Ome Sanny’s lieverdjes

De bewogen voorgeschiedenis van een Provo-ikoon

Op 2 mei was het 50 jaar geleden dat Het Lieverdje voor het eerst werd onthuld. In de kersverse Canon van Amsterdam symboliseert het beeldje van een Amsterdams straatschoffie de ingrijpende cultuuromslag in de jaren zestig. Hier op het Spui hield rond 1965 Robert Jasper Grootveld zijn happenings en zette Provo de politie voor gek: dat weet iedereen. Maar bijna niemand kent de complexe ontstaansgeschiedenis van het beeldje zelf.

Het Lieverdje is een schepping van beeldhouwer Carel Kneulman. Kort voor zijn dood in januari 2008 vertelde hij me nog hoe dat ging. Zijn zwager Rob Wout alias Opland, al tamelijk bekend door zijn politieke prenten voor De Groene en de Volkskrant, speelde in ‘zijn’ Jordaan wel eens jurylid bij een kindertekeningenwedstrijd. Toen hij een keer verhinderd was, nam Kneulman zijn rol over. Prompt werd hij aangesproken door organisator Sanny Hemerik: “Zeg, jij bent toch beeldhouwer? Kan jij geen beeldje maken van een Amsterdams straatschoffie? Dan organiseer ik er bij de onthulling voor de kinderen een heel feest omheen.” Die Hemerik was niet de eerste de beste, wist Kneulman al. Onder een viaduct bij het Amstelstation stond zelfs groot ‘Leve Ome Sanny’ gekalkt. Hij was een toporganisator. Nu is de initiator van Het Lieverdje in de vergetelheid geraakt, maar in de jaren vijftig was zijn naam nog een begrip in de stad, vooral bij de jeugd.

De gezelligste straathond

Sanny Hemerik, geboren in 1924 in het Nederlands Israëlietisch Ziekenhuis op het Weesperplein, overleeft in de Tweede Wereldoorlog ternauwernood de Duitse kampen. Terug in Nederland, door god en iedereen verlaten, belandt hij in de kleine criminaliteit. Een reeks diefstallen brengt hem in een Drents heropvoedingskamp: voor hem een zegen. Hij valt op als enthousiast organisator van revues en andere evenementen voor zijn medegevangenen en redacteur van een jeugdkrant. Na zijn vrijlating geven commissaris Rademaker en brigadier De Roos van bureau Warmoesstraat hem graag de kans die talenten in te zetten voor het kanaliseren van de energie van de ongeorganiseerde stadsjeugd. In 1952 komt hij in dienst van hun sociaal-culturele stichting De Nieuwe Binnenstad, met een eigen kantoor op de Prinsengracht, aan de rand van de Jordaan.

Al snel is ‘Ome Sanny’ razend populair. Weinig kinderen uit Amsterdamse volksbuurten doen in die jaren níet mee aan één van zijn talloze activiteiten: teken-, huttenbouw-, en springstokwedstrijden, verkiezingen voor de gezelligste straathond, uitstapjes naar Artis of met de Blauwe Tram naar Zandvoort, een Jeugdcarnaval en een Jeugd-Jordaanfestival. Bovendien laat hij honderdduizenden kinderen genieten van dans- en muziekuitvoeringen, circus, poppenkast, goochelaars, film en wat al niet. Hemerik is de spin in een snel uitdijend web van stichtingen voor jeugd- en buurtwerk, goeddeels overkoepeld door de stichting Tussen Amstel en het IJ. De progressieve jurist mr. D.J. Willet (ook bekend als dierenbeschermer) is voorzitter, Sanny S. Hemerik secretaris. Financiële steun komt onder meer via de Zwarte Riekclub van de populaire zangeres Rika Jansen. In de kranten wordt Hemerik de hemel in geprezen, omdat hij op deze manier de jeugd van de straat houdt.

1000 kinderen in een stoet

Als geen ander bereikt hij de kinderen die nergens bij horen, doorgaans aangeduid als ‘massajeugd’ en gezien als voorstadium van het ‘nozemdom’. Die laatste term raakt in 1955 bekend door een artikel van journalist Jan Vrijman in Vrij Nederland: “De nozems van de Nieuwendijk”. Nozems zijn sigaretten rokende lefgozers die maar zo’n beetje rondhangen. Bedoeling is om de jongere garde voor dat ‘lege’ bestaan te behoeden. Dat vindt ook Hemerik. Maar terwijl anderen de kinderen in het gareel willen houden door het opleggen van slaafsheid, kiest hij er juist voor ze verantwoordelijkheid te geven. Wie de grootste waffel opzet, wordt gerekruteerd voor de ordedienst. Deze jongens krijgen een armband om en moeten onder andere de optochten in goede banen te leiden.

Soms loopt Ome Sanny met wel 1000 kinderen door de stad op weg naar een of andere voorstelling. Jan Voortman (1945), geboren en getogen in de Jordaan, herinnert het zich in 2009 nog: “Op weg naar de bioscoop liepen we in een lange stoet over de hoge brug over de Prinsengracht langs de Brouwersgracht. Bovenop de brug zag je nog tot ver in de Westerstraat kinderen lopen. En als je te lang bleef kijken, kon je van een van die jongens met een armband een hijs krijgen.” Zijn zus Nellie (1946) mag voor Sanny bonnen voor buurtactiviteiten verkopen in Jordaan-cafés.

Een van de vele dochterorganisaties van Tussen Amstel en het IJ is de stichting De Amsterdamse Lieverdjes. Het woord ‘lieverdje’ als ironische benaming van een straatschoffie is in 1947 door redacteur Henri Knap geïntroduceerd in Het Parool, in zijn populaire rubriek ‘Amsterdams Dagboek’. Daarin knort Knap geregeld over wandaden van de Amsterdamse jeugd: “Lieverdjes kaapten autoped van jochie van Van Woustraat 186-3”; “Lieverdjes sloegen met spijkers poppetjes en sommen in lak van Chevrolet”. Ach, eigenlijk hebben ze vaak een gouden hart en redden ze soms een hondje uit de gracht. Maar bij misstapjes moeten ouders wel meteen ingrijpen: “Anders groeien onze lieverdjes op voor kinderrechters - en daarna voor de ‘penoze’.”Als tegenhanger van het lieverdje voert ‘Dagboekenier’ Knap al snel het ideaaltype van ‘oom agent’ ten tonele. Binnen korte tijd zijn het gevleugelde begrippen.

De stunt krijgt cachet

Wie precies heeft het plan bedacht een beeld te maken van Het Amsterdamse Lieverdje? Helemaal helder is dat nog steeds niet. Sanny Hemerik is zonneklaar de drijvende kracht van het project, maar er blijkt ook een vrolijk nieuw comité bij betrokken. Het Comité 1959 tot Activiteit in Amsterdam stelt zich ten doel wat reuring te brengen in de ingeslapen stad. “Zij willen dat er in de hoofdstad meer gebeurt, meer leuks en spontaans dan tot dusver”, meldt op 16 april Het Parool op gezag van comitélid Opland. “Elke feest, elk evenement vinden zij best, als het maar niet te deftig en al te veel georganiseerd is.” Een reeks nieuwlichters doet mee: naast Opland ook Jan Vrijman, de schrijvers Remco Campert, Simon Vinkenoog en Cees Nooteboom, tekenaar Frits Müller, ontwerper Pieter Brattinga en pantomimespeler Rob van Reijn. Maar ook de excentrieke restauranthouder Nicolaas Kroese en diens fotograaf Ab Pruis, vooral bekend door zijn uitmonstering als Napoleon.

Het Lieverdje-plan maakt deel uit van een complete speelse feestweek rond Koninginnedag. Zo heten de leden op 30 april de Stedemaagd welkom (eerder door een jury uitverkoren) en rijden haar in een open koets naar de ingang van het Vondelpark, waar de afgebroken hand van haar beeltenis gerestaureerd wordt. ’s Avonds is er een Oranjebal in Marcanti, ‘ten bate van de Sporthallen’ (“Organisatie en productie: Sanny S. Hemerik”). En de zondag na de Lieverdje-onthulling staat er op het Waterlooplein een wedstrijd in welsprekendheid op het programma, met in de jury Remco Campert, Simon Vinkenoog, Eli Asser en Rijk de Gooyer. Te openen door organisator Sanny Hemerik.

Niemand van de nog levende comitéleden weet zich anno 2009 iets substantieels te herinneren over de eerste onthulling van Het Lieverdje. Dat maakt aannemelijk dat in 1959 de hele organisatie buiten hen omgaat en zij er vooral bij zijn om de stunt het nodige cachet te geven. Sanny Hemerik is het die de boel in gang zet en alles regelt.

Lieverdje heette Barendje

Een week voor de onthulling ziet Carel Kneulman met schrik dat die al op grote affiches in de stad wordt aangekondigd. Hij mag er dus weleens aan beginnen. In een paar dagen creëert hij uit gips een Amsterdams schooiertje. Opgegroeid op het verpauperde Wittenburg, haalt hij zich moeiteloos beelden voor ogen. Zelf noemt hij het beeldje ‘Barendje’, naar zijn jeugdvriend Barend Clement, inmiddels schoenmaker in de Westerstraat.

Zaterdag 2 mei wordt het beeldje met bok en al neergezet op het Spui. De keuze van de plaats is een voorlopig compromis. Het comité dacht eerst aan de Postzegelmarkt op de Nieuwezijds Voorburgwal, maar een gemeentelijke adviescommissie wees dit idee af en stelde de Noordermarkt voor. Maar daar was Kneulman, zelf commissielid, het helemaal niet mee eens.

Die middag spelen Jan en Nellie Voortman nietsvermoedend buiten in de Karthuizerstraat, als Sanny Hemerik komt aanrijden op zijn brommer en hen van de straat plukt. (“Hij zei dat we effe mee moesten komen. Het was erg belangrijk!”, vertelt Nel de Koster-Voortman een halve eeuw later.) Hemerik informeert de ouders en rijdt met de kinderen achterop naar het Spui. Daar geniet een grote menigte samengestroomd van de kersverse kinderdrumband De Amsterdamse Lieverdjes: de winnaars van een koekbliktrommelwedstrijd in de Jordaan. Broer en zus Voortman krijgen een voorleestekst in handen gedrukt. Nel vindt het doodeng. (“Iemand van de radio duwde een microfoon onder mijn neus. Ik stond te sidderen als een juffershondje.”) Maar Hemerik stelt ze gerust en het tweetal mag het doek wegtrekken. Ze krijgen nog een glas limonade in café Hoppe, waar de door het comité meegetroonde beeldschone Stedemaagd op Jan veel indruk maakt.

Sanny doet niet meer mee

Het beeldje op het Spui valt meteen in de smaak. Stadsbeeldhouwer Hildo Krop, vooraanstaand lid van de gemeentelijke adviescommissie, roept spontaan: “Hier moet het blijven”, en beslecht daarmee het pleit. Maar voordat het permanent op het Spui kan komen, moet het eerst in brons worden gegoten. Vooral Henri Knap zet zich hiervoor in, verguld als hij is dat zijn gematerialiseerde geesteskind zoveel bijval oogst. Maker Carel Kneulman heeft nog wel bedenkingen. Voor hem is het niet meer dan een speelse zijsprong in zijn oeuvre: “Het heeft geen donder met kunst te maken. Het is niets, maar dan ook niets bijzonders.”

Maandenlang spoort Knap in zijn ‘Amsterdams Dagboek’ de Amsterdammers aan een bijdrage te storten om het beeldje in brons te kunnen gieten en op een sokkel te plaatsen. Trouw somt hij de kleine bedragen op. Maar het is bij lange na niet genoeg en hij neemt contact op met een vriend uit de Lionsclub. Deze directeur van de Hunter Cigarette Company te Eindhoven blijkt bereid het bronsgieten van Het Lieverdje met een flinke donatie te financieren, als aardige geste naar de Amsterdamse jeugd. Met als tegenprestatie de vermelding dat het een geschenk is van zijn bedrijf aan Amsterdam. Het Lieverdje wordt uiteindelijk op 12 september 1960 door burgemeestersvrouw Emma van Hall-Nijhoff voor de tweede keer onthuld, dit keer met veel meer officiële bombarie.

Sanny Hemerik doet dan helemaal niet meer mee. Een jaar eerder is hij wegens een zedenmisdrijf door de politie gearresteerd. Hij onderhield enige tijd een relatie met een vijftienjarige jongen. Carel Kneulman, Jan Vrijman en andere leden van het voormalig Comité 1959, waarbij zich ook Gerard Reve en Vrijmans hulpje Robert Jasper Grootveld hadden aangesloten, nemen het nog voor hem op, maar het mag niet baten. Met Justitie op zijn hielen, blijkt Sanny Hemerik in 1961 te zijn geëmigreerd. Waarheen weet niemand. Van de grondlegger van Het Lieverdje is nooit meer iets vernomen.

Delen: