Voetballen met Hollandse hoofden

In de populaire pers werden de wreedheden van de Franse veroveraars breed uitgemeten. Er verscheen zelfs een kinderboek waarin hun gruweldaden tot in detail worden beschreven. 

Amsterdam was niet het epicentrum van het Rampjaar 1672, maar wel een knooppunt in het post- en nieuwsverkeer in binnen- en buitenland, en dus een centraal punt in de ‘informatierevolutie’ van die jaren. In de stad waren minstens negentig stadsdrukkers, die ‘tot diep in de nacht werkten om een groeiend publiek te bedienen dat geloofde in samenzweringen en de laagheid van zijn bestuurders,’ zo schrijft Luc Panhuysen in Rampjaar 1672. In petities en pamfletten vonden allerlei kleinere en onofficieel georganiseerde schrijvers een mogelijkheid tot het voeren van propaganda. 

Zo publiceerde de Amsterdamse diplomaat Abraham de Wicquefort in 1673 het boekje Advis fidelle aux véritables Hollandais over de wandaden van de Franse troepen. Een andere Amsterdammer, de etser Romeyn de Hooghe, verzorgde er tien grote illustraties voor. De Hooghe was een van de meest actieve kunstenaars tijdens het rampjaar en een ware propagandist. Hij maakte verschillende etsen van misdaden die de Fransen hadden gepleegd in de provincie Utrecht en bij de plunderingen van de dorpjes Zwammerdam en Bodegraven.  

De Wicquefort (ook wel Van Wickevoort) was een zeer ervaren diplomaat, die de Fransen van nabij kende – hij had zelfs een tijdje in de Bastille gevangen gezeten. Zijn schokkende verhaal kwam hard aan. De Amsterdamse boekverkoper en drukker Jan Claesz ten Hoorn, gevestigd op de Grimburgwal ‘over ‘t oude Heeren Logement’, publiceerde meteen een Nederlandse vertaling, die in 1674 verscheen als De Fransche Tirannie, Oprecht en Waerachtig Verhael van de Grouwelijke Wreetheden [...] door de Franssen gepleegt.  

Spiegel der jeugd 
Ten Hoorn zag nog meer commerciële mogelijkheden in een bewerking van De Wicqueforts boekje voor een groter publiek. In juni 1674 verscheen het onder de naam De Nieuwe Spiegel der Jeugd, of Franse Tiranny, gedrukt op zakformaat en voor maar enkele stuivers verkrijgbaar. Volgens de titelprent was het boekje voornamelijk voor kinderen bedoeld, ‘zeer nut en dienstig om in de Schoolen geleerd te worden’. De etsen van De Hooghe werden in versimpelde vorm nagetekend en afgedrukt. Ten Hoorn adverteerde in de Amsterdamsche Courant: ‘Deze Franse gruwelijkheden behoorden tot een eeuwige memorie gelezen te worden.’ 

De tekst bestaat uit een dialoog tussen een vader en een zoon. Die vorm was gebaseerd op de oude Spiegel der Jeugd die was uitgebracht in 1614, over de Spaanse gruwelijkheden tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Ook hierin vertelt een vader aan zijn zoon over de misdaden van de buitenlandse indringers en het leed van de Nederlanders.  

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Abonneer je Arrow right Geef cadeau Arrow right

In de Franse Tiranny zegt de vader bijvoorbeeld dat de Fransen kinderen levend in het vuur geworpen hebben, en ‘haare tedre Lighaampjes’ op hun spiesen ‘te pronk’ hebben rondgedragen. De zoon reageert verontwaardigd: ‘Hoe kan een redelyk Mensche-hert zo wreed zyn tegen teere onnozele kinderen! Dus blykt wel klaarlyk dat zy gantsch van den Menschelyk aart zijn verbasterd en alleen [met] Leeuwen, Tygers, Beeren en Wolven vergeleeken moete worden, in dien zy dezelve in grouwelijke wreedheid nog niet overtreffen.’  

De Vader doet er nog een schepje bovenop: de Fransen zouden zelfs ‘met hoofden van doode Menschen’ hebben gevoetbald. De illustraties, met kleine versjes als onderschrift, liegen er niet om: ‘Het Lighaam leyd ter neer, de Hoofden zijn hier Ballen / Daar het Tirannig Rot, boosaardig mee gaat mallen.’ 

52 drukken 
In het eerste jaar van publicatie werd de Franse Tiranny al tweemaal heruitgegeven, door de Amsterdamse drukkers Jacobus Bouwman en Jacobus Konijnenberg. Volgens onderzoekers Nicoline van der Sijs en Arthur der Weduwen, die in april van dit jaar een hertaling van de Franse Tiranny uitbrengen bij uitgeverij Waanders, zijn er 52 drukken van het boek bekend.  

Dat toont aan hoezeer de herinneringen aan het Rampjaar tot ver in de 18de eeuw een plek innamen in het gedachtengoed van de Nederlanders.  

Ook de Fransen merkten de anti-Franse propaganda op, zo stelt Der Weduwen. De Franse delegatie die in 1714 Nederland bezocht liet weten dat het boekje koning Lodewijk XIV had ‘gechagrineert’, en hij wenste dat de druk van het boekje zou eindigen. Dat gebeurde niet. De laatst bekende versie van het boekje werd pas gedrukt in 1780. 

Beeld header: Franse wreedheden in een dorp. Ets door Romeyn de Hooghe uit 1674. Rijksmuseum Amsterdam.

Delen:

Dossiers:
Politiek
Editie:
Mei
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1600-1700

Gerelateerd

Die Amsterdamse rotzakken
Die Amsterdamse rotzakken
Verhaal 1 mei 2022
Paniek en angst 1672
Paniek en angst 1672
Verhaal 1 mei 2022