Vier eeuwen café Kadoelen

Borrel in een koffiekom

Het onlangs vernielde Café Kadoelen in Noord kent een lange en roerige geschiedenis. Eeuwenlang had het een sleutelpositie in de transportverbinding tussen Amsterdam en Waterland. De gelagkamer was een trefpunt van schippers, vissers, boeren en passanten. De uitbaters overleefden dijkdoorbraken, branden, stormvloed, crisis en oorlogsjaren. Maar sloop dreigt de historische horecalocatie nu de kop te kosten.

Op de plek van Café Kadoelen (Landsmeerderdijk 195, hoek Kadoelenweg) stond in de 17de eeuw al een houten herberg. De dijk liep nog niet langs een rustig kabbelend kanaal, maar beschermde de buurtschap Kadoelen tegen de woeste grillen van het IJ, dat in verbinding stond met open zee. De waterhuishouding was bepaald niet eenvoudig. Bij een van de vele dijkdoorbraken was een binnendijks meertje ontstaan, de Wilmkebreek. De wegen waren door overstromingen en krakkemikkige bruggen dikwijls onbegaanbaar – het was er “kwaad dolen”, vandaar de naam Kadoelen. 

De vroegst bekende uitbater van de herberg in Kadoelen was Jan Claasz Backer uit Oostzaan. Net als veel buurtgenoten was hij transportschipper: met zijn vaartuig de Groene Ridderhaalde hij koren uit de Oostzeehavens. Hij kocht de herberg aan het toenmalige Landsmeerderpad vóór 1631. In dat jaar maakte een notaris in zijn gelagkamer een akte op over de inpoldering van de Wilmkebreek. Ook de heemraden kwamen er bijeen om de aanhoudende dijkdoorbraken te bespreken, onder het genot van een drankje.

‘Groene Ridder’ Jan Claasz deed zijn herberg in 1638 van de hand, toen hij door ziekte de exploitatie niet langer aankon. De nieuwe herbergierster had andere problemen: ze betaalde de hypotheek niet en de herberg werd gedwongen geveild. Volgens de aankondiging in 1645 was het “een goede groote herberg, staende wel bequam tot die gasterij en tapperij neringh”. Gasten konden er dus zowel drinken als overnachten. De ligging van het drankhuis, bij de aanlegsteiger van het veer tussen Amsterdam en Landsmeer, was gunstig. Ook de omwonende agrariërs, schippers en vissers wisten de zaak te vinden en vanuit Waterland hielden de melkschuiten er halt, na een tocht via de gouw- of wegsloot (nu: Kadoelenweg). In de 18de eeuw werd er af en toe vastgoed uit de omgeving in de herberg geveild. Ter vermaak was er een kolfbaan – de toenmalige rage – aangelegd, zo blijkt uit krantenadvertenties. 

 

Kippen

Al die jaren bleef de naam Groene Ridder, ook bij een volgende verkoop in 1801. De waarde van het herbergpand was door de economische teruggang in de Frans-Bataafse tijd gedaald tot een schamele 100,-. Maar halverwege de 19de eeuw werd de oude herberg omgedoopt tot Koffiehuis Y en Stadzicht. Eigenaar annex uitbater was nu de Landsmeerse schipper Jan Jansen Kat, die in 1867 samen met de Amsterdammer Gerrit Antonie Wagner een gemotoriseerde stoombootmaatschappij tussen Landsmeer, Oostzaan en Amsterdam op poten zette. Na twee jaar ging de vaardienst op de fles en moest Kat vanwege de financiële sores ook het pand met bijbehorende slijterij in Kadoelen van de hand doen. 

Nieuwe eigenaar in 1869 van het café-koffiehuis was de familie Van Noord. Eerder hadden ze in Amsterdam een water- en vuurwinkeltje. Voor een cent kon je daar een emmer warm bad- of waswater krijgen, of hete kolen om de kachel mee aan te maken. Mevrouw A. van Noord-Fraaij – bijgenaamd ‘Moeder Aaltje’ – was geboren in Oostzaan. Haar man, Gerrit van Noord uit Landsmeer, verdiende bij als visserman en verkocht hooi van naastgelegen graslanden. Gerrit was astmapatiënt en had een zwakke gezondheid, dus deed Moeder Aaltje het meeste werk in en om het drankhuis. Ze verzorgde de op het erf rondlopende kippen, deed inkopen en bediende de bezoekers. Tussen de bedrijven door bracht ze als ‘vroedvrouw’ twaalf kinderen van een naburig daglonersgezin op de wereld. 

De inrichting van het cafégedeelte was eenvoudig, al stond er wel een biljart en hingen er muziekinstrumenten aan de wand. Een wc ontbrak, gasten konden benedendijks terecht in een huisje, uitwaterend op de sloot. Het gestaag groeiende gezin Van Noord woonde in de kelder, waar een huiskamer, een slaapkamer en een keukentje waren. Incidenteel was de woonkelder ook logement. Tijdens de bouw van het stoomgemaal Kadoelen (1875), verderop aan de dijk, logeerden er bijvoorbeeld arbeiders op het stro. 

 

Brand

Moeder Aaltje bood ook onderdak aan de gravers van de Noorder IJpolder. Na de in 1872 voltooide inpoldering lag het drankhuis niet langer rechtstreeks aan het IJ. Een nieuwe veerdienst tussen Oostzaan, Landsmeer en Amsterdam – met een “nette ende welingerigte” schroefstoomboot – voer over het Zijkanaal met de letter I. De opstapplek verhuisde van het café naar de OostzanerOvertoom, waaraan de naam van de huidige Stoombootwegnog herinnert. Vijf jaar later was ook de rijweg van Landsmeer naar de Tolhuispont gereed. Die stoffige macadamweg, geplaveid met kiezels en steengruis, leidde langs het café, dat ook vanwege de melkschuiten een knooppunt bleef in het personen- en goederenvervoer.

In 1879 verrees op een paar honderd meter afstand een groot kruitmagazijn, ten behoeve van de marine. De mariniers gebruikten het als pleisterplaats. De uitbaters van het café verzorgden de bevoorrading, via een steiger en een smalspoortje. In de nacht van 21 juli 1893 sloeg het noodlot toe: in het café brak een hevige brand uit. De familie Van Noord ontvluchtte in allerijl de woning, die algauw in vuur en vlam stond. Vanwege de nabijgelegen kruitopslag was haast geboden! Buren en brandweer kwamen helpen blussen. Gelukkig vlogen de vonken de andere kant op, maar het eeuwenoude houten herbergpand werd wel compleet in de as gelegd. Het was verzekerd, “hoewel laag”, schreef de krant. Van Noord bouwde een nieuw onderkomen met etablissement op dezelfde plek. De kruitopslag zou pas in 1925 vertrekken, hoewel er nog tweemaal brand uitbrak in de buurt.

Moeder Aaltje baarde tien kinderen, van wie één dochtertje jong overleed. Echtgenoot Gerrit stierf in 1908. Zoon Jan en zijn vrouw, Elisabeth Been uit de Haarlemmermeer, kwamen ook in de kelder wonen, op den duur met eigen kinderen. De karige inkomsten uit het café-koffiehuis – een rijksdaalder per week – en af en toe een zelf gevangen visje waren onvoldoende om alle monden te voeden. Jan ging werken bij een aannemer en verhuisde, maar keerde terug om Moeder Aaltje te helpen. Inmiddels was haar gelagkamer het clubhuis geworden van Biljartvereniging Kadoelen en een klaverjasgezelschap.

 

Borreltjes

Nieuwe rampspoed trof het café-koffiehuis tijdens de stormvloed van januari 1916. Het wassende water van het achtergelegen Waterland, waar de zeedijk was doorgebroken, bereikte ook de Kadoelen. De achter- en zijkant van het pand spoelden weg, de meubels, het biljart en “een kostbaar muziekinstrument” dreven doelloos rond, zo getuigde een verslaggever. Moeder Aaltje liet het pand grondig herstellen. Haar bedrijfsvoering bleef enigszins ouderwets. Zo gebeurde het tappen door met slangetjes bier vanuit het vat over te hevelen in flesjes. Zij overleed in 1929, inmiddels ver in de tachtig. 

Zoon Jan mocht alleen ‘verlof A’ behouden en had dus geen sterkedrankvergunning meer. Een commerciële tegenvaller, juist in een periode van economische crisis. Met gevoel voor humor veranderde hij de cafénaam in De Kleine Winst. Om de geringe inkomsten op te stuwen, verhuurde hij roeibootjes aan hengelaars voor een kwartje per uur. Als de klanten terugkwamen, namen ze in het café nog een afzakkertje. Er was net genoeg geld om het secreethuisje buiten te vervangen door een wc in het cafégedeelte.

Na het overlijden van Jan van Noord (1933) bleef zijn vrouw Betje Been achter. Ze had nog altijd geen volledige vergunning, maar wist op slinkse wijze toch sterkedrank te schenken. Vaste klanten die een borrel bestelden, kregen tegelijkertijd een koffiekom uitgereikt met een staartje koffie erin. Als er een vreemde binnentrad, namen ze de borrel in de hand tussen de benen en bleef de koffiekom op tafel staan. Ter vermaak stond er in het café een mechanisch behendigheidsspel. Voor een dubbeltje konden klanten een harlekijn een kogeltje laten opvangen met zijn hoed. De winnaar kreeg een paar sigaren.

 

Bushalte

In de Tweede Wereldoorlog kwam een dochter van Moeder Aaltje in het café wonen. Haar man, Jaap Brandjes, ventte in Amsterdam kippen en eieren met zijn bakfiets, maar raakte brodeloos door de Duitse bezetting. Hij werd de kastelein, installeerde in 1941 een bierpomp en verbouwde het pand na de bevrijding. De naam wijzigde hij in Café Kadoelen. Inmiddels was het stoombootveer voorbijgestreefd door het busvervoer, dat bij het drankhuis een overstap had voor de diensten tussen Purmerend, Zaandam, Amsterdam, Landsmeer en Oostzaan. In 1953 kreeg Brandjes eindelijk een volledige vergunning, tegelijk met een slijtvergunning. Zijn grootste inkomsten haalde hij uit die slijterij, waar vooral buurtgenoten op afkwamen. Het café trok reizigers die op de bus wachtten bij de halte voor de deur. Ook de buschauffeurs kwamen er een pintje pakken en wierpen hun overtollige kleingeld in een gokautomaat.

Het echtpaar Brandjes hield er in 1965 mee op. Twee jaar later kwam het Landsmeerse café vanwege een grenswijziging in de gemeente Amsterdam te liggen. Weer een jaar later maakte de opening van de IJtunnel een einde aan de knooppuntfunctie van Kadoelen, aangezien de bussen het dijkje voortaan links lieten liggen. Het pand bleef horeca. In 1988 begonnen Henk en Anneke Franken er hoopvol hun eetcafé Bar Bistro Henk en Anneke. Ze gaven het interieur een opknapbeurt, al bleven de fraai betegelde schoorsteen en de grote stamtafel stille getuigen van het verleden. Anneke schotelde de klanten zelfgedraaide gehaktballen, biefstuk met brood en “specialiteiten” voor. Lunches verzorgde ze ook. Ze verwachtte aanloop van bedrijven uit de buurt, zoals de arbeiders van de machinefabriek Kiekens (nu Imtech), en verwelkomde nog altijd de stamgasten van de klaverjasvereniging en de biljarters.

 

Sloop?

Het liep mis. Binnen een jaar na de optimistische start moesten Henk en Anneke wegens ziekte hun bar-bistro verkopen. Nieuwe uitbaters hielden het evenmin lang vol: ze gingen failliet of gaven er de brui aan. In 2017 kon je er nog een drankje en een broodje bal krijgen. De terrasstoelen voor het café boden een aangenaam zicht over de dijk, al reed het langsrazende verkeer dan bijna over je tenen. Plotseling was het horecapand gesloten. 

Het karakteristieke dijkhuisje vertoonde inmiddels ernstige tekenen van verval, vooral aan dakbedekking en houtwerk. Eigenaar Ferry Prud’homme de Lodder wilde het legendarische drankhuis slopen en vervangen door luxe koopappartementen. Eind 2018 is de buurt in actie gekomen voor behoud van het cultuurhistorisch zo belangwekkende Café Kadoelen. De steeds volkrijkere omgeving – met nieuwbouwwijken als de Bongerd – vraagt om behoud van de pittoresk gelegen horecalocatie als sociale ontmoetingsplaats, dat ook voor langsfietsende toeristen een fijne pleisterplaats kan zijn. Bezorgde burgers proberen het pand nu op de monumentenlijst te krijgen en zo het lot te besparen van het ooit verderop aan de dijk gelegen Laatste Stuivertje. Dat legendarische café moest in 1966 wijken voor een nooit aangelegd ‘boogkanaal’.

In januari 2019 namen krakers hun intrek in het leegstaande café. Zij pleitten voor het behoud van de publieke functie en protesteerden tegen de “uitverkoop van de stad” aan projectontwikkelaars. Enkele weken later moesten zij toezien hoe eigenaar Prud’homme zonder vergunning het gebouwtje liet vernielen. 

Zelfs de allerjongste Noorderlingen leven intussen mee met het lot van Café Kadoelen. De kerstmusical van de leerlingen van basisschool Elzenhagen was gewijd aan de geschiedenis, met glansrollen voor Moeder Aaltje en een baardloze waard van de Groene Ridder. Ook zullen twee straatnamen in de naastgelegen nieuwbouw Klein Kadoelen straks herinneren aan de herberg en de 17de-eeuwse uitbater. Zo erkent de gemeente de grote cultuurhistorische waarde van deze horecalocatie, die een betere bescherming verdient.

 

MAARTEN HELL IS HISTORICUS EN WOONT IN NOORD. MET DANK AAN ANS KEMINK-VAN NOORD.

 

 

Beeld: Rouwkoetsen op de dijk omstreeks 1900, met rechts het café-koffiehuis annex logement van (dan) Moeder Aaltje en links het huis (De Kazerne) waar de marinemensen van het kruithuis verbleven. De wegwijzer staat bij de afslag naar Landsmeer over het Zuideinde, nu Kadoelenweg, in de volksmond ‘De Kluft’. Helemaal rechts de schoorsteen van het stoomgemaal Kadoelen. Collectie Historisch Centrum Amsterdam-Noord.

Beeld header: Henk Thomas, interieur voor de sloop met op de muur een foto van het café in vroeger tijden.

 

Aprilnummer 2019

 

Meer lezen? Word abonnee van Ons Amsterdam en profiteer van introductiekorting + cadeaus

Ons Amsterdam vertelt 10 x per jaar de mooiste, spannendste, wonderlijkste, kleurrijkste verhalen uit de Amsterdamse geschiedenis.

Aprilnummer 2019
Delen: