Voorproefje Zomernummer. Kunstenares Free Jeltsema wordt kunstenaar

In april 1906 besloot de veelbelovende kunstenares Free Jeltsema dat zij verder wilde leven als man. De Amsterdamse vrienden Jo Schreve-IJzerman en haar man Frits hielpen haar het grote geheim te onthullen.

Eind 19de eeuw kwam de jonge Friezin Free Jeltsema naar Amsterdam om een vooropleiding in de kunsten te volgen. Ze woonde bij een oom en een tante aan het Sarphatipark. In 1899 zette ze haar studie voort aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten en ging op kamers wonen. Leermeester was Ferdinand Leenhoff, de maker van het beeld van staatsman Johan Thorbecke op het Thorbeckeplein. Een erg gelukkige studententijd beleefde Free niet. Ze leidde een vrouwenleven en verborg haar mannelijke kenmerken onder reformjaponnen en ruimvallende jassen. Ze werd er depressief van.

Free Jeltsema was geboren in Uithuizen in 1874 en als Frederika Engelina bij de burgerlijke stand ingeschreven. Enkele jaren later hadden de ouders twijfel over het geslacht van hun kind. Ze gingen te rade bij Hans RudolphRanke, hoogleraar heelkunde in Groningen, die meende dat het meisje eigenlijk een jongetje was. Vermoedelijk was zij interseksueel en vertoonde haar lichaam zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken. De ouders gaven geen gevolg aan het consult. Misschien wilden ze de lichamelijke ontwikkeling van de peuter afwachten. De geboorteakte werd niet gewijzigd – voor de buitenwereld bleef Free een meisje.

Free had genoeg van de Academie toen haar mentor Leenhoff zich in 1901 om gezondheidsredenen terugtrok naar Parijs en de beeldhouwer Bart van Hove hem opvolgde. Ze kon zich niet vinden in de manier waarop die haar corrigeerde. Met de invalide beeldhouwer Pier Pander reisde zij naar Rome, die daar zijn woning en leven deelde met de twintig jaar oudere verpleegster Clara de Kanter. In Rome had Free een heerlijke tijd bij de Italiaans-Nederlandse schilder Romolo Koelman en zijn familie. Er werd gedanst met Italiaanse cadetten en gedineerd in de open lucht.

 

Juffers

In 1902 deed ze mee aan de Nederlandse Prix de Rome voor de beeldhouwkunst. Met haar beeld De Smart won ze de gouden erepenning. De jury voorspelde: “Zij zal eene kunstenaresse van naam worden.” En feministische bladen meldden trots dat zij “met vijf heeren” had gestreden om de prestigieuze prijs. Het leverde haar een jaargeld van f 1200,- op, voor maximaal vier jaar. Free vertrok naar Parijs, waar ze ging studeren bij haar oude docent Ferdinand Leenhoff.

Het Parijs van de Belle Epoque vond ze maar niks: “Ik voel me hier niet thuis in deze wufte ondegelijkheid”, schreef ze in januari 1903 aan Jo Schreve-IJzerman, vriendin en beeldhouwer. Een goed model was nauwelijks te vinden en de mooie Franse juffers zaten zo vol schmink dat “als je ze van de straat oppakte en in bad stopte dan geloof ik dat ze verborgen bleven als een inktvisch achter de kleurinkt die ze achter lieten”.

Leven van de beeldhouwkunst was voor vrouwen rond 1900 niet vanzelfsprekend. Zeker voor iemand die eigenlijk een man was moet dat een bron van frustratie zijn geweest. Free kon niet thuis werken met een mannelijk model “daar dit onaangenaamheden zou geven met den huisheer”. Op haar hotelkamer had ze tekeningen van sculpturen hangen, waar anderen aanstoot aan namen en “ellendige aanmerkingen” op maakten. Ze deelde haar Parijse appartement met een huisgenote, die haar chanteerde, nadat ze had ontdekt dat Free mannelijke kenmerken verborg onder haar vrouwenkleren. Zich hierover beklagen kon Free niet, ook niet bij haar Amsterdamse vrienden. Na bijna elk stipendiumjaar keerde ze overspannen terug naar Nederland.

 

Verder lezen?

U vindt dit verhaal in ons Zomernummer dat 3 juli verschijnt. 

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Meld je aan Arrow right Geef cadeau Arrow right

Beeld: Privé-collectie

Juli/Augustusnummer 2020

Delen:

Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
Augustus Juli
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1800-1900 1900-1950