Meer dan een halve eeuw verkocht Bruin Kok zijn paling

Een wandelend monument was hij: Bruin Kok (82), de Volendammer palingventer in hartje Amsterdam. Ruim vijftig jaar was hij een begrip. Hij stopte er dit voorjaar mee, en overleed op 11 september j.l.

Je hoorde hem al vanuit de verte, met zijn bulderende, vertrouwde groet: “Hé, ouwe tijger!” Meer dan een halve eeuw wandelde Bruin Kok van “kroegie naar kroegie” met zijn paling én een praatje. “Die babbel was zijn handelsmerk”, weet Wim Peeters, uitbater van restaurant/variété Casablanca. “Net als majoor Bosschardt. Alleen hij verkocht paling en zij praatjes.”

Documentairemaker Rob van Houten filmde hem in 2017 tijdens zijn ‘handelsroute’ door de warme buurt en omgeving: slenterend over Zeedijk en Wallen in zijn Volendammer kostuum. Vroeger kwam hij ook in andere buurten dan de Jordaan, maar de leeftijd telde inmiddels mee. Bruin had een paar tiaatjes achter de rug en was niet meer de oude. Na zo’n ziekenhuisintermezzo wilden de artsen hem naar “een pakhuis met gewichten” sturen, om te revalideren. Geen sprake van! Zo snel mogelijk terug naar de stad; dat was het beste medicijn. Als hij definitief zou omvallen? Dan het liefst in zijn eigen Amsterdamse buurtje. “Als je hier zo lang loopt wat zou jij dan willen?” Maar nu hij de jaren in zijn benen voelt – “Vroeger vloog ik, nu slof ik” – is het toch gedaan met venten. De klanten die hij onderweg ontmoet, noemt hij steevast “allemaal lieve mensen”. Zoals de fietser aan wie hij snel twee pakjes paling slijt. De portemonnee komt er niet aan te pas. “Betalen doet hij de volgende keer wel. Ik doe het niet voor het geld. Ja, zo heb ik wel meer van die goochelaars onder m’n klanten.” ‘Goochelaars’, ‘ouwe tijger’: woorden die voor altijd aan hem gebakken zitten.

 

Lange Slappe

Voor Bruin Kok begon het allemaal na de plotselinge dood van de Lange Slappe een dikke halve eeuw geleden, ook uit Volendam. Die liep al eerder met paling door de stad. Alleen, hij keek vaak te diep in het glaasje, stak op een kwade dag de straat over en werd doodgereden. Bruin: “Heel leuke man! Heel triest!” De een z’n dood was de ander z’n paling. Bruin zag wel wat in de Lange Slappe z’n handel. De eerste dag waren de pondjes er al in een paar uur door. En drinken deed hij er ook bij, maar mondjesmaat. Hij was nooit ‘vol’. Dat was niet goed voor de handel. Voor je het wist, rolde je de foute kant van de vrachtwagen op. In het begin waren er nog wel meer van die ‘halvegaren’, mannen met bijnamen als Jan Poepie, maar die gingen, aldus Bruin, aan de drank en andere verleidingen ten onder. “Zo’n goochelaar kwam ’s nachts helemaal niet meer thuis, hè.” Dat hij het zelf een kleine 53 jaar vol hield komt omdat hij er het koppie (koffie) bij hield. Plus een paar kleine pilsjes per dag. 

Mannen als de Lange Slappe en Jan Poepie behoren inmiddels tot een nostalgisch verleden. De beeldbank van het Stadsarchief bevat foto’s van Volendammer collega’s die aan het begin van de vorige eeuw in schamele hutjes woonden aan de Laanweg in Noord. Vanaf 1851 werden daar de eerste huizen en schuren gebouwd voor landarbeiders die de Buiksloterhampolder ontgonnen. De palingventers woonden er door de week. Op zondag keerden ze terug naar Volendam om hun families te bezoeken en nieuwe handel in te slaan. Op een foto van rond 1915 poseert een van hen voor zijn lage, houten behuizing. Niet lang daarna werden de hutjes gesloopt.

 

Martin

Dat was lang voor Bruins tijd. Hij heeft altijd in Volendam gewoond en pendelde op en neer. Voor hard werken draaide hij nooit de hand om. Toen hij in de paling ging, zat hij ook nog in de bouw. Ook zijn ouders waren hardwerkende mensen. Zijn moeder was de bekende Hoornse kasteleines Tante Marie, zijn vader de Volendammer Bruining (Bruin) Kok. In Hoorn hadden ze een roemrucht café dat, toepasselijk, De Volendammer heette en nog model zou hebben gestaan voor Vader Abrahams megahit Het kleine café aan de haven (1975).

Het echtpaar kreeg elf kinderen, Bruin was de oudste. “De gelijkenis tussen vader en zoon is frappant”, aldus journalist/chroniqueur Ko Boos. “Ze hebben het Kok-appeal. Een alerte, daadkrachtige oogopslag, waarin altijd luimige humor twinkelt.” Toch ging het er niet altijd even vrolijk aan toe in Bruins leven. Zijn zoon Martin koos voor de zelfkant van het leven en werd in oktober 2016 geliquideerd. Als Martin ter sprake komt schiet Bruin vol (“Effe wegwezen.”) Na jaren in het criminele circuit en in het gevang te hebben gezeten, startte Martin in 2015 zijn eigen misdaadsite Vlinderscrime en ontpopte hij zich tot een soort van BN’er, die in zijn stukken halve geruchten niet schuwde en iedereen bij naam en toenaam noemde. Collega-misdaadverslaggevers waarschuwden nog: dat kan nooit goed aflopen…

Vorig jaar juli verscheen er een boek over het leven van Martin Kok: Kokkie, geschreven door Crimesite-redacteur Timo van der Eng. Bruin ontving het eerste exemplaar in de Schreierstoren, vlak bij de Wallen waar hij ooit nog samen met zijn zoon paling verkocht. Bruin kwam ze wel eens tegen, “de jongens van Heineken” en andere vrienden van Martin. Hij bracht ze soms een palinkje, maar was na een kwartier weer weg. “Ik voelde me er niet thuis.” Dan was hij liever onder zijn eigen “lieve mensen”, die hem én zijn humor nu zullen missen: “Dames, nog paling, slangen, krokodillen?” 

 

Vette bek

Kwam Bruin een poosje niet opdagen, dan begon het te kriebelen bij de kasteleins en hun vaste klanten. Of, zoals Boos het omschrijft: “Dan werd er in de tapperijen van de Warmoesstraat, Lange Niezel en Zeedijk bezorgd naar hem geïnformeerd: “Wattisser meddie Volledammer? Hij zou toch niet lawaaie zijn?” Het was dan ook schrikken toen hij in 2017 ineens absent was vanwege een spectaculaire val van de hoge roltrap op het Centraal Station. “Ik stond boven, zwaaide naar de bus en werd wakker in het OLVG.” Maar al snel was hij weer op de been. “Ik ben niet verwoest te krijgen!” 

In elk (horeca)milieu was hij kind aan huis: in kroegen, restaurants én sekshuizen. Een uit de kluiten gewassen portier van zo’n huis zegt: “Ja, hier krijgen de meiden straks allemaal een palinkje.” En de mannen van de viskraam op de brug bij het Singel: “Als je een vette bek wilt hebben, dan moet je bij hem zijn!”

Of hij de laatste actieve palingventer in de buurt was? “De enige”, klinkt het resoluut. Toch lijkt er één collega bij te zijn gekomen, weliswaar op het water en met een heel andere stiel. Al geruime tijd vaart ‘de Friese Palingroker’ Bart Oosterbaan op zijn bootje door de grachten, met op het achterdek een ton waarin hij zelf paling, zalm én gans rookt. Ook hij kondigt zijn komst met luide stem plus klinkende bel aan: “Paling! Vers gerookte páááling!” 

Een moderne venter is hij: met een eigen site, te boeken voor feesten en evenementen. Een nieuwe, meer commerciële, aanpak van het aloude metier? Onder zijn klanten telt hij eveneens een aantal kroegen. Maar nog niet alle kasteleins op zijn route zijn om. “Van die vette palingmonden aan m’n glazen slaat het bier dood”, weet een van hen. Laat Bruin het niet horen! Die is ondertussen best in zijn nopjes met het feit dat hij als ‘stadsicoon’ vereeuwigd is. Leuk voor het nageslacht. “Kunnen ze zien wat die ouwe allemaal heeft gedaan.”

CORRIE VERKERK IS JOURNALIST.

 

DOCUMENTAIRE

Documentairemaker Rob van Houten volgde Bruin Kok op zijn vaste route. Van Houten: “Ik kende hem zelf niet, maar iemand zei: ‘Over die man moet je een portret maken. Hij is een instituut.’ Dus ben ik meegelopen. Eén dagje, toen stond het erop.” De documentaire (met muziek van componist Marcel Groenen) is te zien op YouTube. Juli 2019 was de première in café Casablanca op de Zeedijk, Bruin was er uiteraard bij.

https://www.youtube.com/watch?v=p7HMh1WGmXQ

INFORMATIE: [email protected]

 

Beeld: Particuliere Collectie

 

Novembernummer 2019

Delen:

Buurten:
Centrum Jordaan
Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
November
Jaargang:
2019 71
Rubriek:
Markante Amsterdammers
Tijdperk:
1900-1950 1950-2000