Voorproefje Septembernummer: Hoe Krasnapolsky er na de bevrijding weer bovenop kwam

Krasnapolsky was er in 1951 als de kippen bij toen er Marshall-guldens vrijkwamen voor herstel van hotelaccommodatie in Amsterdam. Op 6 mei 1952 kon burgemeester Arnold d’Ailly de nieuwe vleugel aan de Dam openen. Laat de toeristen nu maar komen!

Nog jaren nadat er een einde was gekomen aan de bezetting, hielden ruïnes van verwoeste gebouwen de herinnering aan de oorlog levend. In 1948 was het in de buurt van de Vijzelstraat en het Singel nog een enorme puinhoop. Daar was op 27 april 1943 een vliegtuig neergestort achter het Carltonhotel. Een schutting onttrok de ergste verwoesting aan het oog, maar het was bepaald geen fraai gezicht. 

Op 1 december 1948 kwam deze ontluisterende situatie ter sprake in de gemeenteraad. Konden er op de plek van het Carlton geen woningen komen? Van alle tekorten was het gebrek aan woonruimte in de stad het schrijnendst. Het Bureau voor Pers, Propaganda en Vreemdelingenverkeer bepleitte daarentegen herstel van de hotelkamers, geen woningbouw. Het toerisme was immers weer op gang gekomen; veel Amerikanen staken de oceaan over om eens met eigen ogen te zien waar hun landgenoten voor hadden gevochten. Zij brachten dollars mee, en die buitenlandse deviezen waren broodnodig om de economie weer op poten te krijgen. 

 

Marshall-guldens

Tijdens het gesteggel hotel-versus-woningen rees de vraag of herbouw niet kon worden bekostigd met zogeheten Marshall-guldens. Het Marshallplan was in de Verenigde Staten in het leven geroepen door minister van Buitenlandse Zaken George Marshall om Europa er weer bovenop te helpen. Het geld, soms een gift, soms een lening op gunstige voorwaarden, ging naar herstel van oorlogsschade aan wegen, spoorlijnen en de haven van Rotterdam. Het Amsterdamse B&W wist voor de herbouw van het Carltonhotel geen Marshall-guldens in de wacht te slepen. De woningen wonnen: aan de kant van de Herengracht kwamen serviceflats, ontworpen door architect Jan Wils.

Pas in 1951 waren er fondsen beschikbaar om met 275 bedden het verlies aan hotelaccommodatie te compenseren. Dat opende mogelijkheden voor hotel Krasnapolsky in de Warmoesstraat. ‘Kras’ was daar in 1866 begonnen door Willem Adolph Krasnapolsky, die er een kroegje overnam dat hij verbouwde tot een eersteklas koffiehuis en in 1883 vanwege de Wereldtentoonstelling uitbreidde tot hotel-restaurant. 

Krasnapolsky’s opvolgers bouwden het complex gestaag uit, tot de ingang in 1939 aan de Dam kwam te liggen, naast het grote restaurant Polman. Ook Polman was ooit begonnen als café, het Beiers bierhuis De Bijenkorf, en in de loop der tijd flink gegroeid. In 1912 bouwde architectenbureau Van Gendt voor eigenaar Anton Polman op de plaats van drie percelen aan de Dam een majestueus pand, dat het Polmanshuis ging heten. Op de eerste verdieping zat zijn restaurant, daarboven waren kantoren, de begane grond was winkelruimte. Het restaurant floreerde niet erg; tijdens de Tweede Wereldoorlog was het in gebruik als Wehrmachtheim.

 

Het hele artikel lezen? Je vindt het in ons Septembernummer
 

 

 

Beeld: Collectie Stadsarchief

 

Septembernummer 2019

 

Delen: