Sodomietenjacht. Hoenderkoper gebrandmerkt als sodomiet

De Amsterdamse hoenderkoper Willem Leske had een vrouw, twee kinderen, een goede baan en een eervolle positie in het gilde. In 1764 werd hij als ‘sodomiet’ op de Dam ter dood gebracht.

Het begon allemaal zo voorspoedig. Op 14 augustus 1759 verkreeg Willem Leske, zesentwintig jaar oud, ‘besteller’ van beroep, het poorterschap van Amsterdam. Veertien dagen later trad hij in het huwelijk met Christina Lavigne (1741-1791), dochter van de hoenderkoper Claes Lavigne in de Lombardsteeg. Haar vader was in 1757 overleden; moeder Elsje Laekens, hertrouwde met een andere hoenderkoper, Dirk Abeloo. De Lombardsteeg lag om de hoek van de oude riviervismarkt aan de Nes (anno 2020 het pleintje voor De Brakke Grond): daar was de vogel- en hoendermarkt.

Het poorterschap en het huwelijk biden Willem Leske allerlei voordelen. Via zijn schoonfamilie trad hij toe tot een netwerk van hoenderverkopers en door zijn poorterschap en als schoonzoon van een gildelid kon hij direct toetreden tot het hoender- en vogelkopergilde. Leske moet een goede indruk hebben gemaakt, want al in augustus 1762 werd hij genomineerd voor het gildebestuur, dat bestond uit twee hoenderkopers en twee vogelkopers. In augustus 1763 werd hij tot overman benoemd. Alles leek hem voor de wind te gaan.

Maar dan verdwijnt hij uit de boeken. Christina niet: zij was in 1770 hertrouwd met de weduwnaar Gerrit Aams uit Raalte (1724-?), ook een hoender- en vogelkoper. Een en ander betekent dat Willem moet zijn overleden, maar hij komt in de begraafregisters van de stad niet voor. Het antwoord is luguber: omdat hij niet begraven was. Hij was op de Dam geëxecuteerd en zijn lichaam was in het IJ gegooid.

 

Netwerken

Op 18 september 1764 werden op de Dam vier mannen wegens sodomie aan de wurgpaal terechtgesteld, waarna hun gezichten werden geblakerd en hun lichamen met 100 pond gewicht aan elk been in het Amsterdamse IJ geworpen. De vier waren: Andries te Boekhorst, pruikmakerknecht, 32 jaar; Jan Heemskerk, van Vreeland, waterhaalder, 35 jaar; Hermanus Smit, korenharper, 45 jaar; en onze Willem Leske, hoenderkoper, 31.* De executie vindt plaats precies een maand na de doop van zijn tweede kind, Maria.

Tussen 1730 en 1811 voerde het Amsterdamse gerecht 234 rechtszaken tegen 227 van sodomie beschuldigde personen. De jaren 1764-1765 spannen de kroon met 80 vonnissen over 78 personen, de meeste bij verstek. In totaal waren er in die periode zestien terechtstellingen (allen mannen) wegens sodomie. Twee door verdrinking, twee door verhanging, de overigen door wurging. De andere veroordeelden kregen een lange gevangenisstraf, die zij moesten uitzitten in het Rasphuis, of werden verbannen.

Het proces tegen Willem Leske was waarschijnlijk het gevolg van een langer lopend onderzoek door de Amsterdamse hoofdofficier Isaac Sweers. Twee jaar eerder arresteerde hij de heelmeester François Voogd wegens aanranding van de 21-jarige kastenmaker Gerrit Plate. Een drietal andere Amsterdammers had vervolgens ook een klacht tegen hem ingediend; om de doodstraf te ontlopen verklaarde Voogd zich tegenover de schepenen schuldig aan de hem ten laste gelegde feiten, maar gaf hij ook informatie over twee netwerken van ‘sodomieten’. Het ene rond de boekwinkel van Harmanus van Werven op de hoek van de Gapersteeg en het Rokin, het andere rond de winkel van een tweede boekhandelaar, Gerardus van Hattum. De hoofdofficier liet de ontmoetingsplaatsen bewaken en organiseerde een ware jacht op homoseksuelen.

 

Zelfmoordpoging

Dagboekschrijver Jacob Bicker Raye meldde in juli 1764 dat in Amsterdam tien mannen op verdenking van sodomie waren gearresteerd en dat “enkele honderden anderen” de stad ontvluchtten. Beschuldigden die niet weg konden komen, hadden zelfmoord gepleegd, “so verhangen, verdronken als de keel afgesneeden”. Een van de tien – “een zekere vogelverkooper” – probeerde zich in de cel van het leven te beroven door een “gerand drieguldenstuk” met geweld door te slikken. De forse munt bleef echter steken in zijn slokdarm, hij kreeg “stuipen van benauwdheid” en raakte “met zoo een force aan ’t fumeeren” dat het ding er uiteindelijk weer uit kwam – dat wil zeggen: na tien dagen. Hoofdofficier Sweers bewaarde de munt als herinnering.

Rond de vervolgingen en de executies van 1764 verschenen allerlei ronkende pamfletten, die zich beklaagden over de goddeloze schande van de sodomie en de overheid prezen om het harde optreden. In de bundel Het regtveerdige en goddelyke wraak-toneel geopent en uytgevoert door de [...] Schout en Schepenen der stad Amsteldam [...] over de zonden van sodomie, die een maand vóór de executie verscheen, wordt Willem Leske, ‘Hoender Verkooper’, toegesproken:

 

“De Nes die staat verstelt op uw verkeerde zinnen,

Wat hebt gy willen, of wat hebt gy gaan beginnen?

Gy vlugte met uw Haas al loopende op de vlugt,

Uw Vrouw in andre Staat, om u te deerlijk zugt:

’k Wensch u, en de andere, heil! ’t Recht en den Predikant

Wagt knielende met u, Genade van Gods hand.”

 

Willem probeerde kennelijk aan arrestatie te ontkomen. Het 44 bladzijden dikke boekje bevat ook een ‘Zamenspraak tusschen vier misdadigers en de Dood’, waarin hij aan het woord komt over zijn zelfmoordpoging: “Ik koos een middel om my zelf van kant te helpen,/ Wie zal myn vuyle brand en geyle vlammen stelpen?”

De paniekerige vervolging van homoseksuelen hield aan. Twee maanden na Leske en zijn drie lotgenoten stierf de boekhandelaar Hermanus van Werven aan de wurgpaal; in mei 1765 volgden nog twee executies. Daarna waren er nog tientallen processen, maar bleven doodstraffen uit.

 

* LESKE STAAT ALS ‘28 JAAR’ OP DE LIJST, MAAR HIJ IS OP 5 JULI 1733 IN DE NIEUWE KERK GEDOOPT EN WAS DUS 31 TEN TIJDE VAN DE EXECUTIE.

 

TEKST DEELS ONTLEEND AAN: TON JONGENELEN, ‘DE WAARNEMING ALS CONSTRUCTIE. SODOMIE EN RECHTSVERVOLGING IN AMSTERDAM IN DE ACHTTIENDE EEUW’, IN MEDEDELINGEN VAN DE STICHTING JACOB CAMPO WEYERMAN 21 (1998) 2; EN: HANS WENDTE, ‘HOE DE AMSTERDAMSE HOENDERKOPER WILLEM LESKE (1733-1764) IN HET IJ EINDIGDE’, ONS VOORGESLACHT, 74 (DECEMBER 2019).

 

Beeld: Tydeleke straffe voorgesteld ten afschrik aller goddeloze en doemwaardige zondaren, was de titel van een kort ‘stripverhaal’ (tekst Gijsbert Tijsens, uitgave Gerrit Bos) uit 1730 over homoseksualiteit, de “afschuuwelyke zonde, uit Zatans ryk ontsproten”. De man toont zich als een valse vrouw en sterft na arrestatie en veroordeling op het schavot aan de wurgpaal of door verdrinking in een waterton. Collectie Stadsarchief Amsterdam

 

Koen Kleijn

Aprilnummer 2020

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
April
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Amsterdamse Akten
Tijdperk:
1700-1800