Nummer 7-8: Juli-aug. 2010 - Urk was ooit van Amsterdam

Urk was ooit van Amsterdam
Minder ‘anders’ dan het lijkt
Tekst: Klaas de Vries

Twee eilanden kocht Amsterdam in 1660: Schokland en Urk. De stad hield ze tot 1792 in bezit. Wij kennen Urk als bolwerk van gereformeerde orthodoxie. Dat was niet altijd zo. Vooral Amsterdam heeft de Urkers het calvinisme opdrongen. Die namen dat op de koop toe. Want zonder Amsterdamse steun was het eiland door de Zuiderzee verzwolgen.

Wat nu Urk is ontstond zo’n 150.000 jaar geleden als een grote bult van keileem, omhoog geduwd door het landijs tijdens de voorlaatste ijstijd. Nadat in de 12de eeuw het oude Flevomeer alias Almere zich tot Zuiderzee had ontwikkeld, kreeg het eiland steeds meer te lijden van de vaak woeste golven. Aan de rifachtige zuidwestkust werden steeds stukken afgeslagen, terwijl aan de lage noordoostkant de klei weer aanslibde. Zo veranderde Urk tot ongeveer 1700 voortdurend van omvang en vorm. Hoe lang Urk bewoond is, blijkt een moeilijke vraag. Na de inpoldering werd bij Urk een hertshoornen bijl uit ongeveer 10.000 jaar voor Christus gevonden, maar ook een stenen bijl van zo’n 7500 jaar later. Daarna won de zee weer terrein. De eerste overtuigende sporen van nieuwe bewoning dateren van rond 900 na Christus.
Ook al waren ze na de 9de eeuw door de zee gescheiden, bestuurlijk was Urk vanaf ongeveer 1300 eeuwenlang een eenheid met Schokland, betiteld als de ‘heerlijkheid Urk en Emmeloord’. Emmeloord was Schoklands grootste nederzetting. Een ‘heerlijkheid’ was een gebied bestuurd en uitgebaat door een Heer die het ‘in leen’ had van een vorst: eerst de Duitse keizer, vanaf 1285 de graaf van Holland, wiens rol na de vorming van de Nederlandse Republiek in 1588 werd overgenomen door de Staten van Holland. In 1616 beleenden die Urk aan de katholieke Vlaamse jonkheer Johan van de Werve, die op een kasteeltje bij Antwerpen woonde.

De bekering van Urk
Onder meer de 18de-eeuwse stadsgeschiedschrijver Jan Wagenaar duidde Urk en Emmeloord gemakshalve aan als ‘ambachtsheerlijkheid’, net als bijvoorbeeld Nieuwer-Amstel en Sloten. Maar Urk was al omstreeks 900 (bijna drie eeuwen voordat Amsterdam ontstond) een ‘hoge heerlijkheid’. Het verschil: in een ambachtsheerlijkheid moest de heer zich beperken tot de ‘lagere rechtspraak’ (kleinere misdrijven, arbitrage) terwijl een ‘hoge heer’ ook bevoegd was tot hoge rechtspraak: zaken waarin de doodstraf geëist kon worden.
Een visserseiland was Urk eerst niet. Aanvankelijk overheerste de landbouw, maar de akkers werden steeds weer door de zee weggeslagen. Daardoor werd de veeteelt belangrijker. De populaire Urker boter werd via de markten van Elburg en Kampen verhandeld tot in Keulen aan toe. In de 16de eeuw kwam daar de visserij bij. Eerst dichtbij in de Zuiderzee op haring en bokking die werd verkocht op de markt in Enkhuizen, na 1700 steeds meer op de Noordzee. De daar gevangen schelvis, schol en tong werd bij voorkeur in Amsterdam aan de man werd gebracht. In 1792 leefden alle 142 Urker mannen inmiddels van de visvangst.
Veel langer dan elders in de regio bleven de Urkers katholiek. Een belangrijke factor was dat ook eigenaar Van de Werve ‘rooms’ was. In 1599 ondernam de hervormde kerkeraad van Enkhuizen een vergeefse poging om de pastoor van Urk tot het calvinisme te bekeren. Dertig jaar later werd de eerste dominee geïnstalleerd. Hij kreeg het zwaar, zowel materieel als mentaal. Midden 17de eeuw werd Urk nog steeds geregeld bezocht door rondreizende priesters. Pas rond 1700 was heel Urk protestant. Die omslag was sterk bevorderd door het feit dat Urk een nieuwe eigenaar had gekregen: de stad Amsterdam, waar al sinds 1578 de protestanten aan de macht waren. Wat bewoog de stad tot de aankoop van het eiland?

Vuurtoren met plat dak
Al in 1617 hadden de Staten van Holland op aandrang van Amsterdam op Urk een vuurtorentje laten bouwen, met een plat dak waarop een kolenvuur werd gestookt. Ook zonder toren was het hooggelegen eiland sinds mensenheugenis een baken op de Zuiderzee geweest. Schepen liepen gevaar vast te lopen op de ondiepten van het Enkhuizerzand. Kustafslag dwong de vuurtoren tot drie keer toe landinwaarts, tot ze in 1662 op de huidige plek kwam. De kwetsbare kust was een risico voor de bakenfunctie die het ‘vuur van Urk’ vervulde. Hoe bezorgd Amsterdam ook was, heer Van de Werve deed er niets aan, want Urk leverde hem weinig op. Uiteindelijk liet hij zich overhalen op 4 oktober 1660 Urk voor ƒ 14.000,– aan de stad te verkopen. Namens de vier Amsterdamse burgemeesters trad de machtige Andries de Graeff als nieuwe heer van Urk aan. In augustus 1661 bracht een hoge delegatie voor het eerst een officieel bezoek aan Urk. De schout en vier burgemeesters van het eiland beloofden toen plechtig nu toch echt protestant te worden, waarna ze luisterden naar een preek van de dominee en de Amsterdammers in het huis van de schout (het informele gemeentehuis) een vorstelijke maaltijd voorzetten.
Die ‘investering’ was het wel waard. Sindsdien besteedde Amsterdam veel geld en moeite aan de kustversterking van Urk en het herstel van stormschade. In 1710 en 1752 werden bovendien in Amsterdam twee grote loterijen voor Urk georganiseerd. En toen het  kerkje van Urk weer eens was omgewaaid, werd op initiatief van Amsterdam maar goeddeels op kosten van Holland een door de Amsterdamse bouwmeester Samuel Creutz ontworpen godshuis gebouwd. Bescheiden maar stevig en charmant, nu bekend als het Kerkje aan de Zee.
Financieel bleek Urk voor Amsterdam een bodemloze put, al slaagde de stad er nu en dan in ook het gewest Holland een bijdrage te laten leveren. Ten slotte wist de stad het gewest er toe te bewegen het beheer van Urk in 1792 over te nemen.
Maar intensieve contacten bleven er nog lang. Tot ver in de 20ste eeuw verkochten  Urkers hun vis in Amsterdam en Urkse meisjes schijnen hier nog in de jaren dertig zeer welkom te zijn geweest vanwege hun properheid en toewijding. Op Urk bleef men zich spiegelen aan de Amsterdamse traditie van handel en scheepvaart, ook nadat het in 1939 ophield een eiland te zijn. De Urker vissersvloot is een van de belangrijkste in de Europese Unie.