Pakhuis Oostenburg. Opslag van VOC-schatten

Van de rijke VOC-geschiedenis op het eiland Oostenburg resten ons nog twee gebouwen. Het Nieuwe Magazijn uit 1720, nu bekend als Pakhuis Oostenburg, wordt gebouwd als de succesvolle VOC zijn dure waren niet meer kwijt kan. 

Rond 1660 krijgt de VOC het net aangeplempte eiland Oostenburg toegewezen. Daar wordt een stedenbouwkundig complex van vijf kleine eilanden aangelegd, waarop verschillende voor de Compagnie essentiële functies worden ondergebracht. In 1663 al loopt het eerste schip van de hellingen van de nieuwe Compagnieswerf. Een jaar later is ook het immense Oost-Indisch Zeemagazijn van stadsbouwmeester Daniel Stalpaert gereed: 215 meter lang en 25 meter diep, vier verdiepingen hoog. 

In de tweede helft van de 17de eeuw breidt de VOC haar belangen in Azië enorm uit. De aanvoer van handelswaar is zo groot dat rond 1700 zelfs het grote Zeemagazijn te klein wordt. Aan de vergadering van de Heren Zeventien op 27 september 1719 in Amsterdam melden de Heren Gecommitteerden van de Kamer van Amsterdam dat ze ‘door de retouren, die ’s jaarlijks vermeerderde’ genoodzaakt zijn pakhuizen te huren, tegen zeer hoge kosten en met het risico van schade ‘door brand off ander onverhoopt toeval’.  

Ze krijgen toestemming om op een terrein vlak bij het grote Zeemagazijn pakhuizen te bouwen. Het ontwerp is bijzonder. Vier langgerekte pakhuizen worden twee aan twee naast elkaar gebouwd, met een flinke open ruimte daartussen. Aan de uiteinden zijn de pakhuizen met elkaar verbonden. Zo ontstaat een vierkant blok met een open binnenplaats. De structuur is het best te zien op een doorsneetekening uit 1822. De totale kosten worden geschat op 100.000 gulden.  

Na toestemming gaat de Kamer Amsterdam voortvarend aan het werk. Zes maanden later, op 18 april 1720, wordt de eerste steen voor de pakhuizen gelegd door vier jonge zonen van bewindhebbers van de VOC. Vermoedelijk krijgt ieder van de vier kinderen een zilveren troffel ter herinnering. De eerste steen is niet bewaard gebleven, maar wel één van die vier troffels, op naam van de achtjarige Dirck Sautijn, nu in bruikleen bij het Amsterdam Museum.  

Het opschrift luidt: ‘Dirck Sautijn heeft geleyt de eerste steen aant Nieuwe Magazijn van de Oostindise Compagni opt oost ent van Oostenburg op Donderdag den 18e April 1720.’ Wie de bouwmeester van het Nieuwe Magazijn is, is niet zeker. Genoemd wordt Joost Borsman, die van 1707 tot 1722 Stadsmeestermetselaar van Amsterdam was. 

Verder lezen? U vindt dit artikel in ons komende dubbeldikke decembernummer.

Abonnees ontvangen dit nummer omstreeks 4 december.

Ook abonnee worden?

JA GRAAG

IK GEEF ONS AMSTERDAM CADEAU

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Meld je aan Arrow right Geef cadeau Arrow right
Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Architectuur
Editie:
December
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal