Oom Karel en zijn vijf neven

Als ik met mijn vader op bezoek ging bij oom Karel Citroen in zijn juwelierswinkel op Kalverstraat 1 liepen we aan de achterkant via het Rokin door de Kromelleboogsteeg naar binnen. Ik dacht dat de winkel een museum was, met al die glinsterende diamanten en al dat zilver in glazen toonkasten. In een hoekje zat een man die Jan de ‘Zilverpoetser’ werd genoemd.

Karel Citroen zou honderd zijn geworden op 9 februari van dit jaar. Hij stierf zeven weken eerder als de laatste van een generatie neven, allemaal Engelandvaarders. De marine-neven hadden een stille band. Alfred en Edwin Rottenberg, Karel Citroen en Bob Franken waren vier van de 1700 Nederlandse Engelandvaarders, de vijfde neef, oom Hans Franken, sloot zich aan bij de Italiaanse Partizanen. De marine-neven waren in Engeland via de Prinses Irenebrigade ‘uitgeleend’ aan de Royal Navy. Na de oorlog spraken ze weinig over die zware, heftige jaren op zee.   

Wat ze allemaal meemaakten op hun vluchttochten uit Nederland zijn indringende scènes. Hans en de zesde, jongste neef, zijn broer Theo Franken, waren naar de grens met Zwitserland afgereisd. Oom Theo schreef een paar jaar geleden aan mijn zus: “We mochten pas naar de grensovergang met Zwitserland vertrekken als de maan even achter de wolken was verdwenen – er waren voldoende wolken en een heel duidelijke maan, maar gedurende enkele uren wilden de maan en de wolken niets met elkaar te maken hebben – een hond blafte in de verte.”   

Oom Karel heeft voor het Spielberg-interviewproject – een initiatief van de filmregisseur Steven Spielberg, de collectie Nederlandse verhalen heet Tweeduizend getuigen vertellen – de invasie van Walcheren op woensdag 1 november 1944 beschreven. De oorlogsboten van de geallieerden lagen in een theateropstelling: voorop de torpedojagers, met Karel aan boord van een van deze schepen. Karel leverde een meesterlijke prestatie. Hij kraakte de code van de Duitsers, zodat de geallieerden wisten dat er een cordon van landmijnen lag.

Na de bevrijding moest Karel zonder zijn in de Shoah omgekomen ouders en zus Thea de juwelierszaak weer opzetten. Dat lukte, mede dankzij zijn vrouw Wiekje. Nadat hij in 1971 de zaak had verkocht, kon hij zijn kennis te boek stellen. Hij schreef een veel geprezen publicatie over vervalste Amsterdamse zilvermerken. Daarvan werd altijd gezegd: “Als het in de Citroen staat, zal het vals zijn.”

Schaap & Citroen zijn lang geleden al verhuisd. Kortgeleden kreeg ik de kans weer eens langs te gaan bij de winkel – net als toen door de achteringang. Het door architect Hendrik Wijdeveld ontworpen pand uit 1915 verkeert binnen in een bouwvallige staat. Maar het Jugendstil-handschrift van Wijdeveld is nog zichtbaar in de prachtige vide en in de glas-in-loodramen van deuren en ramen. Op het balkon aan de Kalverstraatzijde voelde ik even een eeuw geschiedenis aan me voorbijgaan.

 

Felix Rottenberg

Aprilnummer 2020

Delen:

Buurten:
Centrum
Editie:
April
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Column
Tijdperk:
1950-2000