Stinksloot wordt Spuistraat

straat 1920Dertig jaar lang was de Nieuwezijds Achterburgwal de gracht langs de westelijke stadswal, tot in 1425 het Singel die rol overnam.

Toen pas kon ook de west-kant worden bebouwd. De gracht kreeg de reputatie van een langgerekte stinksloot, met akelig smalle oevers.

Op 28 januari 1866 besloot de raad daarom tot demping.

Dit artikel werd u aangeboden uit Ons Amsterdam editie 10 - 2017.
Tekst: Peter Paul de Baar
Beeld: Stadsarchief

De bewoners waren blij, getuige dit bericht in het Al-gemeen Handelsblad (18 september): “Een bewoner van den Gedempten Nieuwezijds Achterburgwal, die het dempen dier gracht meer en meer inziet als eene weldaad voor de bewoners en een sieraad voor de stad, geeft aan de regering in overweging om bij policie-verordening te bepalen en streng te hand-haven, dat niet, gelijk in den laatsten tijd geschiedt, de straat gebruikt worde tot werkplaats der aldaar wonende timmerlieden of het plaatsing van turfkar-ren en soortgelijke belemmeringen door de aldaar neringdoende bewoners, wier belang het toch ook is, om door het ruim en rein houden dezer waarlijk fraaije straat er toe mede te werken dat een fatsoen-lijk publiek een druk gebruik make van deze passage naar het midden der stad.”

En een week na de naamswijziging (28 november 1867) meldde diezelfde krant: “Met genoegen be-speuren wij, dat op de Spuistraat alhier eene dubbele rij kastanjeboomen wordt geplant. Hopen wij, dat het aan de vereenigde pogingen der bewoners en der politie zal gelukken deze boomen voldoende tegen den moedwil der jeugd te beschermen.”

Drie jaar later al kwam er een respectabele instel-ling die het lang zou volhouden: op nummer 4, vlak bij het Hekelveld, opende de Maatschappij tot nut van ’t Algemeen de Volksgaarkeuken, die precies een eeuw later De Keuken van 1870 ging heten en in 2012 definitief dichtging. Ernaast begon Aletta Jacobs in 1882 in het gebouw van de Werkmansbond haar spreekuur voor ‘minvermo-genden’. Intussen trokken er geregeld werklozen-betogingen door de straat, waar de politie met de wapenstok op insloeg.


Opzichtig

Heel lang liep door de Spuistraat een tram-tracé. Dat begon in 1877, toen de zuidelijke helft onderdeel werd van de paardentramlijn Dam-Leidseplein. En van 1914 tot 1957 reed hier de Blauwe Tram vanaf het Spui naar Zandvoort. Eind 19de en begin 20ste eeuw verrees tussen de vele smalle pak- en woonhuizen een hele reeks grote gebouwen: de Dominicuskerk, de Twentsche Bank, de Lagere School No. 9, het Hoofdpostkantoor, een bankgebouw voor Labouchere, Oyens & Co (voor-loper van de Kas Bank), de naaiateliers van mode-huis Gerzon, het Geldkantoor (voor de Postgiro- en Telefoondienst) en het Bungehuis (kantoor van graan- en houthandelaar Julius Bunge).

Voor het Geldkantoor op de hoek van de Paleis-straat moest het grote café Palais Royal plaatsma-ken, maar restaurant Dorrius (Hollandse pot) bij het Spui was wél een blijvertje: pas in 1988 week het voor Kantjil & de Tijger. Nu we het toch over de horeca hebben: helemaal aan het eind van de straat opende in 1921 café De Zwart in een voormalige bakkerij. Het café is er nog steeds. Ook van rond de eeuwwisseling dateert het bakkerijpand in Jugendstil op de hoek van de Raamstraat. “Een der lelijke en opzichtige huizen waarmede de architect G. van Arkel onze stad heeft opgescheept”, aldus nog in 1974 de Historische Gids van Amsterdam. Tsja. 

blauwe tram
De straat circa 1920, met de eenhalte van de Blauwe Tram (1914 -1957) naar Zandvoort.

In 1930 vestigde groenteboerzoon Hendrik Tabak zich in de Spuistraat – en dat hebben we geweten. Hij vestigde er de Groentecentrale en later garage-bedrijven, werd daar stinkend rijk mee en ontpopte zich tot een van de beruchtste huisjesmelkers van Amsterdam. Een groot deel van de straat kocht hij op en liet hij verkommeren. Tijdens de Duitse bezet-ting kon Tabak als protegé van de Sicherheitsdienst terecht in het NSB-Kringhuis op nummer 231, terwijl op nummer 28 in Marten Toonders Hulpstudio verzetsblaadjes werden gedrukt.

Ontdekt

postkantoor
Bouw van het Hoofdposdtkantoor (bij de Raadhuisstraat), Jacob Olie, 5 april 1896.

Toeristen begonnen in de jaren vijftig de weg te vinden naar het ‘oud-Hollandse’ eethuisje d’Vijff Vlieghen van de excentrieke en rondborstige Nico-laas Kroese. Gemoedelijke kroegen waren (behalve De Zwart) Het Koetshuis en De Koningshut. Tegelijk was het de glorietijd van de avant-gardistische gale-rie Le Canard, waarvan Galerie d’Eendt (1960-1987) en Galerie Herman Krikhaar (1965-1988) geestelijke erfgenamen waren.

Het noordelijke deel van de Spuistraat kwam rond 1960 ineens opvallend vaak ter sprake als prostitu-tiegebied, maar het ‘oudste beroep’ werd hier al rond 1900 uitgeoefend. Roemrucht werd het luxebordeel Yab Yum (nu een museum), met hoofdingang aan het Singel. Boys Paradise moest in 1994 op last van de burgemeester dicht.

De straat werd door (merendeels linkse) studenten ontdekt in de jaren zeventig en tachtig. Belangrijke impulsen waren de opening in 1969 van Athenaeum Nieuwscentrum pal tegenover café De Zwart en de overname door de UvA van het Bungehuis. Begin jaren tachtig maakte de Twentsche Bank plaats voor het P.C. Hoofthuis, de UvA-Letterenfaculteit.

Een nieuw tijdperk brak aan met de kraak van het ‘Tabakspand’ Vrankrijk (nr. 216-218) in 1982, gevolgd door nr. 199. Beide kraakpanden werden uitbundig beschilderd; aan die decoratie dankte 199 de bij-naam Slangenpand. Meer kraakacties volgden en zo werd de Spuistraat centrum van een wat ruige, maar zeer levendige subcultuur.

De laatste twee jaar staat de straat in het teken van een grootscheepse versjieking. De voormalige kraakpanden (woningcorporatie De Key is nu eige-naar van de Tabakspanden) zijn vervangen door of verbouwd tot luxe appartementen. In de Kas Bank en het Geldkantoor zitten nu dure hotels, met zwem-bad op het dak. Maar één ding verandert voorlopig niet. Nog altijd rijdt door deze lange en akelig smalle straat een eindeloze stroom auto’s van het station naar het Spui… ●