Pubers hervormden armenzorg

Liefdadigheid naar Vermogen: veel tuttiger kan een naam niet klinken in de oren van een 21ste-eeuwer. Schijn bedriegt. De oprichting van deze vereniging in 1871 betekende een opmerkelijke modernisering van de Amsterdamse armenzorg.

Een ouwe-lullenclub was het allerminst: de oprichters waren achttien, zeventien en dertien – twee broers en een halfzus, plus een vriendje. De oudste en de drijvende kracht was Louis Blankenberg, die tot op hoge leeftijd bij de vereniging betrokken bleef. Hij was pas 22 toen hij prins Hendrik – de broer van Willem III – wist te strikken als beschermheer, waarmee het draagvlak stevig werd verbreed.

Pal naast het oprichtingsadres – zijn ouderlijk huis – verrees in 1914 op Raamgracht 4 een monumentaal nieuw pand voor LNV, later onderkomen van weekblad Vrij Nederland. Liefdadigheid naar Vermogen (nu CentraM) was de eerste particuliere vereniging voor armenzorg die niet aan een geloofsrichting was gebonden. Maar ook in andere opzichten was ze modern.

De hulp was niet massaal en onpersoonlijk, maar gedecentraliseerd en individu-gericht. Er waren honderden huisbezoekers (vrijwilligers), verdeeld over 20 tot 30 districten in de stad. En de hulp ging verder dan alleen voedsel, kleding of tijdelijk onderdak, maar was erop gericht de ‘ondersteunde’ weer op eigen benen te krijgen. Bijvoorbeeld door arbeidsbemiddeling en wat we nu ‘microkredieten’ noemen. Een aanpak waarmee de vereniging een basis legde voor het latere maatschappelijk werk.

Het boek besluit geheel terecht met minibiografietjes van ruim 500 huisbezoekers – de waterdragers.

PETER-PAUL DE BAAR

 

LIEFDADIGHEID NAAR VERMOGEN

Door en voor Amsterdamse burgers 1871-1941               

- Maarten van der Linde & Ties Limperg

- Uitgeverij Verloren

- ISBN 9789087048075

- 454 blz.

- € 35,-

 

Aprilnummer 2020

Delen:

Editie:
April
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Verschenen
Tijdperk:
1800-1900