Oktobernummer 2022

Met gasthoofdredacteur: Femke Halsema

Ons Amsterdam is deze maand in handen van de burgemeester, gasthoofdredacteur Femke Halsema. Ze treedt in de voetstappen van Eberhard van der Laan (2013) en Job Cohen (2009). Cohen schreef dat jaar in zijn voorwoord: ‘Ik hoop dat de opvolger van mijn opvolger over twintig jaar dezelfde kans krijgt als ik, en ik hoop dat zij dan nog even terugkijkt in dit nummer, en zich afvraagt of het nog steeds anders en eender is.’

‘Zij’, dat had Cohen toch maar mooi goed voorspeld.

Femke Halsema schreef een eigen inleiding over het belang van geschiedenis voor de stad. Ze koos daarnaast voor artikelen over Femina Muller, een sociaal bewogen vrouw uit de 19de eeuw, over de historie van het uitgaansleven en ze vroeg om een portret van een rebelse buurt, Floradorp. Natuurlijk lopen wij de ‘Vaste Route’ met haar, van de Cuyp naar de Herengracht, en we besteden extra aandacht aan de geschiedenis van zwarte Amsterdammers. 

 

Femina Muller – Pionier kinderopvang 19de eeuw

Door Koen Kleijn

Wat doe je midden 19de eeuw als net doopsgezind meisje met organisatietalent en ideeën?

Ondanks het ruimdenkende milieu waarin Femina Muller (oktober 1826) als jongste kind van predikant Samuel Muller en Femina Mabé opgroeit, krijgt ‘Mientje’ toch een heel traditionele opvoeding. Ze gaat naar een tweetal nette meisjesscholen waar ze geschiedenis, aardrijkskunde en Frans leert en wordt daarna als net meisje geacht te trouwen of thuis te blijven om de ouders bij te staan.

Maar Femina Muller is niet bang voor het controverse. Ze trouwt niet en groeit uit tot de pionier van de (Amsterdamse) kinderopvang. Lees haar verhaal in het komende nummer van Ons Amsterdam.

 

Floradorp: 'Altijd feest’ in de rimboe

Door Renée Karsten

Wie Floradorp binnenloopt valt meteen de pastelkleuren van de huizen op. In vrolijke lila-, blauw- en groentinten met veelal gele raamkozijnen onderscheidt de wijk zich sterk van omliggende wijken. Alles staat er fris bij, de voortuintjes zijn goed verzorgd. Dat was ooit anders: Floradorp worstelt al decennia met een slechte reputatie. Jarenlang werden er probleemgezinnen ondergebracht, met alle gevolgen van dien. Inmiddels is de wijk populair onder nieuwkomers. Waardoor het dorpse karakter onder druk komt te staan. Maar wat maakt Floradorp nou zo anders dan andere buurten?

 

Markante Amsterdammer: Hugo Blum, de man met lachende benen

Door Martin Maas

Hugo Blum trad op als ‘excentriek humorist’. Hij deed alles: speelde piccolo, zong levensliedjes en gaf humoristische voordrachten in de vaudeville theaters van Amsterdam – ook de meest onfatsoenlijke. Maar het leven van de beroemde Charlie Chaplin imitator begon alles behalve succesvol. Hij werd op 20 december 1892 geboren op de Prinsengracht, zoon van dienstbode Fanny Blum, afkomstig uit Pruisen. Hugo’s vader trouwde niet met Fanny, en erkende hem niet als zijn zoon. Een laar later vertrok zijn moeder, waar hij toen is ondergebracht is onbekend. Na zijn schooltijd ging Hugo werken – met weinig succes: twaalf ambachten, dertien ongelukken. Hoe werd Blum de man met lachende benen? Je lees het in het komende nummer van Ons Amsterdam.

 

De vaste route van Femke Halsema

Door Koen Kleijn

Net als vele andere Amsterdammers kwam Femke Halsema als nieuwkomer naar de stad. Maar net als die anderen voelt ze zich Amsterdammer, en verbonden met de stad. ‘Ik heb er gewerkt, mijn kinderen zijn in het OLVG geboren – dat je niet meer op bezoek bent: dat maakte me ongelooflijk trots.’ De route begint bij de Albert Cuypstraat, waar voor Femke Halsema haar Amsterdamse leven begon…

 

Boekrecensie: De grootste slavenhandelaren van Amsterdam

Door Ramona Negrón en Jessica den Oudsten

Tijdens de Keti Koti-herdenking van 2021 heeft de gemeente Amsterdam excuses aangeboden voor de rol van haar vroegmoderne voorgangers bij de slavenhandel. Daar citeerde de burgemeester een larmoyant fragment uit een 18de-eeuwse notariële akte, opgedoken door Ramona Negrón en de vrijwilligers van het lovenswaardige project Alle Amsterdamse Akten van het Stadsarchief.

Met haar collega Jessica den Oudsten publiceert zij nu een bredere studie naar de grootste private slavenhandelaren van de stad. De voornaamste bronnen zijn opnieuw de voor de geschiedschrijving zo belangrijke notariële archieven. Het hoogtepunt – of dieptepunt vanuit ethisch oogpunt – van de Amsterdamse slavenhandel begon pas na 1730. Voordien was de koop en verkoop van West-Afrikanen exclusief voorbehouden aan de West-Indische Compagnie (WIC). Vanaf 1730 verloor de handelscompagnie haar monopolie en stortten private ondernemers zich op de mensenhandel.

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Abonneer je Arrow right Geef cadeau Arrow right
Delen:

Editie:
Oktober
Jaargang:
Rubriek:
Inhoud