Verkeersinfarct door Bodecentrum

Steeds langere vrachtwagens blokkeerden Nieuwezijds

De vrachtwagens van de bodediensten aan de kop van de Nieuwezijds en Spuistraat veroorzaakten jarenlang een verkeerschaos. Het is curieus dat deze activiteit zich zo lang in hartje stad handhaafde. Pas in 1957 verhuisde het Bodecentrum naar Oost en later naar het havengebied.

Toen het Centraal Station in 1889 werd geopend, vestigden zich in de directe omgeving veel bedrijven die zich op vervoers- en besteldiensten richtten. Vooral de in 1884 gedempte, brede Nieuwezijds Voorburgwal was daar zeer geschikt voor. Deze ontwikkeling werd nog versterkt, toen na de Eerste Wereldoorlog het gemotoriseerd verkeer veld won. Tientallen bedrijven die zich in goederenverkeer hadden gespecialiseerd, zaten op een kluitje op de Nieuwezijds – het gedeelte van de Nieuwe Kerk tot de Martelaarsgracht – en in het begin van de Spuistraat.
Na de Tweede Wereldoorlog leidde die concentratie al snel tot een dagelijkse verkeerschaos. De vrachtauto’s werden steeds groter, zodat de laad- en lostijd toenam. Er was vaak geen doorkomen aan, met al die dubbelgeparkeerde transportvoertuigen en met goederen volgepakte trottoirs. De kranten hielden niet op met klagen over deze noodtoestand. Dat was niet zo verwonderlijk, want er waren heel wat kranten gevestigd op de Nieuwezijds en die zaten er met hun neus bovenop.
Toen in het najaar van 1954 B&W met de Nota binnenstad kwamen, pikten die kranten er vooral één element uit dat aansprak: de voorgestelde verhuizing van het Bodecentrum. Zo was men de concentratie van zo’n 50 bedrijven gaan noemen, die zich in een belangenvereniging van die naam hadden gebundeld. De Nota binnenstad beschreef hoe het stadsbestuur de congestie van het stadscentrum door het toegenomen autoverkeer te lijf wilde gaan, en het aansprekendste voorbeeld daarvan was toch wel het dagelijks verkeersinfarct op de Nieuwezijds.
Drie jaar later was het dan eindelijk zover dat het Bodecentrum kon verhuizen. Met het blazen op een zilveren fluitje verrichtte minister J. Algera van Verkeer en Waterstaat op zaterdagmiddag 2 februari 1957 de opening van het nieuwe Bodecentrum aan de Pontanusstraat en Zeeburgerdijk. Het zou een tijdelijke plek zijn, want eigenlijk had het gemeentebestuur het terrein van het Marine-etablissement op Kattenburg op het oog. Maar de Marine bleef er zitten, zodat een andere locatie gezocht moest worden.
Vier jaar later, toen het terrein aan de Pontanusstraat alweer te klein bleek – er werden tussen zeven uur ’s ochtens en zeven uur ’s avonds 1600 voertuigen geteld die kwamen laden en lossen –, viel het oog van een gemeentelijke commissie op het westelijk havengebied. En daarheen is het Bodecentrum op maandag 22 juni 1970 verhuisd, naar de Gyroscoopweg vlakbij de Coentunnel. Op het vrijgekomen terrein verrezen flatwoningen, de Roomtuintjes.
Op hun nieuwe stek hadden de bodediensten ruimte genoeg, maar gezelliger was het er niet op geworden. ‘Vervoerscentrum’ heette het nu, dat klonk wel zo modern. Een kale vlakte, waar de gemeente even kale loodsen had neergezet. Voor elementaire voorzieningen als wc’s dienden de bedrijven zelf te zorgen. “Er zijn geen cafés en kantines voor de lunchpauze en bij de geringste windstoot donderen de gigantische metalen constructies als een onweer,” meldde het Algemeen Handelsblad.
Met weemoed dacht menig werknemer aan de Nieuwezijds.

Delen:

Jaargang:
2007 59

Gerelateerd

Comedie aan de Middenweg
Comedie aan de Middenweg
Recensie 12 april 2013
King in de RAI
King in de RAI
Recensie 1 april 2013
Column: Nieuwe vrijplaatsen
Column: Nieuwe vrijplaatsen
Column 21 december 2010