Paul van Vlissingen en zoon. Ondernemers in stoom

Hij was bevlogen, wispelturig en een doordouwer. Met die eigenschappen wist Paul van Vlissingen de eerste stoomindustrie van Nederland op te starten.  

Het is elf uur in de avond, 30 januari 1867. Amsterdam wordt opgeschrikt door een vuurgloed in het oostelijk havengebied. ‘Een der grootste industriële etablissementen te Amsterdam is gister avond door een vreesslijke ramp getroffen,’ schijft het Zuid-Hollands Dagblad: de ‘oude fabriek’ van de Koninklijke Fabriek voor Stoom- en andere Werktuigen Paul van Vlissingen & Dudok van Heel op Oostenburg staat in lichterlaaie.  

Er is geen redden aan. Het toegesnelde werkvolk, dat veelal in de directe omgeving van de Fabriek woonde, zag dat de brandweer met de stoombrandspuit van de stad niet veel meer kon doen dan voorkomen dat het vuur oversloeg naar de werkplaatsen op het achterterrein. Om 1 uur ’s nachts stortte de voorgevel met donderend geweld in.  

De ravage was enorm. Het ‘geheugen’ van de fabriek – de modellenkamer en de administratie – was verloren gegaan. Maar het was ook een financiële klap: voor de wederopbouw moest een grote lening worden aangegaan en de toch al penibele kas van het bedrijf worden aangesproken.  

De Fabriek was een icoon in de stad. Toen enkele jaren eerder op 16 november 1863, ter gelegenheid van de viering van vijftig jaar vrijheid, een feestelijke optocht van vierduizend mensen door de stad trok, was een kwart daarvan werkzaam bij de Fabriek. Voorop tien leerlingen, gevolgd door de modelwerkers, draaiers, bankwerkers, koperslagers, vuurwerkers, gieters, ketelmakers scheepmakers en sjouwers. Ook het personeel van ijzerpletterij De Cycloop en de werklieden die werkten aan het Paleis voor Volksvlijt liepen mee. Ze schaarden zich achter banieren waarop hun werkplaatsen waren afgebeeld, en hadden een speciaal voor de gelegenheid vervaardigde gelakte pet op. 

Amsterdam-Hamburg

Ten tijde van het drama was de stichter van de Fabriek, Paul van Vlissingen nog in leven. Bijna een halve eeuw eerder, in 1825, toen er in Nederland nog vrijwel nergens sprake was van stoomenergie, was hij begonnen met de oprichting van een stoomvaartmaatschappij. Van Vlissingen pakte het groots aan. Met zijn Amsterdamsche Stoomboot Maatschappij (ASM) opende hij lijnen op Zaandam, Harlingen en Kampen en een sleepdienst in Den Helder.  

Verder lezen? U vindt dit artikel in ons komende dubbeldikke decembernummer.

Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 4 december.

Ook abonnee worden?

JA GRAAG

IK GEEF ONS AMSTERDAM CADEAU

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Meld je aan Arrow right Geef cadeau Arrow right

Beeld: Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, het latere Werkspoor. Collectie Stadsarchief Amsterdam

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Economie
Editie:
December
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1800-1900