Meest gelezen: stad van clubs en discotheken

Dansen, dansen, dansen tot je erbij neervalt. In de disco. Vrijwel elke Amsterdammer heeft wel z’n eigen verhaal bij een danstent. In 2021 - een jaar waarin het nachtleven op slot ging - werd dit artikel over de geschiedenis van de Amsterdamse uitgaanscultuur het meest gelezen.

De laatste zomer van de eeuw. Maandag 21 juni 1999. Brandweersirenes gillen door de stad. Als de eerste blus- en ladderwagens van de brandweerkazernes Nico en Dirk op het Singel arriveren en de blusboot Jan van der Heijde III aanlegt, slaan de vlammen al uit het dak. De buitenklok van clubdiscotheek RoXY stokt. Één minuut over negen ’s avonds. 

Eerder die dag was een van de oprichters van de vermaarde discotheek Peter Giele (1954) op Zorgvlied begraven. Hij moest op grootste wijze in de club worden herdacht met vuurwerk. Dat liep behoorlijk uit de hand. De ruim 300 feestvierders konden hun vege lijf redden; de spuitgasten waren tot de volgende ochtend elf over elf bezig met nablussen. Wat restte: chaos en de kreet ‘Rust Zacht RoXY’. 

Amsterdam had al ruim vόόr de komst van de internationaal bekende RoXY en de in de Amstelstraat gelegen iT tientallen jaren een reputatie op het gebied van discotheken en clubs. Dansen bij Jansen in de Handboogstraat sloot november vorig jaar na 36 jaar, een schok, maar uiteindelijk niet meer dan een rimpeling in een vijver. Toch was de emotie groot bij de generatie die er was ‘opgegroeid’. Vreemd is dat niet: vrijwel elke Amsterdammer heeft wel zijn eigen verhaal bij een discotent. Illustere namen ging ‘Jansen’ voor: Lucky Star, De Schakel, DOK, Tuf Tuf, ’t Okshoofd, H88, Mazzo, Bios, Escape, Dubois, Exit, Odeon, Lanx, Richter, Korsakof en Timeless. En dan zie ik er zeker nog een stel over het hoofd.

De ‘vleesfabriek’
Geloof het of niet, maar eigenlijk was dansen in Amsterdam nog niet zo heel lang geleden verboden. De Amsterdamse burgemeester Willem de Vlugt (1872-1945) vond dansen onzedelijk en schadelijk voor gezondheid en gezin. Dansvergunningen werden slechts mondjesmaat afgegeven. Pas na 1924 en in de jaren dertig werden de teugels wat gevierd, maar de regels bleven streng. Één danspaar per vierkante meter, niet te dicht bij elkaar. La Reserve (Reguliersdwarsstraat) en de rode zaal van restaurant Trianon in het Hirschgebouw (Leidseplein) waren gewilde gelegenheden. Later kwam daar Caveau Parisien in het Vondelparkpaviljoen bij: klein, bedompt van de rook, maar gezellig, een dancing populair bij studenten. 

Ontdek Ons Amsterdam

Wil jij alles weten over de fascinerende geschiedenis van Amsterdam?

Meld je aan Arrow right Geef cadeau Arrow right

Het zou tot ná de oorlog duren voordat er eindelijk sprake was van een voorzichtige groei van clubs, sociëteiten en dancings. Een van de eerste tenten die internationale bekendheid verwierf was de DOK (De Odeon Kelder). De eerste en grootste homosociëteit in Europa (in homokringen: ‘de vleesfabriek’), die vanaf 1952 tot 1989 ook in het buitenland als zeer populair stond aangeschreven en bijdroeg aan het predicaat ‘Amsterdam homohoofdstad’. Onenigheid leidde ertoe dat het COC, de organisatie tot integratie van homoseksualiteit, later een eigen discotheek opende: De Schakel in de Korte Leidsedwarsstraat. Omdat beide dancings tolerantie hoog in het vaandel droegen, werden ze ook veelvuldig bezocht door hetero’s. Vooral in De Schakel kon het midden jaren zeventig een dolle boel zijn. Homo’s, hetero’s, het maakte allemaal niet uit, iedereen danste met iedereen tot je erbij neerviel. 

Wijde pijpen
Enkele jaren eerder (in 1968) had zich een scheiding der geesten voltrokken tussen de ‘soulboeren’ en het ‘undergroundpubliek’, die een bijna logisch vervolg waren op de Dijkers en de Pleiners uit het midden van de jaren zestig. De laatste groep trok zich terug met alternatieve muziek in kleinere cafés en clubs, of in Paradiso. Soul – zeer gewilde dansmuziek – was onder meer te horen in Lucky Star en vele andere disco’s in en rond de Korte Leidsedwarsstraat. Muziek van James Brown, Otis Redding, Ray Charles, Sam Cooke, Aretha Franklin, Sam&Dave, Arthur Conley, Wilson Picket en Marvin Gaye bepaalde er de sfeer. De uniforme dracht: broeken met wijde pijpen. Wie iets totaal anders wilde, ging in dezelfde straat naar studentensociëteit Lanx. Voor iedereen toegankelijk, alternatieve muziek, bier, nauwelijks een jointje, gemoedelijke sfeer. En om drie uur ’s nachts naar huis – als je fiets niet was gestolen. 

Of gewoon verder de stad in naar ’t Okshoofd aan de Herengracht 114. Begonnen in augustus 1968 als sociëteit voor een clubje tafeltennissers, groeide de tent uit tot de dansclub voor in de late uurtjes. De Stones, Who en Kinks werden er gesignaleerd, David Bowie kwam er niet in (“oprotten junk”). Maar gaandeweg sloegen de zware jongens toe: cocaïne en heroïne, vechtpartijen en zelfs een dode. Iets verder op de gracht (nummer 88), was er nog meer vertier bij discotheek H88, waar nu alweer twintig jaar het Belgische restaurant Lieve zit. 

Sociale onvrede, vooral in Engeland, leidde midden jaren zeventig tot de opkomst van de punkmuziek, die ook in Nederland in discotheken populair werd. De Sex Pistols, Ramones, Stranglers maakten plotseling de dienst uit en punk mόest gedraaid worden. Vanaf 1978 was vervolgens Paradise by the Dashboard Light van Meat Loaf dé discokraker. 

London comes to Amsterdam
Vijftien jaar lang (1981-1996) deed Richter (36 op de schaal van) aan de Reguliersdwarsstraat 36 van zich spreken als hippe club. Het interieur zag eruit als na een aardbeving, maar iedereen voelde zich er thuis. Het eerste late night tv-praatprogramma kwam er vanaf 1983 vandaan: RUR (Rechtstreeks uit Richter) met Jan Lenferink. 

Er veranderde veel in die periode. Drugs op de dansvloer werden bijna gemeengoed, bij de ingangen van de discotheken moest worden gefouilleerd, wapens werden regelmatig in beslag genomen en meer dan eens gingen clubs om die redenen dicht. Het weekblad Vrij Nederland maakte in 1985 een reportage over de steeds ruigere Amsterdamse uitgangsscène. “Vroeger werd er nog wel eens wat verloren geld op de vloer van een discotheek gevonden, nu zijn het wikkels met achtergebleven cocaïne.” 

En toen kwam die zaterdag 3 september 1988. De sfeer in de stad was veranderd. Niemand kon er de vinger opleggen. Oranje dat Europees kampioen werd, de val van het communisme? Verdwenen was de pessimistische stemming, iedereen sprak over een omslag. Die avond was de Sumatrakade op het KNSM-eiland het toneel van de doorbraak van housemuziek. Drie Britten, twee dj’s en hun vriendin die zich de Soho Connection noemden, hielden in een leegstaand pakhuis een housefeest: London comes to Amsterdam. Er ging van alles mis, maar toch werd het event een daverend succes. Hooguit 200 belangstellenden waren verwacht: er kwamen er meer dan 2000. 

Waar gaan we heen?
Amsterdam was om. Ook in RoXY smeekten de dansers om house. Amsterdam had vanaf dat moment officieel een hartslag van 120 beats per minuut. De stad beleefde dankzij de partydrug ecstasy in 1989 een tweede Summer of Love (de eerste was de hippiezomer van 1967 met Scott McKenzie’s San Francisco). Iedereen blij – totdat de handel in ecstasy criminele proporties ging aannemen en het wereldje langzaam maar zeker uitholde.
RoXY (vernoemd naar de in 1972 uitgebrande bioscoop in de Kalverstraat) kreeg er last van, Mazzo op de Rozengracht ook  en het in 1989 geopende iT (het voormalige Flora Palace in de Amstelstraat) eveneens. “De discotheek van de vrijheid”, noemde oprichter Manfred Langer (1952-1994) zijn bedrijf. Provocerende acts, extravagante uitdossingen van gasten en de wereldse uitstraling met bezoekers als Grace Jones en Boy George maakten iT internationaal vermaard. Maar na de dood van Langer ging het bergafwaarts. 

Eindigt Amsterdam dansstad dan in mineur? Zeker niet. Dat blijkt wel uit het boek Mary Go Wild over 25 jaar dance in Nederland, dat najaar 2013 is verschenen. In het naslagwerk worden onder meer de wereldwijde successen van dj’s Armin van Buuren, Afrojack en Tiësto beschreven, van feesten en party’s als Dance Valley, Awakenings en Sensations. Amsterdam als epicentrum van house.
Discotheken staan onder druk, volgens een rapport van horeca-adviesbureau Van Sprongen&Partners. Maar de malaise in Amsterdam valt mee, met name dankzij de niet aflatende stroom jeugdige toeristen. “Waar gaan we heen?” Panama, Club Air, Chicago Social Club, Club Life, Doka-Volkskrant, Melkweg, Paradiso, Jimmy Woo, Escape, Sugar Factory, Trouw, WesterUnie, of Westergasfabriek? Amsterdam het dansen beu? Welnee!

Beeld: Jonge stellen dansen bij dansclub Oostervink aan de Leidsekade, circa 1935. Stadsarchief Amsterdam.

Delen:

Jaargang:
2014 66
Rubriek:
Actueel

Gerelateerd

Oud-eindredacteur Jan Wagener overleden
Oud-eindredacteur Jan Wagener overleden
Actueel 18 december 2014