Nieuwe Amstelstraat: De methode-Koppejan, 17 juli 1966

De Amsterdamse hoofdinspecteur Anton Koppejan maakte zich onsterfelijk in de politieannalen door in 1966 honderden demonstranten tegen de escalerende Vietnamoorlog op te laten pakken en te vervoeren naar de rand van de stad om ze daar weer vrij te laten. De 'methode-Koppejan' was geboren.


Op zondagavond 17 juli 1966 half acht zetten zich enige honderden demonstranten bij de Dokwerker in beweging voor een stil protest tegen de oorlog in Vietnam. De route voerde naar het Amerikaans consulaat op het Museumplein. De Actiegroep Vietnam had bewust geen vergunning aangevraagd. Want dan ging de politie de leuzen censureren en die zag in elke kritiek op de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson een belediging van een bevriend staatshoofd. Het was daarom ook een stille tocht, zonder spandoeken. De betogers liepen over het trottoir en hielden zich aan de verkeersregels.
Al driemaal, elke derde zondag van de maand, was er zonder problemen gedemonstreerd. Maar men was in overtreding. In de politieverordening stond: "Hij, aan wie bij volksverzamelingen op de openbare weg door de politie gelast wordt, zich uit de volksverzameling te verwijderen, is verplicht aan deze last onmiddellijk te voldoen." Demonstreren zonder vergunning en het niet opvolgen van het bevel om de samenscholing te beëindigen, was gezagsondermijning. En deze keer werd de stoet al in de Nieuwe Amstelstraat tegengehouden door de Mobiele Eenheid (ME), bijgestaan door de marechaussee. De bevelvoerende hoofdinspecteur Anton Koppejan liet de deelnemers afvoeren naar de grens van de stad. Een preventieve maatregel tegen ordeverstoring, vond hijzelf. De 'methode-Koppejan' was geboren.

Daf-trucks
Adrianus Marthanus Koppejan (1911-1984) was een stijle Zeeuw die al vanaf 1936 bij de Amsterdamse politie werkte en het gebracht had tot chef van bureau Jonas Daniël Meijerplein, rechts van de Mozes en Aäronkerk, dat in 1967 moest wijken voor het Mr. Visserplein. Op die 17de juli 1966 was hij sinds een maand een van de drie commandanten van de Mobiele Eenheid, de voormalige Karabijn Brigade. Na het Bouwvakkersoproer op 14 juni had minister van Binnenlandse Zaken Jan Smallenbroek ingegrepen in de top van de Amsterdamse politie ten koste van hoofdcommissaris Hendrik Jan van der Molen. De positie van de hoofdinspecteur was versterkt. Fijntjes gaf Koppejan aan Van der Molen op diens afscheidsreceptie namens de Politie Sportvereniging een draagbaar radiootje, een verwijzing naar het gebrek aan communicatie tijdens dat oproer.
Op 4 juli was het politiecorps aangevuld met 120 man van de rijkspolitie en 180 marechaussees. De rijksagenten moesten het onderbezette politiekorps versterken, maar bleken van weinig nut omdat ze heg noch steg in de stad kenden. De marechaussees werden achter de hand gehouden voor 'reële ordeverstoringen'. De Vietnamdemonstratie was hun eerste karwei. Ze hadden eigen vervoer in de vorm van met canvas overtrokken militaire Daf-trucks. Acht van die wagens stonden gereed in de Nieuwe Amstelstraat toen de stoet vertrok.
Eerder die week had commissaris Henk Molenkamp al gewaarschuwd dat er opgetreden zou worden tegen het demonstreren zonder vergunning. (Wat 70 ambtenaren van de Gemeentegiro ertoe bracht een petitie aan de gemeenteraad te sturen waarin ze wezen op het mogelijke beknotten van de demonstratievrijheid.) De Actiegroep Vietnam was dus voorbereid op politie-ingrijpen en verwachtte ook een grotere toeloop omdat er op 13 juli in Krasnapolsky onder de leus 'Stop bommen op Hanoi' een drukbezochte meeting was geweest, waartoe maar liefst 21 jeugd- en studentenorganisaties hadden opgeroepen.

Stadsgrens
Bij aanvang van de betoging werden stencils met aanwijzingen uitgedeeld. "Grijpt de politie in: ga dan alleen zitten, verzet u niet tegen eventuele arrestatie. Blijf kalm als er geweld wordt gebruikt. Laat zien dat onze demonstratie geweldloos is, wees solidair met de Boeddhisten in Vietnam. Voor deze (vierde) stille protestmars is geen vergunning van politie gevraagd, omdat wij menen dat ordelijke betogingen, die het verkeer niet hinderen, geen vergunning nodig hebben en het Verdrag van Rome vrije meningsuiting garandeert. Wij hopen, dat evenals de vorige keren het geval is geweest, de politie zich zal onthouden van optreden. Besef dat we niet tegen het politieoptreden demonstreren maar voor vrede in Vietnam."
Opgetreden werd er dus wel. De circa 300 betogers hielden zich aan de instructies en gingen rustig op de stoep van de Hoogduitse synagoge zitten. Sommige trucks reden zover als Tuindorp Oostzaan en het Kinselmeer. Eentje hield pas halt bij Zijkanaal F, nu Spaarnwoude, waar de 35 inzittenden weigerden uit te stappen. "Tot 2x toe heeft men ons eruit proberen te krijgen met traangasbommen, wat niet lukte omdat we na onze tranen gedroogd te hebben als één man weer instapten. Tenslotte heeft men ons eruit geknuppeld", schreef een van hen in een brief aan dagblad De Tijd. Twee uur wandelen naar Sloterdijk lag in het verschiet. "Het zijn toch al geoefende wandelaars door al deze protestmarsen", smaalde Koppejan in dezelfde krant.
De demonstranten zagen elkaar die avond weer terug op het Museumplein en wie niet aan de alleruiterste stadsgrens was afgezet, kon nog net de afsluiting iets verderop in het Vondelpark meemaken, waar Boudewijn de Groot zijn protestlied Welterusten, meneer de president zong. "De volgende keer breng ik ze 20 km buiten de stad", verklaarde Koppejan stoer tegen het Algemeen Handelsblad.

Koppig
Zijn methode zou geen naam maken. Arrestatie zonder proces verbaal is vrijheidsberoving, stelden zowel de Amsterdamse hoofdofficier van justitie Jan Hartsuiker als de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie. Een jaar later kwam de Commissie-Enschedé (die het politieoptreden van de zomer van 1966 onderzocht) tot dezelfde conclusie.
Het preventief oppakken van mogelijke ordeverstoorders verdween in de ijskast en bleef daarin jarenlang opgeborgen. Tót tijdens de Eurotop in 1997 maar liefst 382 demonstranten in de Spuistraat werden opgepakt en afgevoerd naar de gevangenis in Heerhugowaard. Zij zouden lid zijn van een criminele organisatie. Maar die rechtsgrond ontbrak, moest minister van Justitie Winnie Sorgdrager in de Tweede Kamer toegeven. Ook de wetshandhavers dienden zich aan de wet houden. De Amsterdamse hoofdofficier van justitie Hans Vrakking bleef de beslissing van het driehoeksoverleg (burgemeester, politie en justitie) echter verdedigen. Net zoals Anton Koppejan in 1966 en daarna koppig volhield dat hij gelijk had. "Het zou funest zijn als de politie op deze wijze niet kan optreden", zei hij tegen burgemeester Gijs van Hall.


LEEFTIJDSDISCRIMINATIE
PSP-medeoprichtster Maria Snethlage (1895-1979), één van de organisatoren van de Vietnamdemonstratie, kreeg alleen het consigne om naar het Museumplein te lopen. Vanwege haar leeftijd zag de politie ervan af haar naar de stadsgrens af te voeren. Haar ongenoegen daarover was groot: leeftijdsdiscriminatie! Na de volgende demonstratie op de derde zondag in augustus – er waren 1500 deelnemers, van wie de politie er slechts 284 kon oppakken omdat er te weinig vervoer voorhanden was – pareerden enkele demonstranten een week later op ludieke wijze de aanpak van hoofdinspecteur Koppejan: hij kreeg een taart met het opschrift 'Wij gaan door' en 100 petitfours voor zijn manschappen. Voor de demonstratie in september werd wél vergunning aangevraagd.

Delen: