Voorproefje Meinummer: Tramlijn Amsterdam-Purmerend stopt na 60 jaar

Het laatste boemeltje

“Razend, blazend, vliegt het monster langs de lijn. Dreunend, steunend. Maar daar staat een koe. Stop zegt de trein.” Het boemeltje tussen Amsterdam en Purmerend, daarover gaan deze regels van een liedje uit 1940 gezongen door The Ramblers. Het legendarische trammetje reed z’n laatste ritje half mei 1949.

Op vijf mei 1949 plaatste Het Parool ergens tussen de commerciële advertenties een klein ‘Verkeersbericht’ van de Nederlandsche Auto Car Onderneming, kortweg NACO: “Ingaande 15 mei a.s. wordt de lijn A (Amsterdam-Purmerend v.v. met aansluiting naar Hoorn-Alkmaar-Wieringermeer-Leeuwarden-Heerenveen) geopend. Standplaats bij het Tolhuis te Amsterdam-Noord, overvaart per Rederij Bergmann N.V., Damrak t/o Victoria Hotel.”

Dat berichtje over de nieuwe buslijn A kondigde het einde aan van de tramlijn tussen Amsterdam en Purmerend. Die lijn lag daar al bijna zestig jaar en was deel van een klein netwerk van tramlijnen in Noord-Holland. De oudste was de Waterlandse tram van de Noord-Hollandsche Tramweg-Maatschappij NTM (ook wel NHTM), een stoomtramlijn tussen Amsterdam-Noord, Monnickendam en Edam, die op 13 december 1888 werd geopend.

De initiatiefnemer van deze tramondernemingen was de architect en ingenieur Theo Sanders (1847-1927). In 1884 nam hij de jonge H.P. Berlage als compagnon in zijn kantoor op, want Sanders hield zich toen al veel liever bezig met de aanleg van tramlijnen en spoorwegen. Hij had gezien dat Waterland bij de aanleg van de reguliere treinverbindingen was overgeslagen. Er was wel een dienst met stoomboten op Purmerend (van Rederij Goedkoop), maar het grootste deel van Waterland en de stadjes aan de Zuiderzee waren nog altijd afhankelijk van ouderwetse trekschuiten en beurtvaarders.

Sanders’ stoomtramverbinding naar Edam in 1888 was een lijntje van 21 kilometer dat begon aan de noordoever van het IJ. Vanaf het Open Havenfront voor het Centraal Station een voer een ‘heen-en-weer-bootje’ naar het houten tramstation aan de overkant – de overtocht was inbegrepen bij de reis. De reizigers stapten over op de tram, die vervolgens via Buiksloot, Zunderdorp en Broek in Waterland naar Monnickendam tufte. Op 22 juni 1894 kwam er een zijlijn bij vanaf Het Schouw, langs het Noordhollandsch Kanaal en Ilpendam naar Purmerend. Deze lijn werd op 17 juli 1895 verlengd naar Alkmaar.

Het hele artikel lezen? Je vindt het in het meinummer van Ons Amsterdam, dat 3 mei verschijnt.

Nog geen abonnee? Meld je aan

 

Filmbeelden: Rit met de Backer & Rueb stoomtram van de TNHT op de routes Amsterdam - Monnickendam en Amsterdam - Purmerend over een slingerend spoor langs het water. Collectie Eye.

 

Beeld Header: De stoomtram bij het stationskoffiehuis en halte van de Noord-Hollandsche Tramweg-Maatschappij (NHTM) te Buiksloot. Zonder datum. Collectie: Stadsarchief Amsterdam.

Delen: