‘Reinheid is een schone deugd’: Badhuis Javaplein

Op 25 juli 1942 werd het zestiende volksbadhuis van Amsterdam opgeleverd. Het ‘keurige’ gebouwtje kwam op het Javaplein, midden in de Indische Buurt, en viel ook bij de Duitse bezetter in de smaak.  

Amsterdam leed in de eerste helft van de twintigste eeuw aan badhuisvrees: in 1941 bezocht slechts zes procent van de stedelingen een gemeentelijk badhuis, veel minder dan in Utrecht of Den Haag. Dagblad De Nieuwe Dag stelde dan ook licht sarcastisch dat ‘onze stad op het gebied van lichaamshygiëne, ondanks allen vooruitgang, een weinig schitterend figuur slaat’. Dat was in de Indische Buurt niet anders: slechts 400 van de circa 13000 woningen hadden een eigen badgelegenheid. Het gros van de bewoners waste zich dus in de keuken of ging naar het volksbadhuis aan de Funenkade.  

Om hier verandering in te brengen pleitte de in 1926 door bewoners opgerichte buurtvereniging Ceram samen met de sociaaldemocratische wethouder Monne de Miranda voor het bouwen van een nieuw badhuis centraal in de Indische buurt, op het plantsoen van het Javaplein waar verschillende straten samenkwamen. Door verzet van rechtse partijen, die vonden dat de arbeider ‘zich wel reinigen kon in de keuken’, werd hun wens pas in 1939 vervuld, en wel door de Gemeentelijke Wasch-, Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingendienst (WSBZ) die een ‘universele waterbeschaving’ voor de Amsterdamse bevolking nastreefde. Doel: minimaal één bad per persoon per week.  

Openbaar urinoir 

Om de buurt meer badhuis-minded te maken en de volksgezondheid op peil te houden, voerden Ceram en de WSBZ een ware propagandacampagne. Zo verschenen er huis-aan-huisbladen waarin een strenge vinger naar de bevolking werd opgeheven en werden er voorlichtingsavonden en filmvoorstellingen over baden en hygiëne georganiseerd. Er stond een maquette van het ontwerp in een winkeletalage aan de Sumatrastraat en de jeugd kon bouwplaten van het badhuis afhalen.   

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Abonneer je Arrow right Geef cadeau Arrow right

In 1939 gaf de WSBZ opdracht tot de bouw van een badhuis, transformatorhuis en openbaar urinoir op het Javaplein, waarvoor de tekenkamer van de afdeling Gebouwen van de Dienst der Publieke Werken in januari 1939 het eerste ontwerp leverde. In 1941 vond de openbare aanbesteding plaats. Na twee jaar van ontwerpen en bouwen werd het nieuwe volksbadhuis op zaterdag 25 juli 1942 geopend. De bewoners waren dankbaar: in de eerste week kwamen er al meer dan 3000 bewoners langs.  

Maar ook de bij de opening aanwezige heer Jan Smit, de kersverse Amsterdamse wethouder van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en NSB’er in hart en nieren, prees het ‘keurige gebouw’. Dit was extra wrang, want de eigenlijke initiatiefnemer De Miranda werd op 18 juli door de bezetter gearresteerd, daarna gedeporteerd en in november 1942 in kamp Amersfoort vermoord.   

Albert Speer 

Het sober vormgegeven volksbadhuis op het Javaplein was het eerste dat na 1931 werd gebouwd. De soberheid kwam deels door de beperkt beschikbare middelen als gevolg van de economische crisis en de Tweede Wereldoorlog, maar ook door veranderde architectuuropvattingen eind jaren 1930. De NRC van 4 september 1979 vond dat het badhuis deed denken aan een ‘bouwsel dat zo uit een of andere Duitse voorstad lijkt overgeplant’. De strakke bouwtrant vertoont inderdaad gelijkenissen met architectuur die door Albert Speer in het Derde Rijk populair was, en met het Marine Artillerie Zeugamt te Huisduinen, dat door de bezetter aan het begin van de oorlog bij Den Helder werd gebouwd.  

Eerdere badhuizen waren uitgevoerd in een levendige Amsterdamse School-trant, met gekleurd metselwerk en smeedijzeren ornamentiek. Vooral de drie ronde badhuizen aan de Andreas Bonnstraat, Diamantstraat en het Wittenburgerhoofd van Publieke Werken-architect A.J. Westerman vielen op door hun vrolijke vormgeving en cirkelvormige plattegrond.  

De inspiratie voor deze ronde aanleg kwam van de arts Oskar Lassar, die in de 19de eeuw in Duitsland en Oostenrijkbadhuizen voor het gewone volk had opgetrokken. Lassar benadrukte dat badhuizen een visuele trekpleister moesten zijn in de stedenbouwkundige opzet van een buurt, zodat meer mensen er gebruik van zouden maken.  

Ook pleitte hij voor een symmetrische opzet, zodat mannen en vrouwen, jongens en meisjes links en rechts van een centrale as eenvoudig gescheiden konden worden, en de badmeester vanuit een centrale positie zicht kon houden op wat er in de cabines gebeurde en hoe lang bezoekers er verbleven. In zowel de ronde badhuizen van Westerman als in dat aan het Javaplein is deze symmetrische opzet terug te vinden. 

Doorloopsnelheid 

Het badhuis kwam – geheel volgens Lassars principes – centraal in de buurt en kreeg een symmetrische en licht-gebogen rechthoekige plattegrond. De voorgevel die zo ontstond versterkte het monumentale karakter maar ook de ‘ontvangende houding’ van het gebouw. Aan de voorzijde bevond zich de hoofdingang met daarachter de kassa en werkruimte voor de badmeester. Bij de opening van het badhuis werd door Ceram een tegeltableau in het portaal aangebracht met de tekst: ‘Reinheid is een schone deugd, zowel voor ouderen als voor de jeugd, houd daarom ook dit badhuis rein, hetgeen ook in Uw belang zal zijn.’  

Ter weerszijden lagen de afzonderlijke wachtkamers voor heren en dames, die toegang gaven tot een gebogen gang over de gehele lengte van het gebouw. Hier waren een aparte heren- en damesafdeling, elk voorzien van tien cabines met omkleedruimte, waarvan negen als ‘stortbad’ (douche) en twee als (duurder) kuipbad. Ook waren er per afdeling twee toiletten. Het geheel was met het oog op de hygiëne en de doorloopsnelheid sober en functioneel ingericht. Interessant verschil met de eerdere badhuizen is wel dat de aparte afdelingen niet fysiek of zelfs visueel van elkaar gescheiden waren. 

 Aan de buitenkant viel het badhuis op door de symmetrische opzet, de gestapelde, kubusachtige bouwvolumes en centraal daarachter een ranke schoorsteen van baksteen. Het geheel werd opgetrokken in licht en schoon metselwerk zonder ornamenten. In de voor- en zijgevels werden eenvoudige rondboogvensters geplaatst, en in de achterzijde kleine, hooggeplaatste ruitvensters voorzien van dik melkglas – dit om ‘pottenkijkers’ van buiten te weren. Aan de achterzijde bevond zich verder nog het transformatorhuis waarvan de achtergevel plaats bood aan drie openbare urinoirs.  

Hindoetempel 

Buurtbewoners zonder eigen badvoorzieningen kwamen met opgerolde handdoek en zeepdoos naar het badhuis, kochten een kaartje, en namen plaats in een van de twee wachtkamers. De meeste mensen wasten zich aan het einde van de week, waardoor het vaak lang wachten was. In de wachtkamers de vrouwen konden bijpraatten en legden de mannen een kaartje. Zo gauw er plaats was konden bezoekers ongeveer tien minuten gebruik maken van een cabine met stort- of ligbad. Een volksbadhuis had gemiddeld drie personeelsleden van de WSBZ in dienst: een caissière, schoonmaakkracht en badmeester, die vaak in niet mis te verstane termen aangaf wanneer de tijd om was.  

Door het teruglopend aantal badhuisbezoekers vanaf eind jaren 1960 werd het badhuis in september 1987 gesloten. Na tijdelijk in gebruik te zijn geweest als hindoetempel en kringloopwinkel, kwam er in 1993 horeca in het pand – een publieksfunctie die het heden nog heeft. Om het gesloten gebouw toegankelijker te maken werd hierbij het centrale deel van de voorgevel opengebroken en voorzien van prefab betonzuilen en kwam er een uitbouw ter weerszijden van het transformatorhuis aan de achterzijde. Ook werden er tal van extra vensters in de gevel geplaatst. Inwendig herinneren alleen de ruitvensters en de tegelwanden tegen de achterwand nog aan het badverleden. Maar ondanks de veranderingen in functie en aanzicht blijft het voormalige badhuis een prominent gebouw in de Indische Buurt.  

KADER
Monumentale architectuur uit de jaren 1930 was sober en strak in vergelijking met de bonte vormen van de Amsterdamse School. Zie bijvoorbeeld het Muiderpoortstation en de bijbehorende spoorwegtunnels van spoorwegarchitect H.G.J. Schelling en gemeentearchitect J. Leupen, of het Van Swindentheater van architect Jan Wils aan de Eerste van Swindenstraat, ontworpen in 1936 en geportretteerd in dit blad in juli 2021. Wij laten de komende maanden graag nog wat van die gebouwen zien. 

Beeld: Het badhuis op het Javaplein. Collectie Stadsarchief Amsterdam

Delen:

Buurten:
Oost
Dossiers:
Architectuur
Editie:
Mei
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1900-1950 1950-2000