Voorproefje Meinummer: Singin’ in de Westerstraat

Dankzij een avontuurlijke timmermanszoon uit de Westerstraat bevat de musicalfilm Singin’ in the Rain, het meesterwerk van Gene Kelly en Stanley Donen uit 1952, een Jordanees ingrediënt. 

Onder de ruim 2200 passagiers die op 31 mei 1913 met de Noordam naar New York afreisden, bevond zich een jongeman uit de Jordaan. Christiaan Maurits Verhagen, bijna 23, was geboren en getogen in de Westerstraat als tweede van zeven kinderen uit het gezin van een ‘draaijer’, een timmerman. Bij zijn opkomst voor de militiedienst gaf hij een paar jaar eerder hetzelfde beroep op als zijn vader Gerrit en zijn grootvader Wouter. Met zijn bescheiden lengte, één meter en 641 millimeter, was Christiaan een van de kleinere rekruten van zijn lichting.

Waarom vertrok hij? Schortte het aan voldoende emplooi in het timmermansvak of had hij de hang naar avontuur van zijn moeder? Agatha Laurina Sönnichsen kwam uit een dorpje in Sleeswijk-Holstein en wellicht heeft ze haar zoon, die de namen droeg van haar vader Moritz Christian, aangespoord. Ook zijn broers en zussen verlieten de Jordaan, al bleven zij in Nederland. Christiaan nam als zovele Europeanen in die periode de boot naar een nieuw bestaan in Amerika.

Voelden de passagiers van de Noordam enige spanning? Voor hem persoonlijk telde een tragedie in de familie: in 1895 was het stoomschip Amstel onder gezag van zijn oom Cornelis in noodweer bij Vlieland vergaan. “Tien weduwen en 35 kinderen onverzorgd” achterblijvend, zoals de kranten berichtten. Onder hen was de zus van zijn moeder en haar kroost.

De Noordam beschikte over twintig reddingsboten; met 70 plekken per boot niet voldoende voor alle opvarenden. De ramp met de Titanic was net iets langer dan een jaar geleden, maar in kapitein Watse Krol had het elf jaar oude dubbelstoomschroefschip van de Holland-Amerika Lijn een ervaren gezagvoerder. Op die fatale 14de april 1912 zond Krol zijn collega Smith op de Titanic per marconigram (radiotelegram) een gelukwens met diens nieuwe commando, en tegelijkertijd ook een ijswaarschuwing. Het bericht was in de wind geslagen.

           

Stomme-filmdiva

De tiendaagse reis verliep voorspoedig en op 10 juni 1913 meerde de Noordam af op Ellis Island. Veertig jaar later moet de oud-Jordanees met trots voor de televisie hebben gezeten bij de allereerste live-uitzending van de Academy Awards. Zijn dochter Jean Shirley was genomineerd voor de beste bijrol. Dat ze niet won, rekenen filmliefhebbers nog altijd tot de domste beslissingen uit de Oscar-geschiedenis. Als de platinablonde stomme-filmdiva Lina Lamont bezorgde Jean Hagen, zoals haar artiestennaam luidde, de musical Singin’ in the Rain de ideale tegenspeelster. Haar krijsend stemgeluid, ongepolijste taalgebruik en onuitstaanbare sterallures sturen de onderliggende verhaallijn: de intrede van de geluidsfilm. De onbekende starlet Kathy Selden, gespeeld door Debbie Reynolds, krijgt de ondankbare taak de stem van de diva Lina Lamont te dubben, zonder credit. Een ingreep die veelvuldig werd toegepast bij stomme-filmsterren die niet opgewassen waren tegen de eisen van het nieuwe medium.

Singin’ in the Rain eindigt dan ook met de brute deconfiture van Lina Lamont als ze voor een bioscoopzaal vol premièrepubliek eindelijk zelf een speech houdt: “If we bring a little joy in your humdrum lives it makes us feel as ’though our hard work ain’t not been in vain for nothin’. Bless you all.” Hoon is haar deel.

Het hele artikel lezen? Je vindt het in het meinummer van Ons Amsterdam, dat 3 mei verschijnt.

Nog geen abonnee? Meld je aan!

Beeld: Jean Hagen, geboren als Jean Shirley Verhagen, in Singin’ in the Rain. Wikimedia

 

Delen: