Wat draagt Atlas?

Hemel of aarde?

Op het dak van het Koninklijk Paleis, uitkijkend op de Raadhuisstraat, staat een beeld van een bijna blote man met een grote bol op zijn nek. Dat is Atlas, een figuur uit de Griekse mythologie. Maar wat stelt die bol eigenlijk voor: de aarde of het hemelgewelf?

Het huidige paleis was zoals bekend tot 1808 het stadhuis van Amsterdam. Het werd voltooid in 1655, naar ontwerp van Jacob van Campen. Het gebouw is van binnen en van buiten versierd met veel symbolisch beeldhouwwerk. Buiten vallen vooral de timpanen (driehoekige dakbekroningen) aan de voor- en achterkant op. Ze zijn voorzien van gebeeldhouwde allegorieën op Amsterdam als centrum van de wereldhandel en worden elk bekroond door drie grote bronzen beelden: aan de Damzijde in het midden de Vrede, wuivend met haar olijftak (zie het omslag van het januarinummer) en aan weerszijden de Gerechtigheid en de Voorzienigheid; aan de kant van de Nieuwezijds Voorburgwal links de Waakzaamheid en rechts de Gematigdheid en hoog in het midden Atlas.

In 1957 maakte Atlas zijn entree in de Nederlandse literatuur. In Annie M.G. Schmidts klassieke kinderboek Wiplala vliegt de per abuis sterk gekrompen familie Blom op de rug van een duif naar het paleis en landt naast een groot stenen beeld, “een man met een grote bal op zijn rug”. “‘Dat is Atlas,’ zei hun vader. ‘Atlas was een Griekse god en hij droeg de hele wereld op zijn nek. De hele aarde. Zie je wel, dat is de wereldbol.’” Het mannetje Wiplala ‘tinkelt’ het beeld levend en Atlas grijpt zijn kans: legt de bol een momentje neer. “Permitteert u dat ik even krab? Ik heb al honderdvijftig jaar jeuk op mijn rug.”

Draagt deze Atlas inderdaad de wereldbol? Schmidts veronderstelling wordt door heel wat geleerder auteurs ondersteund. Zó stond het al in 1883 in Amsterdam, gids met platen en in 1928 in de Voorlopige lijst der Nederlandsche monumenten, en zo staat het sinds 1929 in de opeenvolgende edities van de Historische gids van Amsterdam, oorspronkelijk geschreven door A.E. d’Ailly. Ook monumentenkenner Meindert Stokroos schreef in 1990 in Het gebruik van koper in Nederland: “De wereldbol van Atlas, de ‘sphera mundi’, bestond uit een houten geraamte, waarop koperen platen waren aangebracht.”

Maar er zijn opvallend veel tegengestelde geluiden. Reeds in 1765 schrijft Jan Wagenaar in zijn Amsterdam in zyne opkomst, aanwas, geschiedenisse (enz.): “Op de lyst, staan, even als op die van den voorgevel, ook drie even groote metaalen beelden; te weeten, een Atlas, die een Hemelkloot, welks teekenbeeltenissen sierlijk verguld zyn, op de schouders torst, tussen de beelden der Maatigheid en Wakkerheid.” Datzelfde stellen latere beschrijvers van het gebouw, zoals R. van Rutterveld (Het Raadhuis aan de Dam, 1950), K. Fremantle (The Baroque Townhall of Amsterdam, 1959), M.G. Emeis (Het Paleis op de Dam, 1981) en Geert Mak (Het stadspaleis, 1997). Volgens hun draagt Atlas een “hemelbol”, “hemelglobe” dan wel “het heelal”. De verwarring is begrijpelijk, want Atlas is een figuur uit de Griekse mythologie. En van die eindeloos hervertelde verhalen bestaan uiteenlopende versies.

Atlas was één van de Titanen, een nogal woest geslacht van oer-goden dat werd verdrongen door de wat geciviliseerder volgende generatie: de goden onder gezag van Zeus die de berg Olympus bewoonden. In het rijk van de reusachtige Atlas lag een kolossale boomgaard vol prachtige bomen met gouden fruit eraan, omringd door hoge muren en bewaakt door een enorme draak. Omdat Atlas een vergeefse Titanen-opstand leidde tegen de Olympiërs, liet oppergod Zeus hem voor straf tot in eeuwigheid het hemelgewelf dragen. Atlas’ dochters, de Hesperiden, behoedden intussen samen met de draak de boomgaard.

In de mythe over de held Perseus, geboren uit een avontuurtje van Zeus met een gewone vrouw, onthoofdt deze het monster Medusa, die in plaats van haren slangen heeft. Als hij wil uitblazen in de tuin van Atlas, toont die zich niet gastvrij. Perseus houdt hem dan Medusa’s hoofd voor, waarop Atlas van schrik versteent tot het Atlasgebergte (in Marokko), waarop sindsdien de hemel rust. In de mythe over de oersterke Herakles, nazaat van Perseus, blijkt Atlas echter weer levend. (Consequent zijn mythologieën zelden.) Als één van zijn opdrachten moet Herakles de gouden appels van de Hesperiden stelen. De slimme Herakles vraagt Atlas die klus te klaren. Hijzelf draagt dan wel even de hemel. Maar als de Titaan met de appels terugkomt, wil hij zijn oude taak niet meer terugnemen; hij brengt veel liever de appels naar de opdrachtgever. Herakles gaat zogenaamd akkoord, maar hij wil dan eerst nog een kussen op zijn schouders leggen. De domme Atlas neemt de last weer over en Herakles gaat er met de appels vandoor.

Mogelijk omdat kunstenaars het hemelgewelf vaak als een bol afbeeldden, werd later regelmatig gedacht dat Atlas de wereldbol droeg. In navertellingen duikt die interpretatie sinds de Renaissance steeds vaker op.

Bij sommige artistieke afbeeldingen van Atlas draagt hij soms overduidelijk het hemelgewelf, zoals in de Burgerzaal van het paleis: daar is het een houten bol die met sterrenbeelden is beschilderd. Maar wat de dichte, kale bol van het Atlasbeeld op het paleis moet voorstellen is niet echt zichtbaar.

Dankzij een verwijzing in Jan Mens’ boek Amsterdam, paradijs der herinnering (1947) vond ik het antwoord uiteindelijk in de Resolutiën van de Thesaurieren Ordinaris (de stedelijke schatkistbewaarders) van 23 juli 1664. Stadsbronsgieter François Hemony kreeg toen opdracht tot de aanschaf van “2000 pond coper tot het maken van de sphera mundi die zal staan op de Atlas”. Uit die Latijnse term blijkt overduidelijk wát het stadsbestuur Atlas wilde laten torsen. Wat alle andere (mythologisch meer verantwoorde) Atlassen ook mogen doen, die van de Nieuwezijds draagt de wereldbol. Tenzij hij zich even wil krabben, natuurlijk.

Delen:

Jaargang:
2001 53

Gerelateerd

Pesthuis, ziekenhuis, woonhuis
Pesthuis, ziekenhuis, woonhuis
23 februari 2012
Bouwen & Slopen: Modern en hinderlijk oranje
Bouwen & Slopen: Modern en hinderlijk oranje
Bouwen & slopen 24 juni 2011
‘Klein Italië’ bij het Oosterpark?
‘Klein Italië’ bij het Oosterpark?
Recensie 1 januari 2007