Oudezijds 100. Christelijke gemeenschap met een sociale missie

De deur is altijd open

Wie er binnenstapt langs een klein trapje wordt ineens decennia teruggeworpen in de tijd. Alles in Oudezijds 100 ademt de sfeer van lang geleden. Rotan meubeltjes, plavuizen en ijzeren stutten die de vloer boven het souterrain ondersteunen. Het pand heeft net als de instelling die er bivakkeert de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. “Het interieur lijkt her en der nog op hoe het er 65 jaar geleden uitzag toen Oudezijds 100 ontstond, en ook aan de gemeenschap die hier woont is in essentie niets veranderd”, zegt Erik Hendrix, ooit begonnen als novice bij de jezuïeten, maar afgehaakt en nu hier werkzaam. “Er wonen zo’n zestig mensen. We hebben allerlei verschillende smaakjes: luthers, hervormd, orthodox, katholiek.”

De harde kern bestaat uit het dertigtal mensen van de communiteit Spe Gaudentes (‘Zij die zich verheugen in de hoop.’), die zich geroepen voelt om in het dagelijks bestaan te zoeken naar de eenheid in de verschillende christelijke tradities. Mannen en vrouwen die zich voor de rest van hun leven verbonden hebben aan deze oecumenische woon- en leefgemeenschap. De andere bewoners zijn voor het overgrote deel ‘hulpvragers’. Hendrix: “Mensen met geld-, drugs- of alcoholproblemen, bijvoorbeeld. Maar ook een jongen die uit een scheiding komt en een gezin uit Soedan, om maar eens iets te noemen. Heel divers dus.”  

Binnen de gemeenschap is er een aantal zelfstandige woonunits. Oudezijds 100 biedt tijdelijke huisvesting met begeleiding; alle bewoners worden geacht een bijdrage te leveren aan de gemeenschap, of dat nu een potje koken is, de afwas doen of helpen in de technische dienst. “Iedereen draait mee in het dagritme van het huis, waarbij de hulpvragers in stapjes naar een nieuw begin worden begeleid.”

De Kajuit

Oudezijds 100 werd 65 jaar geleden gesticht door de twee dominees Rolf Boiten en Georgine du Rieu. Zij hadden elkaar tijdens hun studie theologie in Leiden leren kennen en trouwden in 1955. Georgine overleed in 2019, Rolf leeft teruggetrokken op het Friese platteland. Na hun trouwen kozen ze hun domicilie niet in Amsterdam-Zuid, zoals de meeste dominees, maar kochten ze met hulp van vrienden en bekenden een pand midden op de Wallen aan de Oudezijds Achterburgwal. De prijs: f 10.000,-

In die dagen had de rosse buurt nog iets dorps, met tante Sjaan en ome Willem, en met kleine bedrijven, zoals een smederij en werkplaatsen waar tassen, knopen, ceinturen, schoenen en dergelijke werden vervaardigd. De melkboer kwam nog langs de deur. De ‘meisjes’ die achter de ramen hun brood verdienden, woonden allemaal in de buurt, vaak boven hun peeskamer.

Boiten en Du Rieu hadden het idee om mensen in de buurt te helpen én om te evangeliseren. Ze openden een vertrek dat ze De Kajuit doopten, waar iedereen welkom was voor een kopje koffie en de deur altijd openstond. De Kajuit kreeg een flinke impuls toen de overheid voor ondernemingen een kantine verplicht stelde. Veel kleinere werkplaatsen en ateliers in het Wallengebied hadden die niet. Vanaf dat moment werd Oudezijds 100 tussen de middag omgetoverd tot een grote kantine; Unox leverde gratis soep en de bakker zorgde voor koeken. ’s Woensdags was er extra vertier in de vorm van een pauzetheatervoorstelling. Wim Ibo trad er op, drs. P en Jules de Corte. Er werd muziek gedraaid en er waren documentaires te zien. Een schoonheidsspecialiste kwam langs om de meisjes te leren hoe ze zich moesten opmaken.

Allemanskapel

Hun inspiratiebronnen vonden Boiten en Du Rieu in Frankrijk. Ze waren sterk beïnvloed door een oecumenische gemeenschap in het Bourgondische dorpje Taizé, tijdens de Tweede Wereldoorlog gesticht door de Zwitserse theoloog Roger Schutz. Zijn initiatief groeide uit tot een oecumenische gemeenschap waar slachtoffers van het oorlogsgeweld werden opgevangen. Na de oorlog kwamen Duitse krijgsgevangenen uit kampen in de buurt er ’s zondags naar de kerk en vonden weeskinderen er onderdak.

Daarnaast maakten Boiten en Du Rieu tijdens hun stage in Parijs kennis met priesters en predikanten die werkzaam waren onder de arbeiders van Aubervilliers, een industriestad onder de rook van de Franse hoofdstad. “De kerk was behoorlijk vervreemd van de gewone mensen, sprak een andere taal”, vond Boiten – en die kerk was niet hun kerk. Ze stichtten Oudezijds 100, voortbouwend op de ideeën van Taizé en Aubervilliers, aangepast aan de lokale omstandigheden. Roger Schutz adviseerde hun om in Amsterdam ook een oecumenische communiteit op te richten, Spe Gaudentes; in 1964 legden de eerste leden hun gelofte af.

Na De Kajuit volgde al snel de Allemanskapel van Sint-Joris op Oudezijds Achterburgwal 104. Een adres waar vroeger peeskamers waren, maar nu “de plek waar je God kon ontmoeten”, aldus Hendrix. Sint-Joris had de draak van de commerciële seks verslagen. De tegels die in een cirkel rond de bijbel op een lessenaar in het midden van de kapel liggen, lopen zelfs door tot buiten op straat. De Allemanskapel was het kloppend hart van de gemeenschap, zei Boiten zelf (Verhalenbundel. Door weer en wind, z.d.). “Ik herinner me nog goed dat ik een bord aan de gevel hing met de gebedsdiensten van de kapel erop toen mijn buurman, Joop de Vries*, toenmalig eigenaar van Casa Rosso, naast me kwam staan met zijn rug tegen zijn eigen bord met het aanbod van het sekstheater. We keken naar de uithangborden en ik vroeg hem of hij het niet vervelend vond dat ik mijn bord zo dicht bij het zijne hing. Joop de Vries schudde daarop zijn hoofd en zei: ‘Nee, mensen moeten weten dat ze kunnen kiezen.’” 

Irish Coffee

Oudezijds 100 werd te krap voor alle activiteiten. In de loop der jaren breidde de oecumenische leefgemeenschap zich uit tot een cluster van twaalf panden, voor de helft aan elkaar gekoppeld. Sinds de jaren zestig bood Oudezijds 100 bijvoorbeeld onderdak aan de eerste gastarbeiders uit Marokko die, zonder familie, vaak met hun ziel onder de arm door de stad liepen. Het echtpaar Boiten organiseerde speciaal voor hen activiteiten, waarbij het hielp dat zij door hun werk in Parijs goed Frans spraken.

Toen de gastarbeiders hun gezinnen naar Nederland lieten overkomen, organiseerde de gemeenschap vanaf 1971 passend onderwijs in de eigen taal op de eerste Arabische school van Amsterdam, de latere Bouschrãschool**. Aan de Oudezijds Voorburgwal 127-129 kwam in 1983 de Kruispost, een medische post waar ook mensen zonder ziekteverzekering geholpen werden. Destijds waren dat vooral harddrugsverslaafden en aidspatiënten, tegenwoordig zijn het vooral ongedocumenteerden die er hun toevlucht zoeken. Vrijwilligers doen er het werk, vaak gepensioneerde artsen en verpleegkundigen.

In de Bruiloft van Kana was een ander initiatief, in 1970. Een restaurant annex gaarkeuken, ook met vrijwilligers aan het roer. Oorspronkelijk was ook deze instelling bedoeld voor buurtgenoten, met name voor “de meisjes uit het bordeel”, zoals een folder vermeldde. Hun favoriete drankje was Irish Coffee. Dat kregen ze geserveerd met bonbons en slagroom, onder het motto: “Om te laten zien dat je het waard bent om verwend te worden.” 

Spoedig dienden zich ook andere gasten aan: beurslui en kantoorklerken, en zelfs zakenlieden om deals te sluiten waarbij ze liever geen pottenkijkers hadden. Zo wil het verhaal dat in ‘de Bruiloft’ de uitbreiding van Schiphol is beklonken. Freddy Heineken kwam langs om er zijn bier in blik te introduceren. In de Bruiloft van Kana ging in 1987 ter ziele, maar leidt nu een tweede leven als het soeprestaurant Soep van Kana, dat kookt met overtollig voedsel van supermarkten en werkervaring biedt aan mensen die lastig aan de bak kunnen komen.

Toeloop

Conflicten over de structuur en de toekomst zijn de gemeenschap niet bespaard gebleven. In 2018 vertrok meer dan de helft van de bewoners, onder wie een flink aantal leden van de communiteit. Een treurige gebeurtenis, zegt Hendrix, als gevolg van het succes: in tegenstelling tot ‘normale’ kloosters en kerken groeide en bloeide de gemeenschap. De toeloop was te groot, harmonieus samenleven werd onmogelijk.

Inmiddels is Oudezijds 100 weer opgekrabbeld. “We blijven een christelijke gemeenschap waar iedereen welkom is”, aldus Hendrix. “Zoals iemand het ooit verwoordde: ‘Dit huis op de Wallen, is een toevlucht voor allen.’ Bij de Kruispost kwamen twintig jaar geleden vooral verslaafden, nu zijn het ongedocumenteerden, niemand weet wie over twintig of veertig jaar een beroep op ons zal doen. Maar zeker is dat we een christelijke gemeenschap blijven met een sociale dimensie.”

 

Willem Oosterbeek, #3 maart 2021 

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Religie
Editie:
Maart
Jaargang:
Rubriek:
Verhaal
Tijdperk:
1950-2000