Poppenhuis Overtoom 198

Het poppenhuis van mijn moeder

Postbeambte Pieter Klaarhamer had twee rechterhanden. Hij maakte voor zijn dochter een poppenhuis met als voorbeeld het huis van de dokter aan de Overtoom. Mogelijk een voormalige molenaarswoning. Vele jaren later ontdekte haar zoon het poppenhuis in een donkere hoek van de zolder. 

Ik groeide op in een Amsterdamse stadswoning aan de Overtoom, waar mijn vader op zolder zijn kleermakersatelier had. Wij woonden op Overtoom 280 eenhoog, boven een depot van Van Rossems Tabakshandel met het bekende merk Van Rossems Troost. Als ik naar het atelier van mijn vader ging, moest ik door de donkere zolder met koffers, kolenopslag, weckflessen met ingemaakte groenten, vlees en vruchten en kisten met onbestemde rommel, waar achter een glasdeur de werkplaats was. Toen ik een jaar of acht was ging ik zelf eens op avontuur in die donkere hoeken en ontdekte een compleet poppenhuis. 

Het poppenhuis bleek van mijn moeder Catharina te zijn. Het is gemaakt door haar vader, Pieter Christoffel Jan Klaarhamer (1858-1929), die postbeambte was. Mijn moeder werd geboren in 1899; het huis dateert dus uit de eerste jaren van de nieuwe eeuw. Ik heb er na mijn ontdekking zelf ook mee gespeeld. Na de geboorte van mijn dochter in 1964 kreeg het huis bij ons een plek in de kinderkamer. Zij heeft er met buurmeisjes en vriendinnetjes veel mee gespeeld. 

Opa Pieter had het poppenhuis gemaakt naar “het huis van onze dokter aan de Overtoom 198”. Het is in 1877 ontworpen als woonhuis “voor den Heer C.C. Jaburg, Overtoom naast No. 196” en staat er nog steeds. Het pand telt twee verdiepingen, aan de straatkant zijn vier ramen. Er is een centrale gang met tochtportaal. Links zijn twee kamers achter elkaar, rechts ligt aan de straatzijde een spreekkamer. Het aanrecht in de keuken is op de bouwtekening voor het raam geplaatst, zo kon de gootsteenafvoer door de muur direct naar buiten in een put. Dat was bijzonder, want de andere huizen gooiden hun afvalwater nog gewoon in de Overtoomsevaart. Riolering kwam er pas in 1962.

 

Overlevering

De vaart was een belangrijke verbinding met het tuindersgebied in de omringende polders. Langs de Overtoomseweg kwamen in de 18de eeuw steeds meer pleziertuinen, buitenhuizen, bierlokalen en zelfs theaters, die in de 19e eeuw plaatsmaakten voor woonhuizen, winkels en bedrijven. In 1903-1904 werd de vaart na de aanleg van het noordelijker gelegen Jacob van Lennepkanaal gedempt en aan beide zijden bebouwd met woonhuizen van meestal vier verdiepingen. Het werd toen een statige laan met bomen, aan de noordzijde Overtoom geheten, aan de parkzijde eerst nog Vondelkade (sinds 1875), maar later ook gewoon Overtoom.

Overtoom 198 is mogelijk gebouwd als woning voor de molenaar van een van de grote standerdmolens die destijds aan de Overtoom stonden. Althans, dat wil de overlevering, zegt Flip Brühl, arts en voormalig bewoner, wiens grootvader Philip het huis gekocht had in 1934. Langs de vaart stonden er zes op een rij, met mooie namen: De Vier Winden, De Rosenboom, De Spinner of Spinder, De Lelie, Het Hoornsche Jacht en De Wolf. De meeste molens maalden koren. Tussen 1864 en 1887 verdwenen ze. De Spinder verbrandde in 1864, De Vier Winden, het Hoornse Jagt en De Lelie werden gesloopt, de Rozenboom werd eerst onttakeld en in 1877 ook door brand verwoest. In 1887 sneuvelde de laatste, De Wolf, bij het huis. De Wolf stond direct aan het water: een schuit kon onder de molen varen om het maalgoed direct in de molen te hijsen. Na de molenaar ging het huis over in handen van de huisarts Van der Meulen, de eerste van een reeks artsenbewoners. 

 

Details

Mijn grootvader nam de dokterswoning wel als voorbeeld voor zijn poppenhuis, maar niet klakkeloos. De verhoudingen en sommige details paste hij aan. Hij heeft er een echt poppenhuis van gemaakt, met ramen in de zijgevels, die in het echte huis ontbreken. Maar bijzondere details van het huis, zoals de sluitstenen in de gemetselde bogen boven de ramen, nam hij over. Het metselwerk schilderde hij in de rode baksteenkleur, waarbij hij de voegen met een fijn penseel minutieus aanbracht. Ook de dakkapel is prachtig handwerk (hoewel anders dan in het huidige doktershuis) en op de voordeur zit een echt slotje met draaiknopje. 

Al met al is het poppenhuis onmiskenbaar het pand dat al sinds 1879 aan de Overtoom staat. Het interieur bevat mooie details, zoals de kleine tussendeurtjes tussen voor- en achterkamer, die zijn opgebouwd uit drie panelen, scharnierend aan piepkleine scharniertjes. Onder de ramen zitten hele smalle grijze vensterbankjes, erboven koperen gordijnstangetjes. Op de vloer ligt een echt zeiltje met kleine bruine blokjes. 

Alles aan het poppenhuis is zelfgemaakt. Ook het meubilair. De stoeltjes hebben een gebogen rugleuning met een mooie bovenregel, erbij horen enkele houten stoofjes met een testje vurig kolen erin. De piano heeft een opklapbaar bovenblad boven de toetsen en is tevens een spaarpot: net boven de klep zit een sleuf voor kleingeld. Er is wat klein huisraad, zoals een tinnen bordje, een keramisch kannetje, een metalen paraplubak en een stoffertje met een bijbehorend blik. Heel bijzonder is een witgeschilderde metalen keukenstoel, waar een poes aan vast zit die speelt met een knot wol. 

 

Volgnummer

De praktijk van huisarts Philip Brühl is later voortgezet door zijn zoon Karel George. Diens zoon Flip vertelde dat de praktijk zo druk was, dat hij zelf wel eens in de wachtkamer ging zitten om zijn vader te spreken. Wie er op spreekuur kwam – om half acht ging de deur open – moest in de gang een volgnummer op een houten schijfje afnemen met in het midden het gat van een pin. De spreekkamer was de grote achterkamer met zicht op de tuin. De dokter zat aan een gigantisch bureau en achter een wit gordijn stond de onderzoekstafel. Aan de muur hingen witte metalen kastjes met glazen deurtjes waarin de instrumenten lagen.

Vaak haalde ik heel vroeg voor mijn moeder een houtje met volgnummer, om daarna naar school te gaan. Ik heb er heel wat keren buiten in de kou of de ochtendnevel gestaan, terwijl zij lekker in haar warme bed bleef en toch als nummer een of twee bij dokter Brühl naar binnen kon voor bloeddrukcontrole. 

Het doktershuis staat nu ingeklemd tussen hoge gebouwen. Het poppenhuis heb ik in 2014 aan het Amsterdam Museum geschonken.  

 

ROELOF SIEGERS IS DE AUTEUR VAN HET OVERTOOMSE POPPENHUIS VAN MIJN MOEDER, EEFDE, 2019.   

Beeld: Privécollectie Roelof Siegers

 

Juninummer 2019

 

Juninummer 2019
Delen:

Buurten:
West
Dossiers:
Architectuur
Jaargang:
2019 71
Rubriek:
Verhaal
Editie:
Juni
Tijdperk:
1800-1900