Memory Lane Leidsestraat

Ik zat in de tram en was op weg naar een afspraak, in Americain. Daar verheugde ik me op, want ik was er jaren niet geweest. Zou de draaideur nog draaien, werden er nog kranten en tijdschriften verkocht, hoe lagen de wc’s, de mooiste van Europa, er inmiddels bij? En hoe zou de Ranja smaken die Gerard en ik er zo graag dronken? Op de gemeenteklok bij de Oude Lutherse Kerk op het Spui zag ik dat ik te vroeg was en daarom stapte ik uit voor voorheen Nieuw Engeland op het Koningsplein, voor een wandelingetje langs Memory Lane Leidsestraat. Gek, want toen ik nog een groot Leidsestraatwandelaar was, kwam ik altijd van de andere kant, zodat het nu was of heel Amsterdam zich een slag gedraaid had en ondersteboven lag.

Op het torentje van v/h Metz staat nog steeds Metz & Co, zag ik, en de torentjes van v/h Nieuw Engeland zijn er ook nog. “Een pantalon voor de jongeheer”, zei de gedistingeerde heer aan de deur als mijn moeder hem verteld had waarvoor we kwamen, ons zo doorschuivend naar een andere gedistingeerde heer van deze gerenommeerde herenmodezaak. Wat zullen ze verdiend hebben, denk ik nu. Over de brug links zat Mars, een galanterieënwinkel die werd gedreven door een kennis van mijn moeder die Krekel heette en uitzinnig gekleed ging. Net als Max Heymans die je, als je hem tegenkwam ongeveer hier tegenkwam. Harry Mulisch stond meestal voor de holle ruit van de Perzische kledenwinkel op de hoek met de Prinsengracht.

Die winkel kwam vlak na de Moderne Boekhandel Bas, die net voorbij de sigarenwinkel lag, waar ze nog heel lang zo’n gasvlammetje op de toonbank hadden branden. “Opsteken?”, vroeg de sigarenboer als je een pakje Roxy of Lexington van hem had gekocht. Schuin aan de overkant was restaurant Bali, waar ik nooit geweest ben, maar ik was er trots op dat mijn vader er weleens at, en vlak bij een hoek in een zijstraat zat Le Fiacre, een café met zoveel rood pluche dat je er eigenlijk niet komen mocht.

Toch kwam ik er wel eens, net als bij Eylders en Reijnders en de Old Inn. En in Americain. Eerst met mijn vader en moeder, als we op zondag naar bioscoop gingen, of, leuker, naar de bioscoop waren geweest. Later met jongens en meisjes van school, en daarna vaak alleen, om te kijken of er nog iets te beleven viel, of met Gerard om Ranja te drinken. Zoveel jaar later was alles nog zo’n beetje als het was, maar Ranja schonken ze niet meer. 

 

Guus Luijters

Oktober 2020

Delen:

Buurten:
Centrum
Editie:
Oktober
Jaargang:
2020 72
Rubriek:
Column
Tijdperk:
1950-2000