood dan in het buitenland concerten aan."

Dolf Hell, oud-redacteur Het Parool

"De eerste Amsterdams burgemeester die tot mijn verbeelding sprak was Arnold 'd Ailly, die in 1949 met hoofdcommissaris Kaasjager optrad in het Kapitein Rob-verhaal Mysterie van het Zevengesternte, verschenen in Het Parool. Ik woonde toen nog in Enkhuizen. D'Ailly staat met een zeer bedrukt hoofd op de Dam, die na een actie van de gewetenloze professor Lupardi en een stommiteit van de brandweer in het veen dreigt te zakken. D'Ailly heeft altijd m'n sympathie gehad, hoewel hij al twee jaar weg was toen ik in 1958 een kamertje in de ATVA-gebouw in de Marnixstraat betrok. Z'n bijnaam D'Ailleurs, die Jo Spier hem gaf vanwege zijn vele dienstreizen, heeft hij tot aan zijn dood waargemaakt. Hij ligt namelijk niet begraven op bijvoorbeeld Zorgvlied, maar op het heuveltje bij de stompe toren in Spaarnwoude, waar de grazende schapen 's zomers zijn grafsteen met precisie onderkakken."

Mr. Willem van Bennekom, oud-advocaat, oud-rechter, voorzitter Genootschap Amstelodamum

"Telleggen, D'Ailly Polak vind ik de besten, ex aequo. (...) D'Ailly heeft in de Wederopbouwjaren op vruchtbare en collegiale wijze leiding gegeven aan het besturen van de stad. "

A. van der Velden, geb. 1920, bewoners ouderencentrum Beth Shalom

"Ik heb ‘ns met D'Ailly op de pont staan praten. Hij was toen op bezoek geweest bij de scheepsbouw in Noord. 't was een aardige man. Niks geen kapsones.”

Mevrouw De Groot, bewoonster zorgcentrum Tabitha

“Een knappe vent. Hij had ook wel eens zo’n steek op. Net Napoleon!”

Mevrouw Van der Veen, bewoonster zorgcentrum Tabitha

“Ik mocht hem wel. Hij was ook burgemeester in een heel moeilijke tijd hoor, zo vlak na de oorlog. Dat was een hele klus”.

Mevrouw Portielje, hoogbejaard abonnee Ons Amsterdam

”Een leuk iemand, sjeuiig en charmant. Hij genoot er ook zo van”.

Mevrouw Van Nigtevegt, hoogbejaard abonnee Ons Amsterdam

“Ook een mooie man om te zien”.

Gijs van Hall (1957-1966)

Theo Bouwman, courantier

"De man met de meeste relevante capaciteiten, die echter op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats zat : Gijs van Hall, die geloof ik de enige in het rijtje was, die echt kon tellen."

Dolf Hell, journalist

“Een burgemeester moet warmte uitstralen en zijn burgers in bescherming nemen; kortom een echte burgervader zijn. Hij moet daarom zijn Bromsnorren op de vingers tikken als ze het aan de hand van de regeltjes de burger onnodig zuur gaan maken. Wat dat criterium betreft, zitten Gijs van Hall en Ivo Samkalden zitten aan de negatieve kant.”

S. Arbeid (85), bewoner zorgcentrum Beth Shalom

“Dat was een markante figuur. Hij kwam uit het verzet. Hij heeft veel gedaan om het verzet te steunen”

Mr. Dick Ernst Claassen, oud-VVD-raadslid, destijds rechtenstudent aan de UvA

"Tijdens zijn burgemeesterschap woonde ik op kamers in de Spinhuissteeg om de hoek van het oude stadhuis. Ik kwam Van Hall wel eens op straat tegen, we maakte kennis met elkaar en maakten dus af en toe een praatje. In de tijd vlak voor het huwelijk van Beatrix en Claus werd de Bethanienbuurt geteisterd door een pyromaan, waarbij al een aantal doden waren gevallen .De schoft stopte een stapel kranten in de brievenbus, goot daar dan spiritus overheen en stak die aan.

Met de nauwe steile trappen zaten de bewoners op de eerste en tweede verdieping als ratten in de val . Het was vreselijk. Met een paar studenten zijn wij toen 's nachts wacht gaan lopen tussen 23.00 en 2.00 uur, de tijd waarin hij placht toe te slaan. Zo kwam ik aan de weet dat een groep bewoners plannen maakten om - als het bruidspaar in het stadhuis zat - de trouwstoet te ontregelen, door autobanden lek te steken ,de paarden onrustig te maken etc.

Ik berichtte dat rechtstreeks aan van Hall en ook aan de toenmalige secretaris van Prins Bernhard ,de heer Van Braan Houckgeest, met de suggestie dat de Prins een bezoek moest brengen aan het Buurtcentrum en zijn medeleven en belangstelling moest laten blijken. De Buurt was namelijk het volgende van mening : ' Als die meid van Oranje trouwt stik je in de politie (stille en in uniform),maar als hier mensen verbranden en sterven door een pyromaan, dan zie je geen kip !!!' Woedend was men.

De Prins vond het een goed idee en Van Hall ook. De Prins kwam, zag en overwon, door met tact, warme belangstelling en verontwaardiging met de buurtbewoners en ook nabestaanden van slachtoffers te praten. De Prins had wel zijn huiswerk gedaan en gevraagd of de rechercheurs in burger die met het onderzoek naar de pyromaan bezig waren hem bij dat bezoek wilden vergezellen. Zo zagen veel bewoners dat de politie wel degelijk met de zaak bezig was. Ook zegde de Prins toe, dat hij alles zou doen wat in zijn vermogen lag om de dader op te sporen.

Aan het eind van het gesprek schudde iedereen -- ook de nabestaanden van de slachtoffers -- de Prins de hand en wensten hem een feestelijk trouwdag van zijn dochter toe. Hoe anders pakte dat uit !! Naderhand heeft Van Hall mij bedankt voor dit vruchtbare initiatief. Na zijn aftreden bleven wij ook contact houden en raakten wij een beetje bevriend. Wij hebben toen ook nog vaak nagepraat over die roerige tijd ,waar hij toch wel met een beetje bitterheid terug keek.

Weinig mensen weten dat hij zich enorm heeft ingespannen voor het Rode Kruis en de bedenker en ook de oprichter was van de Bloedbank, waar hij toch wel een beetje trots was, maar daarvoor geen erkenning zocht. De middag voor zijn dood heb ik nog een paar uur met hem zitten praten. Hij was geen krachtpatser, maar ik vond hem een door en door fatsoenlijke en ook aardige man."

Schelto Patijn (1994-2001)

Frans Heddema, oud-Parool-redacteur

"De man die eerst als een stijve regent werd bekeken, ontpopte zich snel als iemand met niet alleen een grote interesse voor alles wat zich in de stad afspeelde, maar ook als iemand met grote belangstelling voor de mensen. Als hij zijn hand op de schouder van een Amsterdammer legde die zijn problemen had verteld, dan wist je dat dat gebaar gemeend was. Een prima burgemeester, in een voor de stad betrekkelijk rustige periode."

Mr. Dick Ernst Claassen, oud-VVD-raadslid, oud-havenmanager en oud-stadssinterklaas

"Hoewel ik al een paar jaar weg was als directeur van de Scheepvaartvereniging Noord, web ik toen Schelto in 1994 aantrad snel kennis met hem gemaakt, ook om hem vlug weg wijs te maken in Havenland. Hij was zeer geinteresseerd in bijna alles, maar vooral in mensen. Hij wist overal snel het ijs te breken. Heel snel paste hij zijn - op het eerste oog formele - gedrag aan en werd een burgervader in plaats van een magistraat, wat hij wel was toen hij Commissaris van de Koningin in Zuid Holland was.

In die functie had ik hem al een paar keer ontmoet. Mede daardoor verliep onze relatie heel goed en ontstond een hecht contact. Ook hij was een voortreffelijke gastheer als ik als Sinterklaas in zijn Havenstad arriveerde. Voor mij persoonlijk kreeg mijn afscheid uit de haven in 1986 een heel bijzondere tint , toen ik - na een buitengewoon aardige toespraak (waarbij het goed was dat mijn vrouw mijn hand vasthield, anders was ik rechtstreeks de hemel in verdwenen) uit zijn mond vernam dat ik was benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau en hij mij de versierselen opspeldde.

Hij was een echte Gentleman, die snel de harten van bijna alle Amsterdammers wist te stelen, hetgeen hem ook heel duidelijk is geworden toen bekend werd dat hij geopereerd moest worden omdat hij aan kanker leed -- een feit waar hij nooit geheimzinnig over heeft gedaan. Goddank leeft hij nog en bemoeit hij zich -- zo is hij nu eenmaal -- bescheiden op de achtergrond op tal van terreinen met het wel en wee van Amsterdam."

Wim Polak (1977-1983) 

Mr. Willem van Bennekom, oud-advocaat, oud-rechter, voorzitter Genootschap Amstelodamum

"Polak heeft in relatief woelige tijden (de grote krakersoproeren!) het stadsbestuur op integere koers gehouden. Onder meer omdat hij, juist in die periode, steeds heeft geprobeerd zich een onafhankelijk oordeel te vormen. Ook al maakte hij zich daar niet bij een ieder populair mee."

Jaap Valken, oud-hoofdcommissaris van Politie (1980-1987), in interview met historicus Guus Meershoek, 2001

"Die behoedzaamheid [bij het beslissen over geweldstoepassing bij de ontruiming van kraakpanden - red.] kwam voort uit zijn karakter: Polak was wars van alle geweld. Hij was bang dat politiemensen of anderen het slachtoffer zouden worden van zijn beslissing om geweld toe te passen. Daarom wachtte hij soms erg lang met zijn definitieve beslissing. Voor een hoofdcommissaris was dat soms zenuwslopend."

Mr. Dick Ernst Claassen, oud-VVD-raadslid, oud-haven-manager, oud stadssinterklaas

"Deze dierbare man was mijn buurman in de Lomanstraat, toen hij nog bij Het Vrije Volk werkte. Ik maakte dus van dichtbij mee dat hij in 1965 in de Raad kwam en meteen Wethouder Financiën en Kunstzaken werd. Niet wetende dat ik vanaf 1977 als raadslid 'onder hem zou dienen'. Toen de opvolging van Samkalden speelde, moest ik namens de VVD-fractie naar hem en zijn lieve vrouw Jo toe om hem te overtuigen dat hij die benoeming moest accepteren, waarbij ik hem de absolute steun en het volste
vertrouwen van de liberale fractie kon toezeggen.

Vaak verweten wij elkaar allebei dat hij of ik in de foute partij zat. Het werd nooit ruzie, want Wim was een liberale cocialist en ik ben een sociale liberaal. Ik heb het ook een grote eer gevonden dat ik van mevrouw Polak en zijn kinderen bij zijn crematie het woord mocht voeren.
Wim Polak was een buitengewoon bescheiden man. Hij stond er eigenlik nog altijd van te kijken , dat hij als eenvoudig joods jongetje uit de Koestraat 'eerste burger' van ZIJN stad was geworden.

Op een paar dingen was hij uitgesproken trots, namelijk dat onder zijn bewind -- ondanks de zeer gewelddadige krakersrellen en de bijna-burgeroorlog bij de inhuldiging van Beatrix -- geen doden zijn gevallen. Ook de media en de politiek verweten hem vaak dat hij te slap was als hij weer eens op het laatst moment een voorgenomen ontruiming afgelastte. Alleen ingewijden -- waartoe ik toen ook behoorde als lid van de vertrouwenscommissie Openbare Orde -- wisten dat uit krakerskringen bekend was geworden dat er de bij de volgende ontruiming nu echt eens een keer een agent aan moest.

Er waren namelijk buizen gevuld met benzine in het te ontruimen pand aangebracht. "Deze zaak is mij geen mensenleven waard en dus ook geen politieleven" was toen zijn uitspraak. Een tweede zaak waarop Polak trots was is het feit dat tijdens zijn burgemeesterschap zowel het nieuwe stadhuis werd gerealiseerd, als het operagebouw, zonder schade toe te brengen in de verhoudingen met Japan, gelet op de toezeggingen die waren gedaan bij de vestiging van het Okura-hotel in de Ferdinand Bolstraat, waar oorspronkelijk ook de Opera was gepland. Wim Polak is na zijn aftreden als burgemeester een uitvoerig onderzoek begonnen naar de hele ontstaansgeschiedenis van het stadhuis in Amsterdam en het paleis op de Dam.

Hij is in 1814 begonnen en is gekomen tot 1940. Heel graag had hij deze studie afgemaakt, omdat hij wilde laten zien hoe slordig was omgesprongen door het Rijk, maar ook door de Gemeenteraad met de belangen van Amsterdam en de bevolking. Tot nog voor een paar dagen voor zijn overlijden vroeg hij mij allerlei feiten op te zoeken in het Gemeentearchief, maar het was te laat. Nu probeer ik met de Wim Polak Stichting, die kort na zijn dood is opgericht,waar ik Voorzitter van mag zijn, met zijn vrouw Jo Polak-van't Kruys en zijn zoon Menno als bestuursleden. .Ja , daar was hij echt trots op. Het feit dat hij ook structureel de Amsterdamse financiën heeft gesaneerd vond hij niets bijzonders,dat was gewoon werk.

Hij was een geduldige en een uitstekende luisteraar, die met veel tact, inzicht en wijsheid de niet altijd makkelijke raadsvergaderingen leidde. Als Polak eenmaal een beslissing genomen had hield hij daar keihard aan vast. Met o.a. als consequentie de inschakeling van het leger bij de ontruiming van een pand in de Vondelstraat
en de opruiming van de barricades met behulp van tankshovels op rupsbanden. Ook alle maatregelen rond de inhuldiging van Beatrix waren zorgvuldig voorbereid.

Dat dit echt bijna een burgeroorlog werd ,dat had niemand kunnen voorzien. Hij bleef onverbiddelijk , toen wij allen in de Nieuwe Kerk zaten en al het dreigende lawaai van buiten hoorden, waarbij ik kon meeluisteren met zijn walkie-talkie. Onherroepelijk de Dam veilig houden was zijn bevel onder alle omstandigheden. De Blauwbrug en de Oude Hoogstraat. Hij had een onbegrensd vertrouwen in de Politie en dat wisten ze allemaal.

Tenslotte heeft Wim Polak op 2 september 1988 mijn vrouw Mimi en mij in de echt verbonden in het Oost Indisch Huis. Alles bijeen was hij voor mij echt de Beste Burgemeester."

Ivo Samkalden (1967-1977)

Frans Heddema, oud-Parool-redacteur

"Uitstekende burgemeester, met veel gezag in Den Haag. Een van zijn grote verdiensten was natuurlijk dat hij samen met wethouder Polak (de latere burgemeester), de basis legde voor een financiele regeling met de regering. Het verbaast me nog steeds dat een man van zijn kaliber en met zijn juridische kennis, in februari 1975 na een op het nippertje verijdende bomaanslag van een ultra-rechtse meneet op de metro-in-aanleg de actievoerders uit de Nieuwmarkt in een officiele verklaring van B&W (minus Roel van Duijn) de schuld gaf."

Dr. Herman de Liagre Böhl, historicus (UvA)

“De slechtste burgemeester vind ik Ivo Samkalden -- hij heeft te veel gepolariseerd in de tijd van de Nieuwmarktrellen.”

Dr. Guus Meershoek, historicus, in een artikel over Amsterdamse hoofdcommissarissen sinds 1852, in de afscheidsbundel voor korpschef Jelle Kuiper, 2005

“Van Halls opvolger I. Samkalden respecteerde de deskundigheid van de nieuwe hoofdcommissaris (P.A. Jong), maar behandelde hem overwegend als ontvanger van instructies, meer niet. Onbekend met een alternatieve ambtsopvatting schikte Jong zich vrij gemakkelijk in die rol.”

André Jansen, oud-medewerker Kabinet van de Burgemeester

“Toen hij burgemeester af was heeft hij een stuk of veertig naaste medewerkers uitgenodigd in zijn buitenhuis in Epe. Hij hield een indrukwekkende speech, waarbij hij zei dat het hem speet dat hij altijd zo’n persoonlijke afstand had gehouden tot zijn medewerkers. Hij wilde bijvoorbeeld dat iedereen hem burgemeester noemde. Niemand mocht hem tutoyeren. Achteraf speet het hem. Maar hij had het gedaan, legde hij uit, omdat hij niet de indruk wilde wekken dat sommigen favorieten waren en anderen niet. ‘Luister, het zal moeilijk zijn’, zei hij toen, ‘maar vanaf nu moeten jullie mij tutoyeren. Dit is mijn vrouw Bum en ik ben Ivo.’ Toen riep hij zijn werkster Anne naar voren, en zijn chauffeur Roel Jongen. Ze wilden natuurlijk eerst niet, maar na enig aandringen zeiden ze: ‘Dag Ivo.’ Daarna werd het erg gezellig. Het was ook geen loos gebaar. De meeste van de aanwezigen zagen hem nog wel bij allerlei gelegenheden. Burgemeester kon je hem niet meer noemen, en dus ook niet ‘meneer Samkalden’, maar ‘Ivo’.”
(Geciteerd door Marieke Prins in Een keten van macht, (2006).)

Dick Ernst Claassen, oud-VVD-raadslid en oud-havenmanager

“Deze super-intelligente man trad aan na de bewogen en onrustige tijd onder Van Hall. Hij had maar drie of vier uur slaap nodig en hij had een ijzeren geheugen.
In verband met een rapport uit de haven over een mogelijke Voorhaven te IJmuiden belde hij op een avond rond een uur of 12 op om nog wat toelichting te krijgen. Ik gaf die en wenste hem na een gesprek van zo'n drie kwartier welterusten. Het rapport lag naast mijn bed en ik viel in slaap.

Om 4 uur ging de telefoon. Met een klare wakkere en opgewekte stem hoorde ik :"Met Samkalden. Meneer Claassen , nog een paar vraagjes en wat opmerkingen." Hij gaf mij een hele lijst van drukfouten en misdrukken in grafieken .Hij was een reuze perfectionist. In 1974 kwam ik in de Raad en maakte hem van zeer dichtbij mee, ook tijdens de bezetting van het Indonesische consulaat door de Molukkers in 1975.

Hij was keihard en onverzettelijk. Ik had hem aangeboden als gijzelaar naar het consulaat te gaan, als het personeel en een groep kinderen werden vrijgelaten. “Ik onderhandel niet met mensenlevens als inzet ," was zijn reactie toen hij mij bedankte voor het aanbod. Deze briljante man werd gesloopt door de taaie lange vergaderingen , de rellen rond de metro-aanleg en de Nieuwmarktbuurt. Hij leed ook onder de pijn die veroorzaakt werd door zijn hernia en hij zich moest laten vervangen door Wim Polak.

Na zijn vertrek in 1977 bleven wij hecht bevriend. Vaak nodigde hij en zijn vrouw mij - na mijn echtscheiding - uit om bij ze te komen eten op hun heerlijke flat aan het Singel of in hun buitenhuis in Epe. Wij speelden dan vaak een paar partijtjes schaak, waarvan ik er geloof ik één of twee heb gewonnen en een paar keer remise haalde.

Op een gegeven tijdstip begon hij grote moeite te krijgen met praten, hetgeen voor hem een ramp was, omdat hij nog steeds heel helder van geest was en juist razend snel dacht. In de laatste maanden van zijn leven ging ik vaak naar hem toe en speelden we spelletjes schaak ,die ik altijd verloor. Ik bereide die bezoeken altijd voor, door allerlei dingen te bedenken die ik aan hem wilde vragen, maar die ik dan zo formuleerde dat hij met JA of NEE kon antwoorden. Hij was naast mijn eigen burgemeester een dierbare vriend , aan wie ik de beste herinneringen bewaar.”

Ed van Thijn, burgemeester 1983-1994

Suze Groen-Pekel, bewoonster zorgcentrum Beth Shalom

“Ik vond vooral van Thijn sympathiek en een hele goeie. Hij heeft veel tegenwerking gehad”.

Frans Heddema, oud-stadsverslaggever van Het Parool

"Wat een bevlogen man. De gouden greep om Nordholt naar Amsterdam te halen, het lef om de opstandige Staatsliedenbuurt in te gaan, de wijze waarop hij steeds probeerde uit te dragen dat het fijn was om burgemeester van Amsterdam te zijn. Met deze houding probeerde hij de stad weer meer zelfvertrouwen te geven. Zijn eerste optreden:de ontruiming van het Wyers-pand op de Nieuewzijds in 1994 door politie 'met de platte pet'. Het werkte. Ook zijn optreden tijdens de Bijlmerramp maakte indruk. Bewonderenswaardig vond ik hoe hij zich verzette tegen racistische leuzen die steeds vaker in de stad klonken, en hoe hij voortdurend de problemen van de etnische minderheden onder de aandacht bracht. En was van hem ook niet de uitspraak dat hij benieuwd was of de tolerantie de tolerantie zou overleven?"

Dr. Willem Melching, historicus, Universiteit van Amsterdam

"De slechtste vind ik Van Thijn. Ik aarzelde tussen Polak en van Thijn, maar de zelfingenomenheid van Ed gaf de doorslag. Polak was goedwillend maar incapabel. Van Thijn was ook nog een verwaande kwast."

Anonieme bewoner Zorgcentrum Tabitha

"Fijne man. Stond dicht bij de mensen!"

S. Arbeid, bewoner zorgcentrum Beth Shalom

"Dat vond ik een wekeling. En hij had een aardappel in zijn keel."

Drs. Ruud Grondel, oud-wethouder en politicoloog

"Na Polak vond ik Ed van Thijn de beste! Al heb ik ook voor 'mijn' burgemeester Patijn grote waardering; een vreselijk aardige man, met een onvoostelbaar netwerk. Maar Ed, ja: een geweldig gedreven man! Geen man van de details, nee (bepaald geen dossiervreter), maar wel van de grote lijn. Hij verwoordde destijds welsprekend de afkeer van antisemitisme en racisme die veel Amsterdammers voelden, en terecht. En tja, dat het met die multiculturele samenleving allemaal wat moeizamer zou gaan dan verhoopt, dat wilde toen nog vrijwel niemand weten. Dat is wijsheid achteraf. "

Mr. Dick Ernst Claassen, oud-VVD-raadslid, oud-havenmanager en oud-stadssinterklaas

"Met name de toespraken die Ed hield op 4 mei op de Dam waren altijd zeer aangrijpend door de bijna tastbare emotie die daar in doorklonk. Daar wist hij vrijwel alle Amsterdammers mee te raken en te bereiken. Diezelfde ontroering maar ook bewondering heb ik in zijn ogen gezien toen hij aan president Nelson Mandela de Gouden Penning van de Stad overhandigde.

Zijn doeltreffende, haast koelbloedige optreden na de Bijlmerramp heeft op mij grote indruk gemaakt, omdat je kon voelen dat ook hier weer de menselijk betrokken en emotionele man uitstekend organisatorisch functioneerde. waarmee hij veel goeds heeft gedaan. Heel bijzonder waren ook mijn ontmoetingen met de burgemeester als ik jaarlijks als Sinterklaas in Amsterdam aankwam. Hij heette mij dan welkom en wij wisselden dan beleefdheden uit. Ik zei ieder jaar : "Ja , Burgemeester, u heeft het nu wel over uw mooie stad , maar niet over uw grote en prachtige Haven. Weet U wel, Burgemeester, dat die de grootste cacaohaven van de wereld is? En dat is dan ook de reden dat ik hier al mijn chocoladeletters laat maken". En dan kreeg hij de A van Amsterdam of de B van Burgemeester.

Hij keek zeer verrast op toen ik hem een keer de O van Odette gaf, want ik had tijdens Sail de verliefdheid en vervolgens de liefde zien ontluiken tussen hem en Odette Taminiau, een schat van een vrouw. Zelden heb ik een man zo zien veranderen en gelukkig zien zijn als hij. Na alle ellende in zijn leven had hij daar - vond ik - ook recht op. Kortom ook weer een kei van een burgemeester op tal van gebieden, maar weer heel anders van stijl dan zijn voorgangers. Ook bij zijn afscheid heeft hij kunnen waarnemen en voelen hoezeer hij werd geliefd en gewaardeerd."

Foto: Hans Peters/Nationaal archief
November-december 2006

Delen:

Dossiers:
Politiek
Editie:
December November
Jaargang:
2006 58
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1950-2000

Gerelateerd

Baas boven baas
Baas boven baas
Verhaal 25 november 2006
In vol ornaat
In vol ornaat
Verhaal 25 november 2006
‘Hop, hop, hop, hangt den burgemeester op!’
‘Hop, hop, hop, hangt den burgemeester op!’
Verhaal 1 november 2006