Ritjes met de roltrap

In het najaar van 1948, ik was toen net vijf, vertrok mijn vader namens Fokker voor enkele maanden naar Engeland om daar bij een bedrijf dat Sperry heette een cursus te volgen over de automatische piloot. Hij keerde terug met wonderbaarlijke verhalen. Zo zou je in de Engelse winkels gewoon chocola kunnen kopen, reden er in Londen autobussen die twee verdiepingen hoog waren en zitplaatsen op het dak hadden en had je er trappen, waarop je niet hoefde te lopen, want dat deden zij voor jou. Je ging gewoon op een trede staan en dan kwam je vanzelf boven. Ik geloofde er niets van, maar op een dag nam mijn moeder me mee naar de Bijenkorf, en daar hadden ze zulke trappen ook. Je ging op een trede staan en ging vanzelf naar boven, een wonder was het. 

Toen wij jongens een jaar of elf waren, vonden we dat nog steeds. Met de tram reden we naar de stad, waar we probeerden de Bijenkorf binnen te komen om ritjes met de roltrap te maken. De kunst was om langs de portiers te komen die de draaideuren van de drie ingangen bewaakten. Je moest ze afleiden. Treiteren tot ze kwaad werden, was het beste, want als ze achter iemand aanzaten, konden de anderen naar binnen glippen. O heerlijk ogenblik, dat je op zo’n krakende roltrap van verdieping naar verdieping steeg! 

Als het bij de Bijenkorf niet lukte, liepen we naar het Centraal Station. Waar nu de toegangspoortjes staan, zat vroeger de man die je kaartje knipte. J’fais des trous, des p’tits trous, encor des p’tits trous/ Des p’tits trous, des p’tits trous, toujours des p’tits trous, zoals Serge Gainsbourg een paar jaar later zou zingen. Onze strategie om de kaartjesknipper te misleiden, was dezelfde als die we gebruikten voor de portier van de Bijenkorf. En hier was de beloning nog groter, want een roltrap viel in het niet bij de grote grommende locomotieven die enorme rookwolken uitbliezen en af en toe hun schrille fluit lieten horen. 

Opgewonden renden we tussen de passagiers door, over de perrons en langs de treinen, af en toe achterna gezeten door een machinist of conducteur. Ik geloof niet dat we ooit gepakt zijn. In de hoerenbuurt liep dat wel anders af. Daar kregen we in een steeg waar we door een kier van het gordijn bij een peeskamer naar binnen probeerden te loeren een keer een fikse emmer water over ons heen. Het was op een woensdagmiddag in de herfst, en we waren naar het Waterorgel op het Rembrandtplein geweest.

 

Guus Luijters

December 2019

Beeld: Henk Thomas

Delen:

Buurten:
Centrum
Editie:
December
Jaargang:
2019 71
Rubriek:
Column
Tijdperk:
1950-2000