Reuzen, dwergen en duikelaars

Begin 20e eeuw was de ‘freakshow’ ongekend populair. Vrouwen met baarden, ‘skeletmensen’ en siamese tweelingen stonden op de kermis of zelfs in het theater, en verdienden daarmee een goed belegde boterham. In De man met de ijzeren schedel volgt wetenschapsjournalist Jaco Berveling de carrières van vijf Nederlandse (drie Amsterdamse) ‘wondermensen’. Zo is daar Jan Kramer, 2.42 meter lang, geboren in de Pijp, die de wereld over reisde als ‘de reus van Amsterdam’. Of de Jordanese ‘duikelaar’ Charles Takkenberg, die in 1925 zijn vrouw verliet om koprollend 1500 kilometer naar Marseille af te leggen. 

De wondermensen lieten zich niet zomaar aanstaren; het waren trotse artiesten die het heft in eigen hand namen. De Amsterdamse Billie Wells – de man met de ijzeren schedel – leidde in 1899 een succesvol protest tegen het gebruik van het woord ‘freak’. Jan Kramer verdiende zijn geld als ‘reus’, maar was ook eigenaar van een café in de Theophile de Bockstraat en oprichter van de Klub voor Lange Mensen. Zowel het café (Gent aan de Schinkel) als de Klub bestaan nog steeds.  

Om de kaartverkoop op te stuwen, lieten de artiesten zich maar al te graag fotograferen. De man met de ijzeren schedel wordt dan ook geïllustreerd door tientallen ansichtkaarten en krantenknipsels. De foto’s van Wells die een blok beton op zijn hoofd kapot slaat, of Kramer met een volwassen man op de arm intrigeren nog altijd. Dat is ook de boodschap waarmee Berveling afsluit: onze fascinatie met ‘wondermensen’ is van alle tijden. Want wat is eigenlijk het verschil tussen een dikke vrouw op de kermis en een ‘afslankshow’ als Obese, waarin de camera mensen met extreem overgewicht volgt?

De man met de ijzeren schedel 
De overlevingskunst van vijf Nederlandse wondermensen  

Jaco Berveling  
- Uitgeverij de Republiek  
- 168 blz  
- € 17,50 

 

Delen:

Dossiers:
Amsterdammers
Jaargang:
Rubriek:
Recensie
Tijdperk:
1800-1900 1900-1950