Voorproefje Aprilnummer: De eerste diamantslijpers

Juweliers en edelsteenhandelaren strijken vanaf eind 16de eeuw in Amsterdam neer. De meesten komen uit Antwerpen. Er is werk voor veel diamantbewerkers. Een gilde is er niet. Meesters leiden hun leerlingen op hun eigen manier op.

In 1596 ziet de Antwerpse juwelier Hans Thijs – hij is pas net in Amsterdam gevestigd – een goede toekomst voor zichzelf: er zijn genoeg goudsmeden en diamant- en robijnsnijders in de stad om zijn beroep goed te kunnen uitoefenen. Hij doet onder andere zaken met Francisco Pinto de Brito. Ook een immigrant, geboren in Lissabon, waar hij als ‘Nieuw Christen’ – bekeerde Jood – leefde. In 1602 vroeg De Brito met succes het poorterschap van Amsterdam aan. Hij is dan een van de eerste grote diamant- en suikerhandelaren die zich in de stad vestigt. Zijn wereldwijde handelsnetwerk bestaat uit Portugese families en Vlaamse kooplieden die vanuit Lissabon zorgen dat zijn handelswaar veilig in Amsterdam aankomt.

Zoals Francisco Pinto de Brito zijn er veel Portugese ‘Nieuw Christenen’ die in diamanten handelen. Velen van hen keren in Amsterdam overigens als ‘Nieuwe Joden’ weer terug naar hun oorspronkelijke geloof. De ruwe diamanten zijn afkomstig uit India en vinden per schip via Goa en Lissabon hun weg naar Amsterdam. Hoeveel er langs individuele handelaren naar Amsterdam komen is niet meer na te gaan, maar illustratief is dat in 1602 één enkel schip alleen al voor Francisco Pinto de Brito vier zakjes (‘besaaltjes’) met ruwe diamanten vervoert. In een zakje kunnen zo’n 300 tot 400 diamanten zitten, met een gezamenlijke waarde tot ruim f 20.000,-.

Begin 17de eeuw gaat ook de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in diamanten. De VOC staat zijn personeel niet toe zelf in diamanten te handelen, en ondervindt toenemende concurrentie van de Britse East India Company, die dat wel goed vindt. Londen wordt hét Europese centrum voor de handel in ruwe diamant. Veel Portugese kooplieden vertrekken naar de Britse hoofdstad, maar de slijpindustrie blijft grotendeels in Amsterdam. De slijpers hebben weinig animo om te emigreren en via de handelsnetwerken komen de ruwe diamanten gemakkelijk van Londen naar Amsterdam. Sterker nog, steeds meer slijpers trekken naar Amsterdam. Juweliers als Hans Thijs hebben het voor het uitkiezen.

 

Verder lezen?

U vindt dit het artikel in het komende Aprilnummer

Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 3 april._
Dit nummer niet missen, maar nog geen abonnee? Meld u aan VÓÓR
DONDERDAG 19 MAART 16:00 U., dan krijgt u dit nummer thuis.

 

Daniël Metz en Karin Hofmeester

Aprilnummer 2020

Delen: