Schouwburg Kunstgenoegen. Voor al uw Comedien, Concerten en Vertooningen

De toneelwereld bruist in negentiende-eeuws Amsterdam. Naast de drie grote schouwburgen zijn er talloze theatertjes en gezelschappen die allerlei soorten vermaak bieden. In de Nieuwe Kerkstraat staat zo’n, nu bijna vergeten, komedielokaal.

In 1901 gaat schrijver Justus van Maurik op bezoek bij de stokoude acteur Nathan Judels, stichter en directeur van de fameuze Salon des Variétés in de Amstelstraat. Judels blikt terug op de goede oude tijd, toen acteren nog een bijbaantje was, en de zalen klein.  

Hij herinnert zich een theatertje dat ‘het Huis ten Bosch’ heette: ‘op 't Weesperveld, dat is nu de Kerkstraat, dicht bij de Weesperstraat, dáár, waar vroeger de Fransche manège stond. [...] Er was een boschage voor de deur, daarom noemde men het 't Huis ten Bosch – 'n nette zaal, keurig ingericht met balcon en loges, ruim en goed – en er werd heel aardig gespeeld.’  

In die zaal zou Judels op zijn twaalfde zijn debuut gemaakt hebben als violist – invaller in het orkestje – en een jaar later als acteur in het stuk Het kamertje van een Waschmeisje. Hij bleef er tot zijn zestiende spelen, voornamelijk in kinderrollen.  

  

Goede smaak 

Het theater moet hebben gestaan in wat nu de Nieuwe Kerkstraat is, naast de Franse Manege. De Nieuwe Kerkstraat werd ook wel Weesperkerkstraat of Jodenkerkstraat genoemd. Begin 19de eeuw is hier nog veel ruimte. Aan de overkant van de Nieuwe Prinsengracht liggen de stadsvuilnisbelten waar varkens vrij rondlopen. Aan het einde van de Nieuwe Kerkstraat zijn laat 18de eeuw op het Weesperveld het grote Stads-Oudemannenhuis en het Lutherse bejaardentehuis verrezen.  

In de Franse tijd en daarna is theater in Amsterdam zeer populair. Naast de Stadsschouwburg zijn er de Franse en Hoogduitse theaters die vooral hoogwaardige klassieke stukken brengen, maar ook opera’s en komedies. De drie grote schouwburgen ondervinden flinke concurrentie van wat ‘liefhebberij-komediën’ wordt genoemd. Oorspronkelijk zijn dat amateurgezelschappen die een paar keer per jaar voor eigen plezier optreden. Daarna worden er de kleine schouwburgen mee bedoeld, bespeeld door semiprofessionele gezelschappen met namen als Leerzaam Vermaak en Kunst en Vlijt.  

Rond 1830 bestaan er een tiental van zulke liefhebberijkomedies die openbare voorstellingen geven, ook in speciale schouwburgtenten tijdens de kermis op de Botermarkt. Er zit flink verschil in de programmering. De commissarissen die voor het stadsbestuur toezicht houden op de Stadsschouwburg bewaken daar de ‘echte vaderlandsche taal, zeden en gewoonte’, ofwel: de goede smaak. Alle niet-klassieke, volkse toneelstukken en komedies worden uit de Stadsschouwburg geweerd en betiteld als ‘prullaria’. De uitbaters van de liefhebberijkomedies springen in het gat.  

Verder lezen? Het hele verhaal staat in ons Decembernummer. Neem nog deze maand een (heel voordelig) abonnement en je krijgt het thuisgestuurd.

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Meld je aan Arrow right Geef cadeau Arrow right

Frits Slicht

Decembernummer 2021

Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam

Delen:

Buurten:
West
Dossiers:
Kunst en Cultuur
Editie:
December
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal