‘Real sterft op de kleigronden van Amsterdam’: Europa Cup finale 1962

Op 2 mei 1962 was het Olympisch Stadion gastheer voor de finale van de Europa Cup. Benfica speelde tegen Real Madrid, met een glansrol voor Portugees Eusébio da Silva Ferreira. In de roes van zijn overwinning werd deze zo euforisch, dat er een arts nodig was.

Het Nederlandse voetbal stelde niet bijster veel voor. Op alle wereldkampioenschappen na 1945 had Oranje ontbroken. De glorietijd van Feyenoord, winnaar in 1970, en Ajax (1971, 1972 en 1973) moest nog komen. Voor topvoetbal moest je naar het zuiden van het continent. In 1962 nam Real Madrid, dat de eerste vijf finales had gewonnen, het in het Olympisch Stadion op tegen Benfica, dat een jaar tevoren in Bern voor het eerst had gezegevierd. 

Het was een betoverende avond, de 61.257 aanwezigen zouden hem nooit vergeten. De finale bracht alles wat voetbal aantrekkelijk maakt: prachtige doelpunten, briljante individuele acties en een sensationeel scoreverloop. De jonge Portugese ploeg won met 5-3. Bij rust was het 2-3, door drie goals van de Hongaarse Madrileen Ferenc Puskás, maar de twee treffers die het duel beslisten kwamen van de negentienjarige Eusébio da Silva Ferreira. 

‘Real Madrid-Benfica was een parelsnoer van hoogtepunten. Het felst fonkelden de acht voltreffers,’ zong Ed van Opzeeland in een speciale uitgave van De Geïllustreerde Pers N.V. ‘Real sterft op de kleigronden van Amsterdam,’ meldde een buitenlandse krant. ‘Onvergetelijk’, vond de Nederlandse scheidsrechter Leo Horn, die de finale soepel had geleid.  

Amfetamine 

Na afloop van de wedstrijd speelden zich taferelen af die in Nederland ongekend waren. Honderden Portugezen stormden het speelveld op en trokken José Aguas, Mario Coluna en Eusébio de shirts van het lijf. In dolle vreugde braken ze vlaggenmasten in stukken. Maar vooral het gedrag van Eusebio, de ster van de avond, bracht argwaan teweeg.  

‘Hij gilde, hij krijste, om zijn vader en moeder,’ schreef De Telegraaf. ‘Daar tussendoor klanken uitstotend van een dier in doodsnood. Het zweet liep met stralen van zijn ontblote bovenlichaam. Zijn gezicht was vertrokken als een dodenmasker.’ Eusebio's adamsappel was twee keer zo dik als normaal. Het leek een zichtbare brok in de keel. ‘Eusébio, de speelse jongen uit Mozambique heeft zich bedronken aan het succes en snikt zijn blijdschap zo nu en dan uit,’ stelde Het Parool vast. 

In de catacomben van het stadion was een arts aanwezig, maar er werd in drie, vier talen om meer medische hulpkrachten geroepen. Met steun van een Amsterdamse brigadier van politie en een bestuurder van Benfica bereikte de matchwinner de kleedkamer. Een paar minuten later werd de in een deken gewikkelde verdediger Angelo Martins de kleedkamer binnengebracht.  

Voor het eerst werden voetballers in verband gebracht met doping. De naam van het middel amfetamine viel. Wie dat gebruikt heeft veel energie, praat veel en heeft last van onwillekeurige bewegingen. Gebruikers zweten meer en kunnen soms last krijgen van hoofdpijn. Een diagnose die volledig van toepassing leek op de toestand waarin Eusébio verkeerde.  

Vreugderoes 

Doping was iets van het wielrennen, boksen en eventueel van obscure krachtsporten –voetbal was er nooit mee geassocieerd. Twee jaar eerder was de Deense renner Knud Enemark Jensen tijdens de olympische ploegentijdrit in Rome onder verdachte omstandigheden overleden. Hij was tijdens de koers onwel geworden en zonder helm van zijn fiets gevallen. Daarbij liep hij een schedelfractuur op. Lang werd beweerd dat de Deen aan een zonnesteek was bezweken. Later werd het gebruik van amfetamine bewezen, al bleven Deense trainers ontkennen.  

Voor het Internationaal Olympisch Comité (IOC) was de zaak mede aanleiding om een medische commissie op te richten en in 1967 dopingtests te gaan invoeren. Het voorbeeld van de Britse renner Tommy Simpson, die in de Tour de France van 1967 overleed aan de gevolgen van het gebruik van amfetamine in combinatie met alcohol is natuurlijk veel bekender.  

Zonder al te veel research, ja met de natte vinger en zeker zonder bloedcontroles werd het merkwaardige gedrag van Eusébio later toegeschreven aan een euforische stemming, de vreugderoes na het behalen van de Europa Cup. Bij een bezoek dat Van Opzeeland later aan Portugal bracht heeft Eusébio met grote stelligheid ontkend dat hij ooit iets had gebruikt dat op doping leek. ‘De manager van de club werd ronduit woedend toen hij hoorde wat een Nederlandse krant over zijn spelers had beweerd.’ De journalist erkende dat dat zeker niet als waterdicht bewijs kan gelden, want Portugezen zijn verdienstelijke toneelspelers: ‘Als het in hun voetbalshow te pas komt, zijn ze bereid een gat in het speelveld te graven om daarin de bal te verstoppen.’ 

Volgens Van Opzeeland was het geheim van Eusébio dat hij de ‘dope’ in zich droeg. ‘De bloeddruk en polsslag zijn niet bij voorbaat opgejaagd door een injectie met amfetamine, maar ze worden precies op het juiste moment in staat van alarm gebracht door de adrenaline, die de bijnieren afscheidt. De hoeveelheid adrenaline is net groot genoeg om een korte sprint en een keihard schot mogelijk te maken.’ 

Foto: Stadsarchief Amsterdam

 

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Abonneer je Arrow right Geef cadeau Arrow right

Zwarte Parel 

Voor Eusébio was de avond in Amsterdam de start van een uitzonderlijke loopbaan. Parelvisser in Mozambique was hij geweest – hij had er de bijnamen Parel van Mozambique en Zwarte Parel aan te danken. Als jongen werd hij wel Niemand genoemd, Ninguém. Dat klopte niet. Zijn moeder, een arme weduwe, legde het voor haar achttienjarige zoon van Benfica ontvangen tekengeld – 7500 dollar – op de keukentafel. Als hij niet aan de verwachtingen zou voldoen, beloofde ze het geld terug te geven.  

Dat bleek niet nodig. Eusébio ontwikkelde zich tot een van de beste voetballers aller tijden, atletisch, met een hard schot in de benen. Maar verder dan die ene Europese clubtitel is hij internationaal niet gekomen. Met Benfica werd hij wel elf keer landskampioen. Eén keer werd hij Europees voetballer van het jaar. Het wereldkampioenschap in Engeland van 1966 eindigde in een desillusie door de nederlaag in de halve finale tegen het thuisland. Een bizarre kwartfinale tegen Noord-Korea was daaraan voorafgegaan. Vier doelpunten van Eusébio zorgden ervoor dat een vlotte achterstand van 0–3 werd omgebogen in een triomf (5-3).  

Een knieblessure leidde begin jaren zeventig het einde van zijn loopbaan in. Hij speelde nog in de Verenigde Staten en Mexico en raakte verslaafd aan drank en gokken. Verkeerde vrouwen hielpen hem van zijn geld af. Bij Benfica vond hij onderdak als hulptrainer en adviseur.  

Aai over de bol 

Eusébio da Silva Ferreira overleed op 5 januari 2014, 71 jaar oud. Als tiener was de latere journalist Guus van Holland er bij dat Benfica ter voorbereiding op de finale van Amsterdam op de Wageningse Berg een balletje trapte. Hij had de eer tijdens de laatste training ballenjongen te zijn en kreeg een aai over zijn bol van de voetballer, die later zijn idool werd. ‘Als hij voetbalde, met de bal aan zijn voeten over het veld raasde, was hij gelukkig en dacht hij niets anders dan plezier,’ schreef hij na diens dood in NRC. 

In zijn autobiografie Mijn naam is Eusébio, in 1966 verschenen bij De Boekerij, vertelt de voetballer uitvoerig over de gebeurtenissen van die woensdagavond in Amsterdam. Over het gebruik van prestatieverhogende dan wel roesverwekkende middelen rept hij niet. Voor Eusébio was voetbal hartstocht. Citaat uit de biografie: ‘Als de hartstocht geboren wordt, moet het avondeten wachten.’ 

Slechts één keer zou de finale van de Europa Cup naar Amsterdam terugkeren, op 20 mei 1998, toen de Arena gastheer was van Real Madrid-Juventus. Dit keer wonnen de Spanjaarden, onder wie oud-Ajacied Clarence Seedorf, wel – met 1-0. Bij Juventus speelde Edgar Davids, ook ex-Ajax. Volgens de officiële UEFA-opgave waren er 48.500 toeschouwers. Dat de spelers van Real Madrid door hun nederlaag in 1962 twaalfduizend gulden aan winstpremie door de neus zagen geboord, verscheen toen nog prominent in de kranten. Het was een schijntje vergeleken met de bedragen die de spelers nu incasseren.  

Delen:

Dossiers:
Sport
Editie:
Augustus Juli
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1950-2000