Reislustige vrouwen. Daar was laatst een meisje loos

Vele duizenden kozen via Amsterdam het ruime sop, in dienst van de VOC, de WIC of de koopvaardij. Hun namen kennen we vaak alleen van schuldverklaringen, die zij voor het vertrek tekenden bij een notaris. Bijna altijd mannen. Reizende vrouwen zijn uitzonderlijk, toch zijn ook die te vinden in de notariële archieven.

Het is niet eens zeker of de Portugese Leonora Paye überhaupt wel voet aan wal heeft gezet in de Republiek. Maar onderweg naar verre oorden heeft zij haar spoor achtergelaten in een notarieel archief. We leren Leonara kennen in een verklaring van een groepje militairen die in 1644 uit Maranhao (Brazilië) in Amsterdam is aangekomen. Tussen 1641 en 1644 bezette de West-Indische Compagnie de stad Sao Luis in het noorden van Brazilië. In oktober 1644 leggen meerdere veteranen verklaringen af over de gebeurtenissen, waaronder strijd met inheemsen en Portugezen in en om die stad.

Niet alle Portugezen waren de Nederlanders vijandig gezind. In mei 1643 trouwde Leonora Paye met WIC-sergeant Matheus Harmensz. in de kerk van Sao Luis. Na zijn dood vertrok zij met het WIC-schip de Blauwe Haan naar Curaçao. Daar trouwde ze enkele weken later met vaandrig Gijsbert Cornelisz. de Leeuw uit Utrecht. Samen reisden ze door naar Manhattan, om zich daar te vestigen. In 1647 was Gijsbert nog getuige bij een doop in het toenmalige Nieuw-Amsterdam, van Leonora ontbreekt daarna elk spoor.

Gijsbert Cornelisz. de Leeuw was ook al betrokken bij een andere bijzondere, reizende vrouw. In 1860 publiceerde het tijdschrift het Familiemagazijn een opvallend ‘daar was laatst een meisje loos’-verhaal over Maritgen Jans (ca. 1611-1631) uit Gorcum, die als soldaat naar Afrika ging.

 

Zwijggeld

De Amsterdamse arts en chroniqueur Nicolaes van Wassenaer (1571-1630) beschreef haar belevenissen in zijn Historisch verhael over het jaar 1629. Maritgen was een tijdje dienstbode en ‘garentwijnster’ in Amsterdam, waarna ze naar Utrecht trok. “Hier verkocht ze hare vrouwe kleederen voor een mans gewaad, sneed haar lokken af” en ging leven als David Jansz. ‘David’ leerde in de Domstad Gijsbert de Leeuw kennen, die van plan was naar het buitenland te vertrekken. Samen gingen zij naar Amsterdam en schreven zich in als soldaat.

Op 30 mei 1628 vertrokken David en Gijsbert in dienst van de WIC met de Cameel richting Fort Nassau in het huidige Ghana. Onderweg werd het schip aangevallen door Duinkerkers. Het was David, zo lezen we in het Familiemagazijn, die als eerste “het musket gegrepen had, en hij had geen vrees getoond toen de kogels hem om de ooren snorden”. Gijsbert kreeg ondertussen in de gaten hoe de vork in de steel zat. Hij dreigde Davids geheim aan de bemanning te openbaren. David had geen keus: met “conditien van stilzwijgendheid” en f 15,- zwijggeld was Gijsbert bereid zijn mond te houden.

David was geliefd onder de matrozen, aldus Van Wassenaer, omdat ze een “schone tronie” had, handig en vlijtig was en altijd een vaatje brandewijn bij de hand hield. In Fort Nassau bleek oefenen met het musket te zwaar voor hem, maar Davids populariteit nam verder toe, omdat hij de hemden van de soldaten repareerde en de zieken verzorgde. David dronk ook graag een potje wijn met de mannen en bezocht met hen “de zwarte vrouwen”, om zijn ware sekse niet te verraden.

 

Schipbreuk

Uiteindelijk kon Maritgen haar geheim niet bewaren. Na enkele maanden in Fort Nassau werd zij ernstig ziek. Aanvankelijk was het Van Leeuwen die haar verzorgde, maar toen ze opgenomen werd in de ziekenzaal van het fort kwam haar geheim uit. De generaal van het fort, Adriaan Cornelisz., een “beminder van de eerbaarheid”, gaf haar een eigen hut, apart van de soldaten, en ging op zoek naar een betrouwbare echtgenoot. Maritgen trouwde in oktober 1628 met de fiscaal (een soort officier van justitie) van Fort Nassau, Jacques Le Fièvre.

Enkele maanden later al overleed Le Fièvre, en Maritgen vertrok in januari 1629 naar Amsterdam. Volgens een andere chroniqueur, Van Beverwijck, trouwde ze kort na aankomst met een zekere sergeant Johan Witvoet, “soldaat te water” uit Rotterdam. In de ondertrouwakte verklaart “Marike Jans van Muijlkerk” (een dorpje vijf kilometer onder Gorinchem) acht maanden weduwe te zijn van Jacques Le Fièvre. Johan Witvoet vertrok kort daarna naar Pernambuco in Nederlands-Brazilië. Maritgen reisde hem in 1631 achterna met De Oraengien-Boom. Dat schip strandde na twee dagen bij Calais, en zij verdronk, met honderd andere opvarenden.

MARK PONTE IS HISTORICUS EN SENIOR MEDEWERKER PRESENTATIE BIJ HET STADSARCHIEF AMSTERDAM.

 

AKTENPROJECT

In het project Alle Amsterdamse Akten indexeren vrijwilligers Amsterdamse notariële akten. Inmiddels al meer dan 400.000. Mee helpen of meer weten: www.alleamsterdamseakten.nl.

 

Maritgen Jans alias David Jansz. ging als soldaat naar Fort Nassau in het huidige Ghana. Tekening van Johannes Kip in A collection of voyages & travels […],  Awnshaw and John Churchill, 1704. Wikimedia Commons

Delen:

Editie:
Januari Februari
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Amsterdamse Akten
Tijdperk:
1600-1700