Wat is er leuker dan een kiosk?

Toen ik nog werkte, nam ik als ik naar mijn werk ging bus 80. ‘Busje 80’, zoals wij liefkozend zeiden, vertrok van de Elandsgracht. Tussen pisbak en bloemenstal stond daar een haringkar, en als ik ’s morgens vroeg in de bus stapte die me zo dadelijk op een heerlijk ritje door West zou trakteren, dacht ik al aan de haring die ik aan het einde van de dag aan die haringkar zou eten.  

Op een dag was de haringkar gesloten, en restte slechts pisbak en bloemenstal. Hoelang deze situatie geduurd heeft, kan ik me niet herinneren, maar wel dat de kar op een goede dag weer openging en dat de zaak toen gedreven werd door een vrouw die eerder op de Universiteitsbibliotheek had gewerkt. Van boek naar haring, het is maar een stap. Lang heeft haar haar haringavontuur niet geduurd en met haar verdween de kar.  

Na een paar jaar niks kwam er een sjieke kar die Italiaanse broodjes verkocht maar altijd dicht was. Ook deze kar verdween. En toen, onverwacht en plotseling, verscheen er op de Oude Kinkerbrug over de Singelgracht een MIK: de Multi-Inzetbare Kiosk, waarvan er in West maar liefst zestien een plaats zouden krijgen. Zo erg als ik het vond dat de haringkar was verdwenen, zo blij ben ik met de terugkeer van de kiosk in het stadsbeeld.  

Want laten we wel wezen, wat is er leuker dan een kiosk? Er zijn steden waar je van krantenkiosk naar krantenkiosk kunt flaneren. Je hebt steden – Istanboel, Rotterdam – waar ze vooral in voedsel doen: pizza’s, patat of kapsalon. Je hebt kiosken met een speeltuintje erbij of een park eromheen, er zijn zelfs kiosken die bedoeld zijn om er muziek te maken, de zogenaamde muziekkiosk.  

De vraag waarom het zo aantrekkelijk is om te pissen in een Krul laat zich makkelijk beantwoorden, want je staat op straat en de wereld om je heen draait gewoon door. Jij plast, met de wind in je haren, de zon in je nek terwijl de tram voorbijrijdt en een fietser zijn fietsbel laat horen. Met een kiosk is het net zo. Je bent buiten en doet er binnendingen: iets lekkers eten, een krant kopen, een biertje drinken.  

Toen de eerste MIKken in de stad verschenen, hield ik mijn hart vast, want ze zagen er, vond ik, niet echt uitnodigend uit. En in het begin leken ze inderdaad weinig klanten te trekken. Maar inmiddels zie ik vaak rijen, voor koffie-to-go of overheerlijke falafel, zoals bij de kiosk op Oude Kinkerbrug. Een falafelkiosk is geen haringkar, maar het komt in de buurt. 

Voor de liefhebbers verscheen dit jaar Kiosken in de stad van Jacques Beljaars en Thomas Rouw, een uitgave van trancity x valiz. 

Beeld: Kiosk in de Paulus Potterstraat, 1962. Stadsarchief Amsterdam.

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Architectuur
Editie:
Oktober
Jaargang:
Rubriek:
Column
Tijdperk:
1950-2000 Vanaf 2000