Stemmen uit het verleden, Ben Kroon (1923-2019)

Het Wilde Westen van Noord

Op 1 juni 2019 overleed op 96-jarige leeftijd journalist Ben Kroon. Geboren in 1923 groeide hij op in Amsterdam-Noord aan het Spreeuwenpark, later op de Adelaarsweg. In zijn herinnering was hij, hoewel een 'net' Rooms jongetje, altijd aan het vechten, tegen buurtjongens uit de Jordaan en Uilenburg, tegen de gereformeerden en de rooien. 

"Toen ze de IJ-tunnel bouwden, ging er een geweldige streep door het Noord van mijn jongensjaren. Dat risico loop je, als je opgroeit in een onvolwassen buurt. Een aangenaam dorp dicht bij de grote stad, dat kan niet; vroeg of laat komt er een dikke kabel die de buurt afmeert. De IJ-tunnel is wel een heel dikke.
Er is veel verdwenen. Ook het park dat de gemeente Volewijkspark noemde en de buurt Julianapark, zoals zij ook spraken van het IJ-bos en wij van het Vliegenbos. En zij van het tuindorp Buiksloot, wij van het Blauwe Zand. De volksnamen hebben gewonnen.
Die naam Blauwe Zand kwam van het opspuiten. Het zand werd geaderd door het veen en zo kwam de naam. De buurt die er verrees is nog steeds het aankijken waard. Ik ken eigenlijk geen buurtje in Amsterdam waar zo precies de bedoelingen van de oude woningwetidealisten zijn gerealiseerd als juist daar. Een dorpje in de stad, ieder zijn eigen huisje. Een beetje Waterlands van voorkomen en met de polder al aan het eind van de Waddenweg. Het was, gezien vanuit het standpunt van de idealisten, een overgang van de hel naar de hemel.
De nieuwe bewoners keken er anders tegenaan. Ze waren ergens weggesaneerd, uit de Jordaan of Uilenburg, en zaten vol binnenstadsnostalgie. Weg uit de stad naar een winderige uithoek, waar het 's winters naar mest rook, zonder één kroeg en van de stad gescheiden door water en een pont. Een mooi stuk ontworteling. Ze zijn er toch geworteld. Maar het heeft wat voeten in de aarde gehad.
Wij, de jongens van de aangrenzende buurten, geboren en getogen in de rust en het gemak van Noord, kwamen van de ene dag op de andere tegenover ex-binnenstadsjongens te staan die helemaal dol geworden waren van het nieuwe leven.
In de oude buurt geen parken, laat staan een bos, geen sloten met kikkers, geen bomen. Ze vormden onmiddellijk gangs, kleedden zich als cowboys en gingen op jacht. Het Wilde Westen van Noord was voor hen realiteit. Achter elke boom kon Winnetou staan. Zodat wij argeloos op een woensdagmiddag struinend in het Vliegenbos plotseling overvallen werden door een gemengde bende van cowboys en Indianen, die ons overmeesterden en gevankelijk wegvoerden naar een hut, waar krijgsraad werd gehouden. Wij werden aan een boom gebonden en in fraai Jordaans werden ons de meest vreselijke martelingen in het vooruitzicht gesteld. Juist toen het ritueel zou beginnen, kwam er een tuinman voorbij, die ons onder het even welluidend aanroepen van alle hemelbewoners verloste. Wij wisten niet hoe hard wij naar onze eigen buurt moesten terugrennen.
Jarenlang betekende het Vliegenbos gevaarlijk terrein. Je moest wel voor bewapening zorgen. Maar in straatgevechten waren wij geoefend. De territoriumdrift waar Dick Hillenius van Artis zoveel boeiende dingen over vertelt, kreeg in het opgedeelde Noord van vroeger zijn beste kansen. Noord was, naar de gezindheid van de bouwverenigingen, verdeeld in roomse, protestantse, socialistische en 'algemene' straten. Elke Noorderling van vroeger kan nauwkeurig het verschil in gezindheid aangeven tussen de Nachtegaalstraat (katholiek), het Ganzenplein (gereformeerd) en de Leeuwerikstraat (rood). Hemelsbrede verschillen, die er de roomse jongens van het keurige Spreeuwenpark toch niet van weerhielden om eindeloos te vechten met de minder 'nette' jongens van de even roomse Nachtegaalstraat.
Jongens houden van apartheid en het oude Noord was er vol van. Je wist altijd waar je bondgenoten zaten in de nood. En er was dikwijls nood, want in mijn herinnering werd er nooit anders dan gevochten. Het verwondert mij voortdurend hoe vreedzaam het thans opgroeiend geslacht is. Van vechten merk ik nauwelijks iets. Van echt spelen trouwens evenmin. Ze krijgen er de kans niet meer voor, denk ik. In een vooroorlogse buurt moest je jezelf redden."


DIT IS EEN VERKORTE VERSIE VAN DE TWEEDE AFLEVERING VAN DE RUBRIEK BUURTPRAAT, IN MAART 1972 VERSCHENEN IN ONS AMSTERDAM. HENK VAN NOORD (PSUEDONIEM VAN KROON) VERTELDE DAARIN OVER ZIJN JEUGD IN AMSTERDAM-NOORD). BEN KROON WAS VAN 1945 TOT 1965 REDACTEUR VAN DAGBLAD DE TIJD, HET LANGST ALS LID VAN DE STADSREDACTIE. KROON WAS OOK AUTEUR VAN HET BOEK IN HET LAND VAN DE VIJAND, OVER ZIJN JAREN ALS DWANGARBEIDER IN DRESDEN, VAN 1943-1945.  

Beeld: Het Spreeuwenpark in Noord in 1920, vijf jaar na de oplevering. De meeste woningen waren van de katholieke Woningbouwvereniging Dr. Schaepman. Hier woonde de familie Kroon in de jaren dertig op nummer 16-huis. Vader A.G.D. Kroon was penningmeester van Dr. Schaepman en vice-voorzitter van het R.K. Zangkoor Sancta tua Habitatio. 

 

Juli/Augustusnummer 2015

Delen: