Valkenburgerstraat was centrum kleine scheepsbouw

Opgravingen geven zicht op bedrijfsvoering

In maart 2001 groeven de gemeentelijke archeologen op een voormalig fabrieksterrein aan het eind van de Valkenburgerstraat (nummer 186-210) al een gaaf stuk scheepshelling op, uit ongeveer 1650. Kort geleden kon het onderzoek worden voortgezet op een daaraan grenzend, zuidelijker deel van het zelfde terrein.

Daarbij werden opnieuw interessante scheepshellingen aangetroffen. Het hoogstgelegen deel werd gevonden op twee meter onder Normaal Amsterdams Peil, dat is daar zo’n vier meter onder het straatoppervlak. Het laagste stuk lag wel 20 meter diep, want een helling loopt nu eenmaal af, in dit geval naar het water van de Uilenburgergracht.

“Dat daar scheepsbouw plaatsvond, was geen nieuws, nee,” zegt stadsarcheoloog dr. Jerzy Gawronski. “Dat was al heel lang bekend uit oude plattegronden en stadsbeschrijvingen. En natuurlijk hadden we er ook al sporen van gevonden bij de opgraving in 2001 en een eerder onderzoek in 1996, aan het begin van de straat. Maar waar al die werven nu heel precies lagen en wat voor vorm ze hadden, daar wisten we nog nauwelijks iets van.”

Inmiddels is al veel meer duidelijk. Ten eerste staat nu vast dat het kennelijk ging om heel kleine particuliere bedrijfjes, waar kleine vaartuigen voor de binnenvaart gemaakt werden. En een tweede ontdekking is dat iedere scheepsbouwer de zaken op zijn eigen wijze aanpakte. Gawronski: “De ene maakte zijn helling van sloophout en rommelde maar wat aan. Maar zijn buurman gebruikte keurig gezaagde brede eiken planken. Een norm was er kennelijk niet en van samenwerking blijkt ook niks.”

De meeste en best geconserveerde hellingfragmenten werden aangetroffen in een grondlaag die van ongeveer 1650 moet dateren. Daaronder lager nog wat stukjes van kort na 1600. Erboven vonden de archeologen een egaliseringslaag uit ongeveer 1700. En dat verbaasde ze niet, want het was al bekend dat de vroedschap (het stadsbestuur) eind 17de eeuw besloot dat de schiereilanden Uilenburg, Marken alias Valkenburg en Rapenburg moesten worden veranderd in woonbuurten.

Om de voormalige werfterreinen bouwrijp te maken, werd bagger uit de stadsgrachten gebruikt. En in die baggerlaag deden de onderzoekers nog een onroerende vondst: een 17de-eeuws spaarvarken, ongetwijfeld afkomstig van een rijkeluiskind uit de grachtengordel.

Foto: Stadsarchief
Juli-Augustus 2004

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Archeologie Economie
Editie:
Augustus Juli
Jaargang:
2004 56
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1600-1700 1800-1900 1900-1950 1950-2000