Nummer 4: April 2010 - Eindeloos veel kabels

Eindeloos veel kabels

100 jaar Draka aan de oever van het IJ

Tekst: Marius van Melle

DrakaOp 20 april 1910 werden de handtekeningen gezet onder de oprichtingsacte van de N.V. Hollandsche Draad- en Kabelfabriek, beter bekend als Draka. Op de noordelijke IJoever verrees aan de Boorstraat een fabriekje dat eind december ging proefdraaien. De verwachtingen waren hoog gespannen: elektrisch licht verdrong de gasverlichting en de behoefte aan geleidingssnoeren en -kabels groeide snel. Die werden nog niet in Nederland gefabriceerd. Draka sprong in dit gat van de markt.

 

De Hollandsche Draad- en Kabelfabriek in Noord was een initiatief van Jan Teewis Duyvis (1884-1979), telg uit een Zaans ondernemersgeslacht. Zijn grootvader was een olieslager die de gelijknamige nootjesfabriek groot maakte, zijn grootmoeder een zus van de oprichter van koekjesproducent Verkade. Jan Duyvis behaalde in Delft zijn ingenieursexamen en specialiseerde zich in het buitenland in elektrotechniek. De koffiehandel van zijn vader trok hem niet. Werkzaam in een Duitse kabelfabriek sloot hij vriendschap met een collega, de Engelse ingenieur Francis Joseph Osborn Howe, en samen smeedden ze het plan om een fabriek te stichten. Het kapitaal werd verschaft door de familie Duyvis en hun connecties bij De Twentsche Bank: medeondertekenaars van de oprichtingsacte waren de directeur van die bank Adam Roelvink en zijn Zaanse president-commissaris Jan Adriaan Laan.

           Al in 1912 maakte Draka een behoorlijke winst. Niet genoeg om uit te breiden, maar Philips sprong bij en nam in 1913 een flink belang in de fabriek. Anton en Gerard Philips en hun president-commissaris Geert van Mesdag, directeur van cacaofabriek Van Houten, stapten in de Raad van Commissarissen. Een tegenvaller was de komst in hetzelfde jaar van een concurrent op de Nederlandse markt, de Delftse Nederlandse Kabel Fabriek (NKF). Maar met die nieuwkomer bleken zaken te doen. De markt werd verdeeld: NKF legde zich toe op zware hoogspanningskabels, Draka nam de fabricage van installatiedraad voor achter de meterkast en laagspanningskabels voor zijn rekening. In die marktverdeling kwam later een kink in de kabel toen Draka zich ook op zwaardere kabels ging richten.

           De Eerste Wereldoorlog verstoorde de groei van het bedrijf niet, hoewel het moeilijk was om aan koper te komen. De schaarste aan olie gaf een stimulans aan de elektrificatie van Nederland en in steeds meer huizen hingen Philips-peertjes. Ze waren niet aan te slepen, de Draka-draden met de beschermende omhulling van getwijnde katoendraad in de Amsterdamse kleuren rood en zwart. Het personeel profiteerde mee: in 1916 werd zoveel grond in erfpacht verkregen dat er naast nieuwbouw nog ruimte was voor gratis groentetuintjes.

 

Betere producten, harder werken

De aandeelhouders sponnen garen bij de groei, die zich nog even voortzette. In 1919 werd zelfs een dividend van 68% uitgekeerd; de nettowinst was dat jaar opgestuwd tot ƒ2 miljoen. Dat gaf ruimte om de personeelsvoorzieningen te verbeteren. Er kwam een kantine en harmonie De Eendracht werd opgericht, waarin ook de nieuwe technisch directeur H.A.M. van Hoffen lustig meetoeterde. Een gekozen fabrieksraad (de Kern, aanvankelijk Contact-Commissie geheten) was de eerste stap in medezeggenschap. Al duldde directeur Duyvis weinig tegenspraak. Toen in 1922 een staking uitbrak onder het jeugdig personeel, omdat acht meisjes om een onbenullige reden op staande voet ontslagen waren, konden de 40 meisjes die het werk daarop neerlegden en de twintig jongens die zich met hen solidariseerden, meteen vertrekken. “De bewaarschool is er niks bij!”, schreef een jongen een paar jaar later in het bedrijfskrantje van de communistische jeugdbond De Zaaier. “Gedragboekjes voor arbeiders, oud & jong! Heb een baas de pest op je in, lage cijfers, en als gevolg daarvan lager loon.”

          De conjuncturele inzinking in de eerste helft van de jaren twintig werd aangegrepen om de productie te rationaliseren en de arbeidsproductiviteit te verhogen. In het eigen laboratorium werkte men hard aan verbetering van de producten, die de goedkeuring kregen van de in 1927 door de elektriciteitsbedrijven opgerichte Keuringsdienst voor Electrotechnische Materialen (de KEMA-keur). Het assortiment werd uitgebreid met telefoonkabels en de productie van zwaardere loodkabels nam toe. Na vijf dividendloze jaren ging het weer goed. Draka was tijdens de Edison Lichtweek in 1929 prominent aanwezig met een lichtende draak in de Amstel. Koninklijk bezoek aan het bedrijf in 1930 gaf nog meer positieve publiciteit, evenals de geste van de directie om een Ondersteuningsfonds voor het personeel op te richten.

            Maar de crisisjaren brachten zwaar weer. In 1932 daalde de omzet naar 44% ten opzichte van 1930. De regeringsmaatregel om de invoer van geïsoleerd koperdraad te beperken, hielp Draka uit het dal. De arbeidsproductiviteit werd opgeschroefd door invoering van het Amerikaanse Bedaux-systeem. Een jaagsysteem, vonden de vakbonden, maar directeur Duyvis zag dat anders. “Voor mij ligt de grootste waarde van een loonstelsel, dat de arbeider belang geeft bij hogere productie, daarin, dat door het parallel schakelen van eigen belang en gemeenschapsbelang door de man zelf bereikt wordt, waartoe hij anders steeds opgedreven moet worden.”

 

Draka-draak spuwt leidingen

In een nieuw fabrieksgebouw werd de tekst gebeiteld: “Durf Dingen Doen in Donkere Dagen”. Innoverend was het bedrijf zeker. Zo ging het ook kabels voor röntgenapparaten fabriceren. Op het fabrieksterrein verschenen enorme haspels voor hoogspanningskabels in een eigen geoctrooieerde variant om de NKF een loer te draaien. De spoeling op de binnenlandse markt was dun geworden, mede omdat zich in Twente een nieuwe concurrent had aangediend. Maar na de devaluatie van de gulden in 1936 steeg de export en werden de verliezen uit de crisisjaren meer dan goed gemaakt. Een flinke bijdrage in de winst kwam van een Duitse kabelfabriek waarin Draka zo’n tien jaar eerder een belang had genomen.

         De Tweede Wereldoorlog maakte aan de optimistische verwachtingen een eind. Gebrek aan grondstoffen deed de productie krimpen. Arbeidstijd werd bekort (met wachtgeldregeling) en rubber maakte plaats voor een door de Staatsmijnen geleverde kunststof – ‘Stamikol’ – die bij verwerking ogen, neus en keel irriteerde. De eerste oorlogsslachtoffers vielen al in 1941. Boekhouder Arie Addicks, betrokken bij Het Parool, werd op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd en zijn joodse collega Izak Mogendorff stierf in Mauthausen. Hij was opgepakt bij de razzia die de aanleiding vormde tot de Februaristaking. Op beide dagen van deze proteststaking tegen de jodenvervolging lag Draka plat. Een derde werknemer, Alfons Westra, werd opgepakt tijdens de repressie die hierop volgde en in Duitsland gefusilleerd. In de oorlogsjaren zouden nog veertien werknemers worden omgebracht of door oorlogshandelingen om het leven komen. De productie lag stil gedurende de oorlogswinter, maar het loon werd doorbetaald en het bedrijf werkte actief mee om aan voedsel en brandstof te komen.

           Na de bevrijding kwam de productie weer snel op gang. Er ontstond zelfs een tekort aan personeel, dat de directie wilde oplossen door gedetineerde NSB-vrouwen aan het werk te zetten. Geen handige zet: een proteststaking legde het bedrijf maar liefst 36 dagen plat. Schoorvoetend gaf Duyvis toe. In 1950 ging hij met pensioen, al bleef hij tot zijn 84ste commissaris. Tweede man ir. L.L. Boonstra volgde hem op bij het 40-jarig jubileum, dat groots gevierd werd. Er verscheen een gedenkboek – met een bedrijfsreportage van fotograaf Cas Oorthuys – dat jubelend eindigde: “Tot in alle uithoeken van de wereld heeft de Draka-draak zijn leidingen gespuwd, de eindeloos vertakte aderen van het moderne leven. (...) Licht en warmte en allerlei comfort brengen zij in de huizen, overal waar mensen wonen. Een samenleving zonder electrische leidingen is nauwelijks meer denkbaar.”

 

Kunststof vervangt rubber

In de nadagen Duyvis’ bewind was met succes geëxperimenteerd met kunststoffen om rubber als isolatiemateriaal te vervangen. Het sap van de heveaboom vloeide immers niet zo gemakkelijk meer van Sumatra naar Amsterdam. De plasticfabricage nam een hoge vlucht. In nieuwe of overgenomen fabrieken buiten Amsterdam werd van alles geproduceerd: van pvc-buizen, tuinslangen en reddingsboeien van vinyl tot handgrepen voor de tram. Met de ‘core business’ van Draka had het weinig meer te maken.

         Grootaandeelhouder Philips zag het met lede ogen aan. De positie van directeur Boonstra kwam onder druk te staan, mede omdat in 1954 een loonconflict over de positie van tijdwerkers had geleid tot een 24-uursstaking in de Amsterdamse fabriek. Een paar maanden na deze ‘verloren’ staking werden de eisen ingewilligd. Boonstra moest in 1956 opstappen. Een waarnemend directeur nam het roer over en daarna ging het snel. Eind 1957 werd de draad met Philips doorgeknipt en een fusie aangekondigd met de aloude Delftse concurrent de Nederlandse Kabelfabriek (NKF). In feite was het een overname, wat ook blijkt uit de nieuwe naam: NKF (Nederlandse Kabelfabrieken). Door bundeling zou men beter opgewassen zijn tegen de concurrentiestrijd die zou losbarsten na het in werking treden van het EEG-Verdrag in 1958, aldus het persbericht.

          Draka was nu een werkmaatschappij. In 1960 werkten er 1400 mensen in de Amsterdamse fabriek. Drie miljoen kilometer draad en kabel rolde er jaarlijks uit de fabriek, in 5000 variëteiten. Maar de kosten waren hoog, personeel was moeilijk te krijgen en het rendement viel tegen. Met kunststof werd meer verdiend. Met de leus: “U slaapt wel op Drakacel” werd de schuimplastic matras gepromoot. “Stofvrij, licht in gewicht.” Maar ook brandbaar: de matrassenfabriek in Noordwijkerhout ging in 1963 een half jaar na de start in walmende vlammen op. De vervangende fabriek kwam in Emmen.

         In 1970 nam verrassenderwijs Philips het moeizaam draaiende NKF over. De verkoop van de Draka-aandelen twaalf jaar eerder was kennelijk toch niet zo gelukkig geweest. Met Frits Philips aan de spits zouden de zaken weer op rolletjes gaan lopen, was de verwachting. Dat viel tegen. De reorganisaties volgden elkaar op, directies kwamen en gingen en de kunststofsector werd afgestoten, maar het was vechten tegen de bierkaai in een krimpende conjunctuur. Eind 1985 had Philips er genoeg van en kwamen Draka en de Delftse NKF weer op eigen benen te staan. Een andere Frits werd grootaandeelhouder van Draka: mr. F.H. Fentener van Vlissingen.

 

Eigen baas

De wind ging uit een andere hoek waaien. Het Amsterdamse bedrijf – nu Draka Kabel geheten als werkmaatschappij van Draka Holding – werd geheel gerenoveerd. In 1990 mocht burgemeester Van Thijn het nieuwe complex openen. Onder leiding van de nieuwe sterke man ir. S.J. van Kesteren werd omzetgroei gevonden door buitenlandse bedrijven over te nemen. Een grote vis was het belang van bijna 40% in een Chinese glaskabelfabriek dat in 1993 werd overgenomen van Philips. In 1997 was de winst boven de ƒ100 miljoen gestegen. Draka kon nu de NKF overnemen en doorverkopen aan Pirelli. Weg kwelgeest uit het verleden.

         Bestuursvoorzitter Van Kesteren nam in 2005 afscheid. “Het nadeel van kabels is dat je ze niet ziet”, zei hij tegen NRC Handelsblad. “Ze zijn immers altijd weggewerkt.” En dat is jammer, want: “Kabels zijn de haarvaten van de samenleving. Ze zitten overal en we kunnen niet zonder.” Zijn topjaar was 2001 geweest, met een omzet €1,9 miljard. Maar na de internethype was het feest over. Rigoureuze bezuinigingen en personeelsinkrimpingen volgden én opnieuw een koerswijziging: samenwerken met concurrenten, geen overnames. Zo werd in 2003 een joint venture gesloten met het Franse Alcatel. Maar vier jaar later werden de Fransen alweer  uitgekocht. Draka wil graag eigen baas zijn. Dat streven werd in 2009 nog even in de waagschaal gesteld toen het veel grotere Italiaanse concern Prysmian het bedrijf dreigde over te nemen. Die bui dreef over.

         De huidige hoogste baas van het bedrijf, Frank Dorjee, zetelt niet meer aan het IJ maar in Buitenveldert. Medebestuurders zijn voornamelijk buitenlanders, want Draka is in meer dan dertig landen actief. De snelst groeiende omzet behaalt het bedrijf nu in kabels voor windturbines. Net als honderd jaar geleden is Draka op zoek naar het gat in de markt.