Voorproefje juninummer: Sterrenhemelkaart in Paleis op de Dam zag er ooit heel anders uit

De ontdekking van de hemel

De grootste kaarten ter wereld liggen in de vloer van de Burgerzaal van het Paleis op de Dam. De drie ronde mozaïeken laten de wereld en de sterrenhemel zien. Onlangs is ontdekt dat de hemelkaart er oorspronkelijk compleet anders uitzag. Deze zomer is een reconstructie van de kaart te zien tijdens de tentoonstelling Het Universum van Amsterdam.

Donderdag 29 juli 1655 was voor Amsterdams beroemdste cartograaf, Joan Blaeu, een dag met een gouden randje. Het nieuwe stadhuis op de Dam werd ingewijd. Ongetwijfeld liep hij mee in de plechtige processie van hoogwaardigheidsbekleders, want hij had een uiterst belangrijke bijdrage geleverd aan het ‘Achtste Wereldwonder’, dat door architect Jacob van Campen was ontworpen als een universum in het klein. In de Burgerzaal troonde de Stedemaagd boven de ingang, omringd door marmeren reliëfs met de vier elementen (Aarde, Water, Vuur en Lucht) en festoenen met aardse flora en fauna: de microkosmos. Beelden van Romeinse goden in de omliggende galerijen belichaamden de planeten uit ons zonnestelsel: de macrokosmos. En in het hart van dit alles, aan de voeten van de Stedemaagd, had Van Campen in de vloer drie enorme, ronde mozaïekkaarten van de wereld en de sterrenhemel bedacht. Er is geen beeldspraak te vinden die duidelijker vertelt hoe Amsterdam zichzelf zag in deze tijd. Amsterdam had de wereld aan haar voeten. 

Het is geen wonder dat het stadsbestuur aan Joan Blaeu de opdracht gunde om de vloerkaarten te maken, vermoedelijk kort voordat hij in 1651 toetrad tot de vroedschap. Voor het stadhuis was alleen het beste goed genoeg. Amsterdam was het belangrijkste centrum voor cartografie ter wereld; de vele uitgeverijen, gevestigd in de directe omgeving van het stadhuis, publiceerden een onvoorstelbare hoeveelheid kaarten en atlassen. En Blaeu was de beste en belangrijkste van allemaal. In 1648 had hij een wereldkaart van maar liefst twee bij drie meter gemaakt, de grootste ooit, state of the art, met de allerlaatste geografische ontdekkingen. Die kaart moest als voorbeeld dienen voor de twee buitenste mozaïekkaarten: het oostelijk en het westelijk halfrond. 

 

Messing

De rol van Joan Blaeu als aannemer in het project blijkt uit een post in de resoluties van de Thesauriers Ordinaris, de stadsbestuurder die over financiën en openbare werken ging. Op 28 december 1652 was er een betaling aan Blaeu: “per Jan Wijbrandts Colck betaelt voort maecken en schilderen, vergulden en verschuren van de groote sphera planeten en den quodiacq [zodiac]”. Blaeu was verantwoordelijk voor het ontwerp van de drie kaarten, de handwerksman Colck maakte ze. Opmerkelijk is dat juist hij de kaarten signeerde. In de rand van de hemelkaart zijn in metaal de letters ‘Y W’ nog aanwezig, net als een uitsparing in het marmer voor het metalen plaatje met zijn achternaam. 

Onlangs is ontdekt dat de sterrenhemelkaart in het midden van de vloer er oorspronkelijk heel anders uitzag. Die oogt tegenwoordig nogal kaal, waarbij in het witte marmer vooral de 792 messing sterren opvallen, elk op zijn eigen plek aan het firmament. Hoe helderder aan de hemel, hoe groter. Tussen die sterren zijn delen van sterrenbeelden te herkennen, ook van messing. Sterrenbeelden zoals Orion, Grote Beer of Weegschaal werden op oude kaarten als beeldende figuren ingetekend. Maar vreemd genoeg zijn in de paleisvloer alleen hun attributen te zien, zoals wél de knots van Hercules, niet de Griekse held zelf.

Het hele artikel lezen? Je vindt het in ons juninummer. Meld je hier aan voor een abonnement.

 

Beeld: Hesmerg, Collectie Paleis op de Dam

Juninummer 2019

Delen: