Weinig huiselijkheid in Gouden Eeuw

Ons beeld van de huishoudens in de 17de en 18de eeuw is grotendeels gebaseerd op de schilderkunst. Genrevoorstellingen van bijvoorbeeld Johannes Vermeer en Pieter de Hooch tonen gezellige, huiselijke interieurs. Volgens historica Sanne Muurling, winnares van de Scriptieprijs Historisch Tijdschrift Holland, is deze ‘huiselijkheidscultus’ echter een gecreëerde werkelijkheid. In de Gouden Eeuw werden veel huiselijke taferelen op schilderijen afgebeeld omdat de Hollandse schilders als ondernemers met dat thema inspeelden op de grote vraag.
Muurling onderzocht ook in hoeverre het door de schilders geschapen beeld realistisch was, door te kijken naar de woonstijl van de Amsterdammers. Op basis van de indeling van de huizen in boedelinventarissen reconstrueert zij de woon-werksituatie. Was er bijvoorbeeld een werkplaats aan huis of een afzonderlijk kantoor? Ook de aanwezigheid van een voorhuis en van schilderijen en familieportretten aan de wand, alsmede de samenstelling van het gezin werden daarbij betrokken. Zij concludeert dat er geen eenduidige woonstijl bestond. Wat met een moderne term wordt aangeduid als ‘kerngezin’ was de norm, maar verder wijst er weinig op dat het wonen in Amsterdam zo huiselijk was. Huiselijkheid was een ideaal dat slechts door een enkeling werd waargemaakt.
Eveneens op basis van boedelinventarissen constateert Muurling wel een andere aanwijzing voor Hollandse huiselijkheid: koffie en thee werden al vroeg door allerlei soorten Amsterdamse gezinnen gedronken. Aan het begin van de 18de eeuw bezaten de meeste huishoudens benodigdheden voor consumptie van deze exotische dranken, zoals serviesgoed, koffiemolens en theeketels. Ook in de armetierige gehuurde eenkamerwoning van een slagersweduwe stond een ‘theerekje’ met schotels, drie rode trekpotten, een komfoor, koffiekan en theeketel. Een weduwnaar in een kelderwoning bleek na zijn overlijden te hebben beschikt over allerlei thee- en koffiebenodigdheden en een uitgebreide collectie Delfts aardewerk. Goedkoop imitatieporselein dat geen teken was van grote welstand.
In de eerste drie decennia van de 18de eeuw werd bij de helft van de huishoudens theegoed aangetroffen en nagenoeg bij allemaal koffiegoed. Rond 1750 liggen beide percentages rond de 100% procent, terwijl bij 29,5 % wel bedden en matrassen ontbraken. Koffie of thee op bed was er voor hen niet bij.


SANNE MUURLING, IDEOLOGISCHE CONSTRUCTIE OF MATERIËLE WERKELIJKHEID? HOLLANDSE HUISELIJKHEID TUSSEN CONCEPT EN FENOMEEN IN DE ZEVENTIENDE EN ACHTTIENDE EEUW (EINDSCRIPTIE VU; AMSTERDAM 2011); ZELFDE AUTEUR, EEN SCHATKAMER IN EUROPA. KOFFIE, THEE EN PORSELEIN IN DE HOLLANDSE MATERIËLE CULTUUR, HISTORISCH TIJDSCHRIFT HOLLAND 43 (2011), AFL. 3, 212-222.

Maarten Hell
Februari 2012

 

Beeld: Pieter de Hooch, Rijksmuseum

Delen:

Editie:
Februari
Jaargang:
2012 64
Rubriek:
Recensie

Gerelateerd

Ontsierende reclame aangepakt
Ontsierende reclame aangepakt
Recensie 1 november 2012
Van bierhuis tot strandhuis
Van bierhuis tot strandhuis
Recensie 1 februari 2012