Wat was dit eerst: The Bulldog op het Leidseplein

Amsterdammer Robbie kent coffeeshop The Bulldog op het Leidseplein van binnen en van buiten. Hij zette voor het eerst voet over de drempel toen hij zo’n 16 jaar oud was. Als arrestant welteverstaan. Het waren de jaren zestig, de tijd van de Dijkers en de Pleiners.

De Dijkers hingen met hun vetkuiven rond bij de Nieuwendijk. Pleiners zoals Robbie waren meer het type ‘hippie’ met haren tot op hun billen en een ongebreidelde nieuwsgierigheid naar het roken van hasj, dat net zo’n beetje zijn intrede deed in Nederland

De Pleiners waren bovendien allergisch voor autoriteit en gezag. En toevallig was hun vaste stek op het Leidseplein, recht in het zicht van het politiebureau. Het ene moment kon er zo een ruit sneuvelen bij de dienders en die konden er op hun beurt flink op los knuppelen; een andere keer liep een Pleiner gewoon eens even binnen voor een babbeltje of pesterijtje.

Er stond een kaartenbakje met zo’n 30 namen, de harde kern van de groep. Bekende namen, ook nu nog. Kees Hoekert, Robert Jasper Grootveld, Simon Vinkenoog, Jan Cremer, Johnny van Doorn… Als Robbie werd opgebracht om een paar uurtjes af te koelen, werd hij al verwelkomd met de woorden: “zo, ben jij er ook weer?”

Bijna 80 jaar lang huisde Politiebureau no. 14 in het statige pand op het Leidseplein. Merkwaardig genoeg waren de bovenverdiepingen gewoon appartementen; mijn ome Fons heeft er 40 jaar lang vanuit zijn leunstoel het turbulente stadsgewoel gevolgd.

Het politiebureau werd gebouwd in 1900. Amsterdam was toen nog een stad van paarden en koetsen, de straten geplaveid met kinderkopjes. Maar de verandering zat in de lucht. Fietsers werden al regelmatig waargenomen op hun voorzichtige tocht door de stad en de automobiel, voor het eerst gesignaleerd in Amsterdam in 1897, was in opmars. Alleen drugs, dat was een onbekend fenomeen in de stad, afgezien van wat opiumschuivende Chinezen. Maar dat was zo’n ander volk!

Toen het politiebureau verhuisde naar de Lijnbaansgracht, zette Henk de Vries, uitbater van een klein cannabisetablissement op de Wallen, zijn zinnen op het pand. In 1985 zette The Bulldog de deuren wagenwijd open en groeide in korte tijd uit tot een coffeeshop van wereldfaam. Toeristen leunen er nu ontspannen tegen de tralievensters en celdeuren, die her en der in de inrichting zijn verwerkt.

Robbie is er van begin af aan bij betrokken. Hij moet er wel om grinniken. Ziet zijn voetsporen bij wijze van spreken in de nog steeds bestaande granieten vloer afgedrukt staan. Dat is de ironie van de geschiedenis. Op de gevel, naast het logo van The Bulldog, zijn de sierlijke jugendstil-letters in ere gehouden: Politiebureau no. 14. Een kleine triomf voor de Pleiners van weleer.

Tekst: Annegriet Wietsma
Foto: Martin Alberts/Stadsarchief
Juni 2007

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Kunst en Cultuur
Jaargang:
2007 59
Rubriek:
Wat was dit eerst