Tomeloze bouwwoede in overvolle stad

In de tweede helft van de 16de eeuw raakte Amsterdam in hoog tempo overbevolkt. Duizenden mensen trokken naar de stad, vooral uit het onrustige zuiden van het land, en dus moest er flink bijgebouwd worden. In 1546 telde de stad nog geen 3000 huizen, in 1562 waren het er al 5728. Het grondgebied binnen de middeleeuwse muren was echter niet groter geworden: Amsterdam slibde dicht. Er was letterlijk minder ruimte in de stad, en de stadsregering maakte zich ook steeds meer zorgen over opstoppingen op straat en toegenomen brandgevaar. Ze probeerde die dichtgroei tegen te gaan met gedetailleerde voorschriften: over de breedte van luifels en vensterluiken, de hoogte van stoepen, pothuizen en kelderingangen, het plaatsen van poephuizen op de kade, het timmeren van extra ‘kamers’ op achtererven of boven stegen. Maar de enige echte remedie voor de problemen – stadsuitbreiding – bleef vooralsnog uit. Gabri van Tussenbroek beschrijft verderop in dit nummer de gevolgen voor een huiseigenaar aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Die kon slechts één kant op: naar boven. Hij bouwde een nieuwe verdieping op het huis – net als anderen.

Dat klinkt bekend. Amsterdam kampt in 2019 met vergelijkbare problemen: een beperkt territorium, een overspannen huizenmarkt en hoge prijzen. Wie te klein woont, kan niet ‘doorstromen’ naar iets groters; de enig haalbare oplossing is dan zelf de nodige vierkante meters erbij te timmeren. Het resultaat is een tomeloze bouwwoede, vooral in Oud-Zuid en Oud-West. Kelders worden uitgegraven en in de binnentuinen uitgebouwd. Op de daken verschijnen extra etages, aan de gevels extra balkons. Buurpanden kampen met scheuren en funderingsproblemen, binnentuinen worden bedreigd, onderkeldering leidt tot problemen met het grondwater. Buren zitten met lawaai en stof en met containers voor de deur, die nogal eens vol liggen met doorgezaagde oude paneeldeuren, stukken glas-in-lood, art-nouveautegeltjes – details van het stedelijk erfgoed.

Terwijl de stadsregering in 1562 ingreep met de ene verordening na de andere, liet het huidige bestuur de bouwers veelal begaan. In één stadsdeel werden vergunningen voor ‘kleine ingrepen’ bijna blind verstrekt, ook al waren nogal wat van die ingrepen domweg illegaal. 

B&W is nu, na aandringen van buurtcomités, een onderzoek gestart naar “achttien mogelijke maatregelen”, die “op haalbaarheid worden getoetst”. Nieuwe, striktere bestemmingsplannen zijn in voorbereiding. De gemeente wil voorkomen dat er nog bouwplannen worden vergund die in strijd zijn met die nieuwe plannen. Dat is bemoedigend.

Er zijn ook meer structurele opties. De beschermers van het Cuypersgenootschap en de Erfgoedvereniging Heemschut hebben al voorgesteld om wijken als Oud-Zuid en de Admiralenbuurt tot beschermd stadsgezicht aan te wijzen. En dan is er, natuurlijk, verbeterd toezicht vereist, op alle onderdelen van die bouwwoede: constructies, boomkap, werktijden, overlast, het historisch belangrijke stadsgezicht, de beschermde architectuur.

 

Beeld: Rudolf Dekker

 

Juninummer 2019

Delen: