Nieuwezijds Voorburgwal 161, 1 april 1872: ‘We smijten ’em in de gracht’

Het kwam mooi uit dat 1 april in 1872 op Tweede Paasdag viel, een vrije dag.
Amsterdam maakte zich op om 300 jaar inname van Den Briel groots te vieren. Heel Amsterdam? Nou, nee. De vooraanstaande katholieke literator Jozef Alberdingk Thijm liet weten dat hij geen aanleiding zag voor feestgedruis. Het werd hem hoogst kwalijk genomen. Hij werd bedreigd en kreeg het daar Spaans benauwd van.

Op 13 december 1871 had burgemeester Cornelis den Tex 50 vooraanstaande burgers op het stadhuis uitgenodigd om een comité te kiezen dat het Aprilfeest in de stad moest organiseren. Hoewel Alberdingk Thijm afwezig was, werd hij nog bijna verkozen: hij kreeg bij de verkiezing evenveel stemmen als mr. J.R. Corver Hooft, maar verloor in herstemming. Niet dat hij die verkiezing aangenomen zou hebben. Hij had zijn standpunt al duidelijk gemaakt aan de burgemeester, maar die had zijn brief per ongeluk niet onder ogen gehad.

Thijm publiceerde de brief dan maar in dagblad De Tijd, van welke krant hij de drukker was en tot twee jaar ervoor ook eigenaar. Hij was om meerdere redenen tegen deelname aan het komende feest. Vanwege het recht, want de inname van Den Briel was gepaard gegaan met ongehoorde gewelddadigheden. En omdat de eer van zijn vaderstad in het geding was: “Ik houd de partij mijner vaderen, die onder admiraal Boshuysen de Amsterdamsche handelsvaartuigen beschermden tegen de Watergeuzen.”

En niet te vergeten ook nog omwille van de schone kunsten. Het feestcomité in Brielle had namelijk gekozen voor de oprichting van een nationaal monument en beeldhouwer J.P. Koelman had het ontwerp al klaar. Thijm vond het “al te belachelijk om Watergeuzen voor te stellen als een Waternymf.” Dat laatste argument werd door velen gedeeld en zowel het landelijk als het Amsterdams comité zouden zich ertegen keren. Die wilden een gesticht (‘asyl’) voor oude zeelieden.

Maar het Brielse comité hield voet bij stuk, zodat de koning op de gedenkdag de troffel zou moeten hanteren bij het voetstuk van de nymf én bij de bouwput van het zeeliedentehuis. Wat nu?
Op het nieuws van de inname van het nauwelijks verdedigde Den Briel had Alva gereageerd met “no es nada” (het is niets). Er werd een leger op afgestuurd om de geuzen te verjagen, maar door het openzetten van een sluis werden de soldaten door het water verjaagd. Dat veranderde de zaak. Enkele kuststeden, zoals Vlissingen en Enkhuizen, zetten de poorten open voor de geuzen. En vanuit Den Briel werd begonnen de Spanjaarden uit Holland te verjagen. In juli werd Gorkum veroverd.

Thijm staat alleen
De admiraal van de Watergeuzen, de Luikse edelman Willem van der Marck, heer van Lumey, maakte bij die gelegenheid zijn imago als wrede papenhater waar door negentien geestelijken te laten martelen en daarna in Den Briel op te hangen. Hij negeerde het bevel van Willem van Oranje om ze vrij te laten: de slachtpartij die de Spanjaarden bij de herovering van Rotterdam hadden aangericht, met zo’n 40 slachtoffers, moest gewroken worden. Later dat jaar liet Lumey een geestelijke ophangen die op vriendschappelijke voet met Oranje stond. Toen was de maat vol en werd hij op last van de Staten van Holland, die zich inmiddels achter Oranje hadden geschaard, gearresteerd.

Katholieken associeerden ‘Den Briel’ begrijpelijkerwijs eerder met het wrede lot van de ‘Gorkumse martelaren’, dan met het begin van de verdrijving van de Spaanse tirannie. De negentien werden in 1675 zalig en in 1867 door paus Pius IX zelfs heilig verklaard. Bij die gelegenheid was hij toegejuicht door honderden Nederlandse ‘zoeaven’, oorlogsvrijwilligers die de paus te hulp waren geschoten in zijn onmogelijke strijd om de heerschappij over midden Italië te behouden. Drie jaar later had de paus het pleit tegen de – overigens ook katholieke – Italiaanse nationalisten verloren.

Thijm organiseerde in juli 1871 een groots huldeblijk toen Pius 25 jaar op de Heilige Stoel zat. In het Paleis voor Volksvlijt luisterden 9000 mensen naar een daverende Pius Cantate, met muziek van Johannes Verhulst op tekst van de priester/dichter (en latere politicus) Herman Schaepman. De klanken waren amper verstomd of de Nederlandse regering schafte het gezantschap bij het Vaticaan af. Een belediging van de Heilige Vader, vond voorzitter Thijm van de Piusvereeniging, en de bisschoppen protesteerden bij de regering.

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Abonneer je Arrow right Geef cadeau Arrow right

De landelijke feestcommissie, toonde zich bewust van de gevoeligheden in katholieke kring en benadrukte dat bij het nationale feest de Nederlandse vrijheid centraal stond en niet de inname van Den Briel. De uitweg uit het dilemma was gevonden. Als eerste pleitte de katholieke Amsterdamse advocaat Felix Westerwoudt ervoor in een brochure en vervolgens namen de bisschoppen het over. Gezagsgetrouwe katholieken volgden het episcopaat en Thijm kwam alleen te staan.

De wereld is karakterloos
Op de dag zelf ging Thijm eerst naar de mis in de Petrus en Pauluskerk, in de wandeling de ‘Fransche Kerk’ genoemd omdat hij in 1793 verbouwd was ten behoeve van de Franse consul. Deze in 1912 afgebroken kerk, vol schilderingen van Jacob de Wit, stond op de Nieuwezijds Voorburgwal 314. Uit voorzorg ging de korte tocht per koets. Inmiddels verzamelden zich 4000 mensen in de Plantage voor de grote optocht. Daar kreeg de burgemeester erewijn aangeboden (om 11 uur ’s ochtends!), waarbij hij opmerkte dat hij met genoegen had gezien dat Amsterdam in eendracht en orde feestvierde. Allerlei beroepsgroepen begonnen daarna hun tocht door de versierde stad.

Hoogtepunt was de praalwagen met de stedemaagd. Een tribune bij de Hortus stortte in en het weer was regenachtig, maar de stemming kon niet kapot. Heel de stad vlagde, erepoorten waren opgericht, broodfabriek Ceres deelde 1000 broden uit aan de armen, het kon niet op. ’s Avonds geïllumineerde huizen en vuurwerk toe en de kroegen mochten tot drie uur openblijven.

Maar Thijm had anonieme bedreigingen aan zijn adres gekregen en vernomen dat er in de Willemsstraat – een Oranjebolwerk – getwist werd hoe ze hem zouden aanpakken. Op straat klonk het liedje: “Als Alberdingk niet vlagt / dan smijten w’em in de gracht.” Voor de zekerheid barricadeerde de bange Thijm zijn huis aan de (nog niet gedempte) Nieuwezijds Voorburgwal. Hij hield een pistool bij de hand en riep de hulp in van een stevige timmermansbaas en diens zoon, een oud-zoeaaf.

Het Handelsblad had tevoren gewaarschuwd: “Hij die door woord of daad hen beledigt, die in de algemeene feestvreugde niet deelen, toont zich daardoor onwaardig het feest der vrijheid mede te vieren.” Het was ter harte genomen en er werden maar acht mensen opgepakt wegens openbare dronkenschap. Na afloop betuigde de burgemeester zijn erkentelijkheid dat de opgewekte stemming door geen enkele wanklacht was verstoord. Bij Alberdingk Thijm was niets gebeurd.

Hij had niet gevlagd en slechts vijf andere katholieken evenmin, onder wie zijn zwager de architect Pierre Cuypers. “Men zou van zeeziekte om al die charakterloosheid de waerelt uitlopen”, schreef Thijm aan een vriend. Steun uit onverwachte, niet-roomse hoek had hij ook gekregen. Even voor Pasen was E.J. Potgieter, die heel lang de ziel van het invloedrijke literaire maandblad De Gids was geweest, bij hem langs geweest om hulp aan te bieden. De halfbroer van de inmiddels overleden bevriende schrijver Jacob van Lennep, Warner, had hetzelfde gedaan. Alberdingk Thijm was dan wel ‘paapser dan de paus’, hij sloot zich allerminst op in eigen kring. Maar op deze 1 april had de meest open katholiek zich letterlijk het meest gesloten getoond.

Beeld: Amsterdammers vieren 300 jaar inname van Den Briel op de Dam. Stadsarchief Amsterdam.

TEKST: Marius van Melle en Niels Wisman

April 2011

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
April
Jaargang:
2011 63
Rubriek:
Hier gebeurde het
Tijdperk:
1800-1900