Voorproefje Juninummer: Au Palais des Modes. De chique confectie van P. Mars & Co

In 1976 sloot Boutique Mars in de Leidsestraat haar deuren. De boetiek was de laatste opvolgster van de Firma P. Mars & Co., een Amsterdams modepaleis dat in zijn glorietijd zaken had op de prominentste plekken van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Confectie verpakt als Parijse luxe.

De Firma P. Mars & Co was in haar tijd een heel nieuw soort winkel. In de jaren zestig van de 19de eeuw werd de modebranche in Nederland opgeschud door de komst van Engelse en Duitse confectiekleding. Tot dan was de mode-industrie in Nederland vooral kleinschalig: vaklieden in ateliers vervaardigden voor rijkere cliënten kleding op maat. Het ging om vakmanschap en om de persoonlijke relatie met de kleermaker. Onderhandelen over de prijs was niet onbehoorlijk, winkeliers pasten de kwaliteit aan. Voor wie minder te besteden had, bestond er een grote handel in tweedehands kleding, die de dames (en heren) na aankoop konden (laten) vermaken. De rest van de mensen – verreweg de meeste – maakten hun kleren zelf.

De komst van confectie betekende een constante stroom van goedkopere, industrieel geproduceerde kleren. De prijzen waren lager dan maatwerk, ook omdat ze de winkelier vrijwel geen mankracht of arbeidsuren kostten. Daardoor veranderde ook de manier van verkopen: de confectiematen en de prijzen stonden vast, onderhandelen was er niet meer bij. Confectie bracht mode binnen het bereik van een breder publiek: de niet-werkende echtgenotes uit de uitdijende lagere en middenburgerij en de groeiende groep vrouwen met behoorlijke banen – verpleegkundigen, secretaresses en onderwijzeressen – die beschikten over meer vrije tijd en een groter inkomen.

 

Nouveautés

Een van deze nieuwe generatie winkeliers was Peel Mars (1843-1893), geboren in Utrecht. Hij opende in 1869 in Amsterdam op de Nieuwendijk een winkel in modes: modieuze accessoires als veren boa’s, zijden bloemen, veren en fournituren. Klanten schaften hoeden ‘kaal’ aan en lieten die op advies van modistes naar de laatste Franse mode opmaken. Mars kampte met een slechte gezondheid en begon daarom in 1889 een vennootschap met twee van zijn werknemers, Eliza Nieman (1865-1921) en Carl Determeyer (1859-1925). De twee jongemannen kregen een salaris van f 1.500.-, plus kost en inwoning en een aandeel van 10% in de nettowinst van alle zaken (behalve de Rotterdamse). Enkele jaren later overleed hij op 50-jarige leeftijd, volgens de advertentie “na langdurig lijden”.

 

Verder lezen? U vindt dit artikel in het komende juninummer.

Klik hier voor een voordelig jaarabonnement.

 

Beeld: Detail van schilderij Hoedenwinkel van Mars op de Nieuwendijk te Amsterdam, 1893, door Isaac Israëls. Collectie Groninger Museum

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Economie
Editie:
Juni
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Verhaal