Strak en fris. Gebouwtje aan het IJ herinnert aan de beurtvaart

Achter het Centraal Station staat tussen de pontveren aan de De Ruijterkade een wit gebouwtje dat elk moment lijkt te kunnen uitvaren. Het kantoor van de voormalige West-Friesland Lijn uit 1932.

De aanleg van het Noordzeekanaal en de groei van de handel maakten van Amsterdam weer een drukke havenstad in het laatste kwart van de 19de eeuw. Direct aan het IJ werd achter het nieuwe Centraal Station de De Ruijterkade aangelegd als nieuwe laad- en losplaats voor de beurtvaart. Een kleine veertig boten voeren dagelijks volgens een vaste dienstregeling naar tal van bestemmingen in Noord- en West-Nederland. De kade bleef tot de jaren zestig het centrum van de Amsterdamse beurtvaart.

Op de uiteindes van smalle, houten steigers bouwden rederijen eenvoudige, functionele opslagruimtes en soms ook hun kantoren. Enkele reders ambieerden een meer representatieve behuizing, zoals het indrukwekkende Scheepvaarthuis uit 1913 (het gemeenschappelijke kantoor van zes rederijen) even verderop aan de Prins Hendrikkade. Op de De Ruijterkade sprong het kantoor van J.G. Koppe’s Scheepsagentuur het meest in het oog: in 1918 ontworpen door Guillaume la Croix in een exotische Amsterdamse Schoolstijl, met speelse verwijzingen naar traditionele architectuur van Nederlands-Indië, Finland en Marken.

Fris

In 1932 besloot de gemeente om de bouwvallige houten Steiger 9 te vervangen door een van beton. De Alkmaarse reder Johannes Hendricus Smits zag een uitgelezen kans om zijn houten kantoorgebouw te vernieuwen. De West-Friesland Lijn (ook wel Reederij West-Friesland of Vrachtvaartdienst West-Friesland genoemd) exploiteerde het vervoer over water tussen Hoorn, Amsterdam en Antwerpen. Het bedrijf groeide en Smits wilde zijn hoofdkantoor in Amsterdam vestigen. Tien man personeel moest het kunnen huisvesten. Het uiteinde van de nieuwe aanlegsteiger 9 was een mooie plek.

De opdracht ging naar de Amsterdamse architect Jan de Meijer (1878-1950). Hij had zich opgewerkt tot architect volgens de toen gebruikelijke combinatie van werken als praktisch tekenaar (bij onder meer Hendrik Berlage) en het volgen van een avondopleiding. De Meijer kreeg bekendheid met landhuizen, zoals de Larensche Kunsthandel in Laren, en restauraties van 17de- en 18de-eeuwse panden. Ook was hij docent aan enkele kunstopleidingen en nam hij voor de gemeente Amsterdam zitting in de Commissie voor het Stadsschoon (1912) en de Schoonheidscommissie (1933). Begin jaren twintig ontwierp hij voor Publieke Werken kiosken en ander straatmeubilair. Het bekendst is zijn toiletgebouwtje op het Valeriusplein uit 1922. Hij onderhield nauwe contacten met bekende gemeentearchitecten als Pieter Marnette en Albert Boeken.

Voor Smits’ walkantoor ontwierp De Meijer een rechthoekig gebouw van één verdieping onder een plat dak, met aan de kant van het IJ een iets hogere, halfronde uitbouw met een strakke pui van glas. Witte keimverf (waterglasverf) op portlandcement gaf het gebouw een frisse uitstraling.

Het gebouwtje was niet bijzonder groot, maar moest wel nogal wat functies herbergen: een openbaar toegankelijk kantoor met cliëntenbalie, goederenexpeditie, boekhouding, douane-inspectieloods, stookhok, toiletten en keuken. De directeur kreeg de mooiste plek: direct aan het IJ in de halfronde glazen pui, dat een panoramisch uitzicht over het water bood. Veel eisen, beperkte ruimte. De Meijer zei dan ook dat in het ontwerp “... alles tot de laatste mm heen en weer is geschikt”.

Modern

Het is niet bekend waarom Smits architect De Meijer in de arm nam en evenmin waarom hij die opvallend moderne vormgeving wilde, die doet denken aan het Nieuwe Bouwen uit de jaren twintig. Voorbeelden in Amsterdam van deze sobere, strakke stijl, met veel beton, witte wanden en glas, zijn de Eerste Openluchtschool voor het Gezonde Kind in de Cliostraat (1930) en Cineac Reguliersbreestraat (1933), beide van architect Jan Duiker. De Meijer was geen uitgesproken moderne bouwer. Zijn inspiratiebron voor het rederijkantoor was waarschijnlijk het in 1967 afgebroken wachthuisje met kiosk op het Weesperplein – ook met een opvallende ronde glazen pui – dat in 1923 door gemeente-architect Pieter Marnette was neergezet. Ook een kiosk op de Dam gaf De Meijer in 1925 een uitbouw van glas.

Jan de Meijer had eveneens goed gekeken naar het A.P.C.-tankgebouw voor vliegtuigen op luchthaven Schiphol uit 1926, van de gemeente-architecten Albert Boeken en Ad Grimmon. De gevel en de ‘cockpit’ – de halfronde uitbouw – gaven dit gebouw een uitstraling die de dynamiek en moderniteit van de vroege luchtvaart weerspiegelde.

Iets dergelijks wilde De Meijer ook bij het rederijkantoor. De halfronde erker verwees naar de boeg en de brug van een schip, compleet met schoorsteen (waarin oorspronkelijk een scheepslantaarn was aangebracht) en een – niet uitgevoerde – periscoop om zo “vanuit de Directiekamer den steiger aan de landzijde te kunnen overzien”. De rest is een scheepsromp met (ronde) patrijspoorten. Het is een soort theatrale ‘vervoersarchitectuur’ die in de jaren dertig en veertig in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zeer populair was, maar in Nederland nooit echt van de grond kwam. Twee zeldzame voorbeelden zijn de Fordfabriek (en villa) Jongerius in Utrecht en het voormalige benzinestation Auto Palace in Nijmegen, beide uit de jaren dertig.

Pier 10

Het gebouwtje op Pier 9 ademde scheepvaart. Van een afstand was het niet te onderscheiden van de echte schepen die er aanlegden. Het was op die manier een permanent reclamebaken voor de diensten die reder Smits aanbood. En het trok de aandacht. Zo was het gebouw op 8 september 1938 de ontvangstruimte van koningin Wilhelmina, toen zij ter gelegenheid van haar 40-jarige regeringsjubileum aanwezig was bij de tewaterlating van het Nederlandse passagiersschip Oranje.

De teloorgang van de beurtvaart in de jaren zestig betekende ook de afbraak van de meeste rederijgebouwen aan de De Ruijterkade. Het kantoor van De Meijer bleef als enige bewaard en werd in 1988 omgebouwd tot restaurant, een functie die het vandaag de dag nog steeds vervult. Het eerste restaurant heette Pier 10 – enigszins verwarrend omdat de aanlegplaats aanvankelijk Steiger 9 was. (Tussen 1964 en 1987 veranderde de nummering van de steigers door de voortdurende herinrichting van de kade en het verdwijnen van steeds meer steigers.) In 2002 kreeg het gebouw de status van rijksmonument: een laatste tastbare herinnering aan zes eeuwen beurtvaart vanuit de haven van Amsterdam.

Tekst: David Geneste

Beeld: Stadsarchief Amsterdam. De Ruijterkade, het voormalig walkantoor van Rederij West Friesland op Steiger 10 in het IJ, 1991. Vervaardigd door Han van Gool

Juni 2021

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Architectuur
Editie:
Juni
Jaargang:
Tijdperk:
1900-1950 1950-2000 Vanaf 2000