Schaal: een op vijfduizend

Op de tekenkamer van de Dienst der Publieke Werken maakten ambtenaren aanvankelijk alleen kaarten wanneer beleidsmaker en uitvoerders van de dienst daar behoefte aan hadden.
Vanaf eind 19de eeuw werd aan een aantal kaarten structureel gewerkt, eerst de overzichtskaart: 1:10.000 (1902) toen de meer gedetailleerde 1:1000 (1909) en tussen 1910 tot 1993 verscheen in verschillende fraaie versies de 1:5000 kaart.

Het beheer van de openbare ruime in Amsterdam werd in 1851 ondergebracht bij de speciaal hiervoor opgerichte Dienst der Publieke Werken. De ambtenaren die daar werkzaam waren moesten een goed en actueel beeld hebben van de straten, plantsoenen kruispunten en gebouwen in de stad. Plattegronden waren daarbij onmisbaar en ze werden door ambtenaren van de dienst in verschillende uitvoeringen gemaakt: wilden beleidsmakers of uitvoerders een kaart hebben, dan werd die simpelweg getekend en eventueel gedrukt. Ze werden aanvankelijk alleen gemaakt als er behoefte aan was. Het vervaardigen van kaarten gebeurde dus niet planmatig. Eind 19de eeuw veranderde dit. Publieke Werken wilde voortaan op ieder gewenst moment kunnen beschikken over grootschalige, gedetailleerde kaarten. Om te beginnen werd een grote kaart in twaalf bladen gemaakt: het College van B&W had daarvoor in 1896 de opdracht gegeven. Deze kaart werd getekend onder leiding gemeenteambtenaar H.J. Scheltema en in 1900 gedrukt op een steendrukpers van drukkerij Tresling & Co, in een oplage van 316 exemplaren. Het werd een fraaie kaart op schaal 1:3750. 
Vervolgens werd op de tekenkamer van Publieke Werken – wederom onder leiding van Scheltema – in 1902 een verkleining hiervan gemaakt op een schaal van 1:10.000. Deze was logischerwijs, minder gedetailleerd dan de eerste.
Een nieuwe druk van de eerste Scheltema-kaart, de 1:3750 zat er niet in.: de stenen waarvan die gedrukt was, waren teveel afgesleten om nog een mooie druk te verkrijgen, zo bleek in 1905. Bovendien wilde men een kaart die geschikt was voor het registreren van het gemeentelijke leidingnet en daarvoor was deze kaart niet gedetailleerd genoeg. Eenmaal op dit punt aanbeland, werd een nieuw beleid uitgestippeld voor het stelselmatig in kaart brengen van de stad op een schaal van 1:1000. In 1908 werd het eerste proefblad gedrukt en vanaf 1909 vorderde de productie in rap tempo. De Scheltema-kaart in twaalf bladen was hiermee vervangen door een veel gedetailleerdere uitgave. Om het hele gebied binnen de stadsgrens af te beelden, had men in 1909 liefst 76, mogelijk 77 bladen nodig. Na annexaties van 1921 (toen onder andere Sloten, Nieuwendam, Ransdorp, Buiksloot, Watergraafsmeer en delen van Nieuwer-Amstel bij de stad werden getrokken) en 1966 (delen van het voormalige Weesperkarspel, wat leidde tot het hedendaagse Amsterdam-Zuidoost), werden dat er meer dan 250.
Sinds 1908 waren er dus twee soorten kaarten die door de medewerkers van Publieke Werken en het publiek konden worden geraadpleegd: de één op een schaal van 1:1000, de ander 1:10.000 (uitgegeven op één blad). Het hoeft niemand te verbazen: het gat tussen de twee beschikbare uitgaven werd al gauw te groot gevonden: een nieuwe kaart van Amsterdam op schaal 1:5000.

Stadsuitbreiding “in kleuren en streepen”
Van de uitgave van de 1:5000 kaart uit 1911 is helaas maar een van de vier bladen bewaard gebleven (uitgevoerd in kleur). Ook bezit het Gemeentearchief een gemonteerde versie met aanvullingen uit 1916, waarop in de onderrand staat vermeld: “gedrukt in december 1910 | herdrukt in april 1914 | herdrukt in januari 1916. Er moeten dus minstens vier verschillend gedateerde uitgaven van deze 1:5000-kaart geweest zijn. Die waren bovendien leverbaar in verschillende kleurstellingen: in zwart, in zwart en blauw en in kleur.
Het gemonteerde exemplaar is een speciale, historisch ingevulde uitgave en staat bekend onder de naam ‘De Kaart van Van Eck’. Hierop tekende stadshistoricus J. van Eck de ontwikkeling van de stad in. Die kaart kreeg een speciale titel: “Amsterdam | 1915 | in kaart gebracht | door den dienst van Publieke Werken | in kleuren en streepen | aangegeven de uitbreiding van de stad, | hare havenwerken en spoorwegen van | de tweede helft der 19de eeuw tot heden | door J. van Eck”. De verwijzing naar het jaar 1915 lijkt te slaan op het werk van Van Eck, want zijn onderzoeksresultaten werden getekend op een uitgave van de kaart uit 1916. Delen van de ‘kale kaart’ werden overplakt met gegevens onder de stadsontwikkeling buiten de Singelgracht, voornamelijk van na het jaar 1865. In manuscript zijn twaalf vakken aangeduid waarin de de nieuwe uitleg werd verdeeld. Hierbinnen zijn honderden details ingetekend van de ontwikkelingen van de topografie, die in de opgeplakte legendablokken nader worden uitgelegd, vaak met vermelding van de relevante raadsbesluiten. In rood staan de zesentwintig bolwerken ingetekend die de stad insloten voor het begin van de nieuwe uitleg. In het IJ is in dezelfde kleur de palenrij ingetekend, die in de jaren zestig van de 19de eeuw werd verwijderd. De opgeplakte legenda is in enkele hoofdgroepen samen te vatten: “De oude stad; Plantsoenen binnen stadsvest; Bebouwing langs de schansen; Uitbreidingen (sedert) 1876 en Langs de schansen (in elke van de twaalf uitbreidingsvakken).” Het is niet duidelijk of er na 1916 nog uitgaven van deze kaart in vier bladen verschenen. In ieder geval zijn ze niet bekend.
Wel bekend bij het Gemeentearchief is de 1:5000-kaart die enkele jaren later door Publieke Werken is vervaardigd, maar niet is gedateerd. Hierop is iet de hele gemeente ingetekend, maar alleen de geactualiseerde stedelijke bebouwing (in rood). Ook zien we (in roze) de nog niet uitgevoerde plannen van architect H.P. Berlage in Amsterdam-Zuid. Deze kaart, die bestaat uit een oost- en een westblad, toont een kaartbeeld dat overeenkomt met Amsterdam in 1920-1921. De in totaal zes exemplaren van de kaart die bekend zijn, laten alle hetzelfde kaartbeeld zien. Het lijkt er dus op dat de kaart geen gewijzigde heruitgaven heeft gekend.
De eerstvolgende1:5000-kaart stamt uit 1929-1930. Deze werd niet zoals zijn voorganger op twee grote bladen gedrukt, maar op negen wat kleinere bladen. Overeenkomstig de uitgave van 1920 – 1921, tonen ze de stedelijke bebouwing, aangevuld met een randje onbebouwd gebied. Aansluitend, in de jaren 1931 – 1934, worden ook de bladen gedrukt die het overige landelijke gebied binnen de gemeentegrenzen laten zien (bladen 10 tot en met 25). Het is een prachtige kaart met een evenwichtig kaartbeeld. Ook de kleurstelling is bijzonder fraai.
Als hulp om het goede blad te kunnen vinden, werd, vermoedelijk ook tussen 1931 en 1934, een bladwijzer gedrukt. Hierop staan alle 25 bladen ingetekend. Het is opvallend dat de bladen 17 tot en met 21 hierop maar half zo breed zijn als de overige bladen. Vreemd, want deze vijf bladen zijn even groot als de bladen 7 tot en met 16. De originele bladen 21 tot en met 25 zijn wel kleiner dan de overige. Ze zijn slechts half zo hoog. De onjuiste weergave van de verhoudingen van deze bladen op de bladwijzer doet vermoeden dat deze eerder werd getekend dan de kaartbladen 17 tot en met 21, Op de bladwijzer is overigens elk vakje dat een 1:5000-blad weergeeft weer verdeeld in kleinere vakjes van zes bij zes: dit is de bladindeling van de 1:1000 kaart. Onderaan de bladwijzer is te zien op welke hoogte Amsterdam zich bevindt ten opzichte van de omliggende gebieden: het getekende hoogteprofiel toont een ‘dwarsdoorsnede’ van Noord-Holland dat loopt van de Noordzee, via Amsterdam tot de Zuiderzee.

Knippen en plakken
Iedere stadsplattegrond, of die nu gebruikt wordt door toeristen of door medewerkers van Publieke Werken, moet met regelmaat worden gewijzigd en aangevuld. Het actualiseren van kaartbladen gebeurt meestal door delen van de oorspronkelijke tekening te vervangen door het nieuwe kaartbeeld. Voor de 1:5000-serie werd, hoogst uitzonderlijk, een andere wijze gebruikt. Deze kaarten werden gewijzigd door delen die sterk waren veranderd te overplakken. Hiertoe werden in of rond 1934 zogenaamde correctiebladen gedrukt. Dit zijn gedrukte vellen met enige tientallen ‘eilandkaartjes’. Deze moesten worden uitgeknipt en over het verouderde kaartbeeld worden geplakt. Het Gemeentearchief bezit twee van die correctiebladen, genummerd 4 en 7. Er zijn er dus in ieder geval zeven van gemaakt. Het overplakken moet een tijdrovende bezigheid zijn geweest en er zullen door deze techniek ook vele verschillende kaartbeelden zijn ontstaan, immers, als niet alle ‘eilandjes’ waren opgeplakt, was het blad slechts gedeeltelijk bijgewerkt en dus niet helemaal actueel. De collectie van het Gemeentearchief bevat enkele tientallen beplakte bladen, maar niet een van na 1934. Waarschijnlijk gebeurde het knippen en plakken daarna niet meer – misschien omdat het vrij duur en arbeidsintensief was en enige accuratesse vereiste.
Een ander probleem bij het vervaardigen van de actuele kaarten ontstond toen de stads steeds maar verder uitbreidde. Toen in 1966 de stadsgrenzen werden verlegd om in de voormalige gemeente Weesperkarspel het huidige Zuidoost te realiseren, werd een nieuwe bladindeling van de 1:10.000-kaart nodig om de hele stad op één kaart te krijgen. Daarmee veranderde ook de 1:5000-kaart die is afgeleid van de overzichtskaart in negen bladen: elk 1:10.000 blad omvat exact het gebied van vier 1:5000-bladen.
Toch is er iets merkwaardigs aan de hand met het aantal kaartbladen van de 1:5000-kaart. Op de bladen die vóór 1993 verschenen, lezen we dat het een kaart in zesendertig bladen is. Deze bladen zijn genummerd 1.1. tot en met 9.4. Mar in 1991/1992 werd het blad 14.1 Uitdam gedrukt, omdat dit uiterste noordoostelijke stukje van Amsterdam tot dan toe niet op de kaartbladen voorkwam. Het bladnummer 14.1. werd vastgesteld na doornummering van de spiraalvormig toegekende oudere bladen van de 1:10.000-kaart – zie ter illustratie de nummering in de kaart op pagina 367.
(Schuin) boven de bladen 9,2 en 3 zouden ook nog de bladen 10 tot en met 13 moeten worden toegevoegd. Die zijn echter nooit gedrukt. De aanvulling aan de oostkant met de bladen 14.1 tot en met 14.4 kwam er maar ten dele: alleen de Uitdamkaart rolde van de pers.
In 1993 werd het laatste 1:50000-blad gedrukt: de koste rezen de pan uit en vraag was er nauwelijks naar de kaarten. Bovendien namen de mogelijkheden voor het maken van kaarten op de computer begin jaren negentig in rap tempo toe. De producent van de 1:5000-kaart, Geo-informatie Amsterdam, koos ervoor om over te stappen op digitale kaartvervaardiging. De gedetailleerdere 1:1000-kaart werd toe nal digitaal vervaardigd en dat moest op korte termijn ook het geval zjn met de 1:10.000-kaart. Bovendien werd het niet langer nodig gevonden de 1:5000-kaart apart te vervaardigen; met de computer kon die immers in een handomdraai worden ontleend aan de digitale 1:10.000-kaart: Het beeld hoeft ten slotte alleen maar te worden vergroot. De Papieren versie – niet langer gedrukt, maar geprint – was kwalitatief natuurljk wel een stuk minder geworden dan de oudere bladen, met name in de lijnvoering. Vanaf 1996 zijn er wel weer geprinte 1:5000-bladen leverbaar, waarbij opvalt dat het tegenwoordig gaat om een kaartin zevenendertig bladen, en niet langer om zesendertig.

 

Delen:

Jaargang:
2002 54

Gerelateerd

Hier gebeurde het... Amstelbocht, 30 juli 1650. Stadhouder kon stad niet verrassen
Hier gebeurde het... Amstelbocht, 30 juli 1650. Stadhouder kon stad niet verrassen
Hier gebeurde het 10 juni 2011
Rood Amsterdam in zwart-wit
Rood Amsterdam in zwart-wit
16 december 2002
75 jaar Linnaeushof
75 jaar Linnaeushof
16 december 2002