Voorproefje Novembernummer: Rijksmuseum toneel van seksueel misbruik

Conciërge Pieter Koning van het Rijksmuseum kon zijn handen niet thuishouden. Hij viel werksters lastig. De 39-jarige Deliana Hagens sloeg van zich af en rapporteerde de aanranding aan de directie. Conciërge Koning verloor zijn baan.

“Ongeveer 5 maanden geleden, in Januari 1920 welken dag en datum het was, weet ik niet meer, kwam ik des morgens klokslag 7 uur aan de voordeur van de woning van den onder-concierge Koning gelegen in het Rijksmuseum, zijde Jan Luykenstraat, de andere werksters waren al binnen en was ik dus alleen. Na gebeld te hebben, deed Koning open en liet mij binnen, waarna hij de voordeur weer sloot.” Met de verklaring van de 39-jarige loswerkster Deliana Johanna Hagens, woonachtig op de Ruysdaelkade 83, een paar minuten lopen van het museum, begint de rapportage in handschrift aan de hoofddirectie, opgetekend op 26 juni 1920. 

 

Stomp

Deze eerste alinea zinspeelt op iets onverkwikkelijks. Inderdaad blijkt al snel dat een eeuw geleden in het eerbiedwaardige gebouw sprake was van een praktijk waarvoor we tegenwoordig de hashtag #metoo hanteren. De ingang die Deliana Hagens nam, lag net om de hoek, tegenover Jan Luykenstraat 2. Ze beschrijft haar gebruikelijke route vanaf het voorportaal, door een gangetje naar de werkplaats en vandaar een trapje op, via een deur naar de gipsenplaats. De onderconcierge volgde haar die ochtend, draaide ineens het gaslicht uit en “pakte mij opzettelijk en onverwachts beet, door zijn arm om mijn hals te slaan en wilde hij hebben dat ik hem zou zoenen, hetwelk ik weigerde. Hij heeft mij toen tegen mijn wil opzettelijk eenige malen hartstochtelijk op mijn mond gezoend.” 

 

Het hele artikel lezen? Je vindt het in ons Novembernummer. 

Dit nummer niet missen? 
Profiteer van 50% introductiekorting én welkomstcadeaus

MELD JE NU AAN!

Delen: