Voorproefje Meinummer: Agent Knol redt Sinti en Roma

Politieman Jaap Knol voorkomt deportatie bij de grote zigeunerrazzia van mei 1944

Twee dagen namen de razzia’s in beslag. Half mei 1944 werden in heel Nederland honderden Sinti en Roma opgepakt en vervolgens in Westerbork op de trein naar Auschwitz gezet. Slechts enkele tientallen overleefden de oorlog. In Amsterdam waren 22 Sinti aangehouden. Agent Jaap Knol bedacht een list om ze weer vrij te krijgen.

Hoofdwachtmeester Roos bracht op woensdagavond 16 mei 1944 om 21.40 uur “5 z.g. sigeneurs” op in politiebureau Houtmarkt op het Jonas Daniël Meijerplein: Antonius Steinbach (“muzikant”) en zijn vrouw Rosina Weiss, zoon Hendrik Steinbach (“artist”), schoondochter Carmen Berger (“zonder beroep”) en kleindochter Sophia “oud 9 maanden”. Hij had de familie meegevoerd van hun woning, Dijkstraat 19-huis. Hun arrestatie staat opgetekend in Rapport no. 136 van den 16den mei 1944 v/m 7 uur tot den 17den mei 1944 v/m 7 uur.

Op 16 en 17 mei 1944 werden in Amsterdam tijdens een razzia in totaal 22 Sinti en Roma opgepakt. Zij kregen te horen dat zij zich ‘even’ moesten melden op het politiebureau, omdat ze in ‘Jodenhuizen’ woonden. De enkele Sinti in de Jordaan niet, hoe en waarom is onbekend. De 22 waren voornamelijk Steinbachs, Rosenbergs en aanverwanten. De oudste was 75 jaar, de jongste amper negen maanden. Van bureau Houtmarkt werden ze overgebracht naar het hoofdbureau aan de Marnixstraat. Daar gebeurde iets geheel onverwachts.

 

Veilig

Leden van de families Steinbach en Rosenberg waren vanaf de tweede helft van de 19de eeuw regelmatig in Amsterdam neergestreken. Zij waren Sinti afkomstig uit Zuid-Duitsland. Hier verdienden zij hun brood met ambulante handel en met het maken van muziek. Eerst woonden zij nog in wagens aan de stadsrand, maar al snel vestigden zij zich in de binnenstad. De zigeunermuziek was in opkomst, ze hadden optredens te over. Het succes trok meer familieleden aan, die ook in de grote horecagelegenheden rondom het Rembrandtplein graag geziene musici waren. Tot ver in de jaren dertig bleven zij optreden. Zelfs tot diep in de oorlogsjaren, want ook de bezetters waren erg gecharmeerd van Zigeunermusik. Met hun muziek werd na de razzia’s nog in de NSB-krant Het Nationale Dagblad geadverteerd.

In de eerste oorlogsjaren kwamen familieleden van buiten naar Amsterdam, rondtrekverbod of niet. Het idee heerste dat de hoofdstad relatief veilig was, zeker in vergelijking met het minder welkome zuiden. Er werd gezegd: ga naar Amsterdam en ga in lege huizen van Joodse mensen wonen, want de Duitsers zijn daar al geweest en komen niet nóg eens. Zo gebeurde het dat er in 1944 enkele tientallen (het werkelijke aantal verschilde per week) Steinbachs, Rosenbergs en aanverwanten woonden in onder andere de Zandstraat, de Jodenbreestraat, de Kleersloot en de Dijkstraat. Muziek werd er nog altijd volop gemaakt, maar dat alles stond op het punt om te veranderen.

Het hele artikel lezen? Je vindt het in het meinummer van Ons Amsterdam, dat 3 mei verschijnt.

Nog geen abonnee? Meld je aan

Beeld: Collectie NIOD. Op deze foto een 'zigeunerkamp' dat zich aan de rand van Haarlem bevond, eind 1940. Het vermoeden bestaat dat deze reportage van fotograaf Franz Stapf als een soort documentatie moest dienen voor Duitse instanties, ter voorbereiding van maatregelingen. Met viool in de hand op de rug gezien is Lolo Adell, met de luit is Frans Basili en achter staat Josef Basili. Alledrie hebben ze Auschwitz overleefd.

 

Delen: