Verkeersfilms uit de jaren vijftig. Tienduizenden kinderen zagen de verkeersfilms van Mirror Film

Mei 1956, hoek Van Eeghenstraat / Jacob Obrechtstraat. Een jonge vrouw in 18de-eeuwse hoepelrok staat midden op straat in het drukke verkeer. Fietsers en auto’s schieten langs haar heen. Bellen en toeteren: ‘Hé, uitkijke!’ Het is een scéne uit de verkeersfilm Carolientje.

Oudere Amsterdammers herinneren zich de film misschien nog wel: Carolientje, een verkeersfilm. Hij werd vertoond aan talloze Amsterdamse schoolklassen en draaide van 12 tot 18 april 1957 in het voorprogramma van bioscoop Cineac in de Reguliersbreestraat. De film introduceerde de ‘knipperbol’: een knipperend licht bij het zebrapad, dat automobilisten attendeerde op overstekende voetgangers. ‘Carolientje’ werd van een rustig landweggetje in Thorn in de 18de eeuw zomaar naar een drukke straat in naoorlogs Amsterdam geparachuteerd. Het Algemeen Handelsblad schreef: “Instructief is het verhaaltje zeker, maar zolang het grootste deel van ons land nog van knipperbollen is verstoken lijkt het weinig zinvol hieraan de gehele verkeersles op te hangen.”

Carolientje was een productie van het Amsterdamse filmbedrijfje Mirror Film aan de Middenweg, dat als eerste bedrijfs- en voorlichtingsfilms door middel van sponsoring wist te financieren. De films laten het Nederland en het Amsterdam van de wederopbouw zien: kleinschalig, provinciaal, maar in de greep van nieuwe ontwikkelingen.
De grote man achter Mirror Film was Johannes J. de Goede (1908-1991). Vlak voor de Duitse inval op 10 mei 1940 had hij zich laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel als eigenaar van een zaak in ‘moderne fotografie’, Middenweg 165. De zaken gingen in de oorlogsjaren voor de wind: iedereen moest van de bezetter een persoonsbewijs met pasfoto op zak hebben. Tijdens de naoorlogse babyboom liet De Goede een folder verspreiden met foto’s van een liggende, een zittende en een staande baby onder de leus: “Drie maanden... zes maanden... EEN JAAR... Ze zijn groot voor U het weet. Houdt de herinnering aan de groei van Uw kinderen vast. Laat ze thuis fotograferen.” De folder leverde hem veel werk op. In de topjaren 1946-1948 had hij ongeveer 25 mensen in dienst, niet alleen fotografen en laboranten, maar ook retoucheurs (bijwerkers) en tekenaars om de fotoalbums te voorzien van teksten en illustraties.

 

Kwatta

Johannes de Goede zag dat er ook brood zat in film. Hij nam Joop van Essen (1922-2020) in dienst, die in de oorlog bij Nederland Film en bij Wien Film (in Oostenrijk) had gewerkt en – wel zo handig – om de hoek woonde. Hij bezat een 16mm Ensign “veerwerkcamera met 30 meter daglichtspoeltjes”, ooit geruild tegen “een zo goed als nieuwe fiets”. De latere AVRO-verslaggever Will Simon (1929-2017) had net de fotovakschool doorlopen en begon bij De Goede als manusje-van-alles bij een filmproductie en leerde gaandeweg van Van Essen het vak.

De eersteling was de korte film Hanny (1946), een op 8mm gedraaid promotiefilmpje over een dag uit het leven van een kleuter. Het leverde opdrachten op om eenvoudige reclamefilms te maken voor de middenstand in zijn buurt. Ook grotere jongens kregen interesse. Philips vroeg hem de feestelijke start vast te leggen van de Prins Bernhard Stichting in 1947, waarvan het bedrijf donateur was. In juni informeerde De Goede aan de Kamer van Koophandel dat zijn bedrijf was uitgebreid met een afdeling “ter vervaardiging van smalfilms en handel in smalfilmapparatuur, genaamd Mirror Film”. Hij nam Nic Th. Werner (1909-1976) in dienst om grote filmopdrachten binnen te halen. Een omstreden keus, want Werner was tijdens de oorlog bestuurder geweest binnen het Filmgilde, onderdeel van de Kultuurkamer, en ook lid van de WA, de knokploeg van de NSB.

De Goede bedacht als eerste de formule om het bedrijfsleven te koppelen aan een ideële instelling. Zo wist hij de chocoladefabriek Kwatta te interesseren voor het werk van de Nationale Inspanning Welzijnsverzorging Indië (NIWIN), die de verbetering van het welzijn en de moreel van ‘onze jongens’ in Indië tot doel had. Post uit Nederland (1948) bevat behalve de groeten van thuis, gelezen door acteurs, aan het begin en het einde een reclameboodschap van Kwatta.

 

Reclame

Post uit Nederland trok de aandacht. Op een bijeenkomst van de Nederlandse Smalfilm Unie (NSU) in december 1948 mocht De Goede een praatje houden over ‘De film en de reclame’. Hij vertoonde de rolprent en zei: “Zakenman, hier in de zaal, laat dat tot U doordringen! Stel U eens voor, dat U een middel had om Uw artikel, Uw firmanaam, Uw slagzin, slechts éénmaal aan Uw klanten te tonen en dat ze zich Uw reclameboodschap dan 10, 15 jaar later nog woordelijk herinneren! De film is dat machtige middel.”

Het waren de jaren van het naoorlogse herstel. Nieuwe apparaten verschenen op de markt, vaak met ingewikkelde instructies. De vakopleiding Detailhandel Textiel (Detex) liet Mirror Film tussen 1947 en 1949 instructiefilms maken, om het strijkgarenspinnen, het weven en het veredelen van textiel uit te leggen. Meer opdrachten volgden. Onder meer een film voor Bendien’s Confectiefabrieken te Almelo om naaisters te werven, getiteld Nelly Weet Wat Ze Wil.... (De 17-jarige Nelly, een modern meisje dat haar eigen geld verdient, sport en zich vermaakt bij de plaatselijke drumband, probeert haar vriendin van de ‘meisjesvakschool’ over te halen om bij Bendien te gaan werken.) Twee films voor het Leger des Heils, waaronder In Opmars (1955), haalden de pers.

Er waren films over de introductie van melk in flessen (Juffertje in ’t Wit, 1956) en Nieuwe Aspecten in de Tomatenteelt (1958). De eerste overheidsopdracht kwam van het ministerie van Landbouw in 1958. Goede Kleding spreekt plattelandsvrouwen aan om “net als hun zusters uit de stad, goed en smaakvol gekleed [te] gaan”. Voor Het Groene Kruis maakte Mirror Film Er Dreigt Gevaar(1961). Volwassenen dienden zich bewust te zijn van de gevaren in huiselijke kring – kinderen konden met lucifers spelen of uit een open raam vallen.

 

Verkeersdoden

Verkeersfilms gaven Mirror Film pas echt grote bekendheid. Het verkeer werd eind jaren veertig een heet hangijzer. Het aantal auto’s, fietsen, bromfietsen en scooters groeide explosief, terwijl de vooroorlogse handkarren, paard-en-wagens en bakfietsen nog steeds de straten vulden. In 1949 kwamen maar liefst 300 kinderen om in het verkeer. Het Verbond voor Veilig Verkeer voerde acties in de pers en hees midden in Amsterdam de vlag halfstok als het verkeer weer een dode geëist had. Scholen schreeuwden om maatregelen. Overal verschenen stoplichten, zebrapaden en klaar-overs. Was er een betere manier om tekst en uitleg te geven dan film?

De Goede wist het wel. Hij benaderde het Verbond voor Veilig Verkeer met een plan voor het bijbrengen van nieuwe verkeersregels aan de jeugd tussen tien en zestien jaar. Het Verbond wilde maar al te graag, maar had geen geld. Op zoek naar financiering belandde De Goede bij Jamin, fabrikant van ijs en snoep. Die had er wel oren naar: de fabriek kon zich als een weldoener presenteren en tegelijkertijd haar zoetwaren onder de aandacht brengen.

De eerste vrucht van de samenwerking tussen Jamin en Mirror Film was de jeugdverkeersfilm Twee jongens en een auto (1949), over twee jongens die met hun oom een ritje maken in zijn nieuwe Pontiac. Ze beleven spannende avonturen, zoals een rondvlucht boven Amsterdam, en krijgen de verkeersregels spelenderwijs uitgelegd. Later kon Van Essen zich nog levendig herinneren dat hij voor de opnamen boven Amsterdam uit een Dakota met open deur hing. Nog andere volgden, onder meer Kijk Uit! over de voorrangsregels, Klaar... over! over verkeersbrigadiers en Drie Turven Hoog over kleuters in het verkeer.

 

Verkade

Het Verbond voor Veilig Verkeer reageerde enthousiast: “Nu er een goede jeugdverkeersfilm is, blijkt pas, hoezeer dit propagandamiddel steeds heeft ontbroken aan de actie voor een veiliger verkeer op de weg. Er is inderdaad [...] in een leemte voorzien.” En ook de filmcritici A. (Janus) van Domburg (De Tijden Katholieke Illustratie), B.J. (Bob) Bertina (de Volkskrant) en P.W. (Piet) Franse (Haarlems Dagblad) vonden de verkeersfilms instructief, leerzaam en opvoedend. De betrokkenheid van de snoepfabrikant riep wel enige kritiek op (“een enigszins zonderlinge combinatie van commerciële en niet-commerciële belangen”), maar Bertina wist: “een rolprent van alleen maar droge verkeersborden zou de aandacht van de jeugd verliezen”.

De weg lag vrij voor nog veel meer verkeersfilms. De mogelijkheden leken eindeloos: voetgangers, fietsers, bromfietsers en automobilisten, iedereen moest worden ‘opgevoed’ in het steeds drukker wordende Amsterdamse verkeer. In totaal maakte Mirror Film dertien verkeersfilms. Geldbronnen waren er genoeg. Zo bood Carolientje Koninklijke Verkade de gelegenheid zijn assortiment op bescheiden wijze aan het publiek te tonen. De hoofdrol was voor Willy Kuyt, in die dagen het gezicht van Verkade koekjes en chocolade. Ze keert aan het eind van de film terug naar de 18de eeuw mét een doosje chocolade pastilles “als een zoete herinnering”. Er rijdt toevallig een grote Verkade-vrachtwagen door het beeld en de aftiteling noemt de productie een ‘Verkade-film’.

Dankzij de films kon ook de politie aan haar imago werken. Werner regelde dat politiemensen in uniform meespeelden als vaderlijke ‘Oom Agent’, wat kosten bespaarde in het filmbudget. De politie gaf aan de makers verkeerstechnische adviezen, regelde bij de filmopnamen het verkeer en hield het publiek op afstand, bijvoorbeeld bij een achtervolgingsscène op de weg tussen Arnhem en Apeldoorn. Voor de scenario’s tekenden onder anderen Henri Knap, de ‘dagboekanier’ van Het Parool, en de tekstschrijvers Hans Ferrée en Dimitri Frenkel Frank, die samen een reclamebureautje hadden opgericht. De laatste had ook het scenario voor Carolientje bedacht.

 

Verbouwing

De komst van de televisie deed de belangstelling voor de verkeersfilms afnemen. Het nieuwe medium kon De Goede niet boeien; hij was uiteindelijk vooral een echte fotograaf. Will Simon verliet het bedrijf in 1962 en maakte carrière bij de AVRO als regisseur, redacteur/verslaggever (AVRO’s Televizier) en als samensteller en presentator van Opsporing Verzocht. Joop van Essen en Nic Werner begonnen samen het filmproductiebedrijf Safari en namen klanten van Mirror Film mee. Johannes de Goede ontdekte een nieuw gat in de markt: kleurendia’s voor de winkel van het Stedelijk Museum (later ook het Kröller-Müller Museum). In april 1978 sloot hij zijn zaak aan de Middenweg.

Het was inmiddels juli 1994 toen het Gemeentearchief Amsterdam 54 verroeste blikken ontving met het etiket ‘Mirror Film’. De schenker had ze tijdens een verbouwing van het pand Middenweg 165 tot snackbar onder de vloer aangetroffen. Hij had de blikken eerder bij de oude opdrachtgevers van Mirror Film aangeboden, maar die waren niet geïnteresseerd. Zo kreeg het stadsarchief vrijwel de volledige nalatenschap in zijn bezit van een opmerkelijk filmbedrijf uit de jaren vijftig. Mirror Film maakte in totaal 59 films.

RONNY TEMME IS FILMHISTORISCH ONDERZOEKER. ZIJ SCHREEF MIRROR FILM. SPIEGEL VAN DE JAREN VIJFTIG. FILMPRODUKTIEBEDRIJF, 1948-1973 (UITGAVE NEDERLANDS VISUEEL ARCHIEF, 1997; HERUITGAVE NEDERLANDS INSTITUUT VOOR BEELD EN GELUID, 2015).

 

Bekijk hieronder Carolientje:

 

 

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Meld je aan Arrow right Geef cadeau Arrow right
Delen:

Dossiers:
Vervoer
Editie:
Mei
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1950-2000