Nummer 1: Januari 2010 - Larette de goochelkunstenaar

 

Larette de goochelkunstenaar
Tekst: Henk van Gelder,

Inhoud-LARETTEBijna niemand kent zijn naam nog. Maar voor de Tweede Wereldoorlog was de in Amsterdam gevestigde joodse goochelaar Larette misschien wel ’s werelds beste in zijn vak. In 1943 pleegde hij zelfmoord om uit Duitse handen te blijven. Deze zomer dook hij onverhoeds op in een tv-spotje.

Opeens was Larette er weer. Even maar. In een reclamefilmpje voor Oldtimers drop waren deze zomer authentieke filmbeelden uit 1938 van het optreden van een goochelaar te zien. De reclamemakers hadden de voor hen onbekende man echter de fantasienaam Tony Padrami gegeven. Van Larette hadden ze nog nooit gehoord. En ook niet van ’s mans tragische dood in 1943, waarbij hij zichzelf als jood een kogel door het hoofd schoot op het moment dat de Gestapo bij hem op de stoep stond. Toen dat verhaal een paar dagen na de start van de reclamecampagne naar buiten kwam, was de schrik groot. Prompt werd het spotje teruggetrokken. “Als we hadden geweten hoe het met die goochelaar is afgelopen”, zei een woordvoerder van het reclamebureau (De Frank Pels Company) in NRC Handelsblad, “zouden we deze beelden natuurlijk nooit hebben gebruikt.”
Larette heette eigenlijk Cornelius Hauer. Hij was in 1889 in Wenen geboren als telg van een Hongaars-joods geslacht en had zich eind jaren twintig in Amsterdam gevestigd. Hij moet een groot magiër zijn geweest – in vooroorlogse knipsels is hij “de man met de mysterieuze handen” (Het Vaderland) en zelfs “wellicht ’s werelds besten goochelaar” (NRC). Zijn boek De goochelkunst en haar geheimen, waarvan de eerste druk in 1939 verscheen, gold na de oorlog nog jarenlang als standaardwerk.
Naast zijn drukbezette artiestenpraktijk werkte hij tevens als goochelleraar in zijn eigen Instituut voor Goochelkunst – beter bekend als Studio Larette  – waar onder de weidse naam Nederlandsche Verkoopcentrale van Moderne Goocheltrucs ook trucs met bijbehorende apparatuur te koop waren. In de winkel in het souterrain van zijn woning (Willemsparkweg 128-huis) demonstreerde de grote Larette zijn klanten maar al te graag hoe zo’n attribuut met maximaal effect moest worden gebruikt. “Wonderfabriek”, luidde de kop boven een reportage die De Groene in het voorjaar van 1939 wijdde aan het in goochelkringen welbekende adres van Larette.

Duitsers voor de deur
Aanvankelijk maakte de oorlog geen verschil. Larette meende veilig te zijn omdat zijn ouders al katholiek waren geworden en hij zelf ook als zodanig te boek stond. Bovendien was hij getrouwd met de 25 jaar jongere Joke Kortmulder die uit een Brabantse (en dus eveneens katholieke) fabrikantenfamilie afkomstig was. Hij liep zonder ster op zijn jas, bleef optreden en zette ook zijn zaak voort. De jonge goochelamateur Dick Harris – later zou hij de manager van Rudi Carrell in Duitsland worden – kwam nog in de zomer van 1942 drie trucs bij Larette kopen. En ook de scholier Bram Bongers, die na de oorlog beroemd werd onder de naam Fred Kaps, behoorde tot de klanten.
Wat er op 14 mei 1943 precies is gebeurd, laat zich niet meer achterhalen. Dat er twee Duitsers op de stoep stonden, was volgens Harris niet ongebruikelijk. Het adres aan de Willemsparkweg stond in die dagen keurig vermeld in het Duitse goochelblad Die Magie, zodat er af en toe ook Duitse soldaten naar de winkel kwamen die hun kantinefeestje met een goocheltruc wilden opvrolijken. Ook deze twee hadden klanten kunnen zijn. Maar in dit geval moet Larette onraad hebben geroken. Snel liep hij naar een andere kamer, greep het pistool dat hij blijkbaar onder handbereik had en schoot zichzelf neer. Toen zijn vrouw en de twee Duitsers op het lawaai afkwamen, was hij al dood.
Vier dagen later werd Cornelius Hauer onder grote belangstelling begraven op de RK Begraafplaats Buitenveldert. “Grote ontroering heeft in de artistenwereld het plotselinge verscheiden van den eminenten goochelkunstenaar Larette gewekt”, schreef het vakblad Het Amusementsbedrijf in een paginagroot verslag dat eindigde met de regels: “Diep geroerd verlieten allen de dodenakker. Larette moge de eeuwige rust zijn geschonken.”

[TK] Grootmeester op zijn gebied
Over de doodsoorzaak kon Het Amusementsbedrijf in 1943 vanzelfsprekend niet schrijven. Zelfs dit voorzichtige verslag werd onmiddellijk opgemerkt door Max Blokzijl, de man die na de oorlog wegens zijn propagandistische radiopraatjes werd geëxecuteerd. Als hoofd van de afdeling Perswezen van het nationaal-socialistische Departement van Volksvoorlichting en Kunsten stuurde hij een verradersbriefje aan de secretaris-generaal van dit ministerie. Hij wees erop dat de dagbladen al op 18 mei een “noot” hadden ontvangen, waarin stond dat het niet was toegestaan melding te maken van het overlijden van C. Hauer alias Larette. “Daarenboven is het aan de Nederlandsche pers verboden over joden te schrijven”, voegde Blokzijl er ten overvloede aan toe.
“Laten komen”, schreef een foute functionaris met rood potlood onder het briefje. Uit een andere potloodnotitie op de achterkant blijkt dat Fred Thomas, de hoofdredacteur van Het Amusementsbedrijf, inderdaad op het matje is geroepen. Tegenover de man van het ministerie zou hij hebben verklaard die noot aan de dagbladen niet te kennen. Zijn blad was immers geen dagblad. En toen het verbod op schrijven over joden ter sprake kwam, zou Thomas te zijner verdediging hebben gezegd dat Larette nog tot kort voor zijn dood was doorgegaan met optreden. Meer vermeldt het dossiertje niet, zodat te vermoeden valt dat de hoofdredacteur met de schrik vrijkwam.
Pas in het eerste naoorlogse nummer van Triks, Nederlandsch Maandblad voor de Goochelkunst, dat in oktober 1945 verscheen, kon Larette eindelijk naar waarheid worden herdacht als één van “hen, die als slachtoffer van het nazie-regiem voorgoed van het toneel zijn verdwenen.” Triks-hoofdredacteur Henk Vermeyden, die zijn goochelcarrière was begonnen als assistent van Larette, eerde zijn leermeester als “grootmeester op zijn gebied.”
Studio Larette is na de oorlog nog enige tijd door anderen voortgezet. “Maar met Larette was de ziel uit het bedrijf verdwenen”, zegt Dick Harris. Zelfs de goocheldozen van Studio Larette, die destijds voor menige jongen een felbegeerd verjaarscadeau waren, zijn nu zeldzaam geworden. Bijna niemand kent zijn naam meer. Geen wonder dus dat hij deze zomer onverhoeds verscheen in een tv-spotje dat haastig moest worden teruggetrokken toen bleek dat zijn echte verhaal veel te navrant was om te worden gebruikt voor een dropreclame.