Markante Amsterdammers: Luud Schimmelpennink

‘De Witte Fiets verovert Europa’

Hij werd in 1965 wereldwijd bekend als een van de voorlieden van de Provo-beweging. Nu is Luud Schimmelpennink directeur van innovatiecentrum Y-Tech en lid van stadsdeelraad Centrum. Zijn Witte-Fietsenplan (1965) kreeg weerklank tot ver buiten de Provo-kring, net als de twee jaar later bedachte Witkar. Helaas strandden in Amsterdam alle experimenten, maar in Parijs en Lyon rijden de witte fietsen nu wél. En ook hier moet het dus gaan lukken – want Schimmelpennink geeft nooit op.

062008_Schimmel
Luud Schimmelpennink

“Ja, ik ben al levenslang Amsterdammer en kan mij ook niet voorstellen dat ik ooit ergens anders woon. Op 27 mei 1935 werd ik geboren in de Spaarndammerbuurt, als oudste in een katholiek gezin met elf kinderen; dat was niet niks. Mijn vader was vertegenwoordiger in bakkerij-artikelen, mijn moeder begon later een winkeltje in mode-achtige dingen. Toen ik een jaar of zeven was, verhuisden we van de Zaanstraat naar de Rooseveltlaan. M’n vader stierf helaas vrij vroeg, in 1954. Dat hakte erin. En toen waren er nog geen vangnetten als weduwen- en wezenpensioen… Toch hadden wij als kinderen nooit het gevoel dat we arm waren.”

Na de lagere school en de ambachtsschool kwam Schimmelpennink op de HTS op de Muidergracht. “Dat was een goede opleiding.” Eind jaren vijftig lag het werk niet voor het oprapen. “Gelukkig ontmoette ik de baas van een werfje in Diemen. Voor hem ontwierp ik een lichtgewicht vierpersoons-bootje van polyester. Dat was nieuw en sloeg in. Het leverde mij een mooie baan op als hoofd van het constructiebureau van Stork Werkspoor in Utrecht – ook al had ik geen ingenieurstitel. Maar na een paar jaar merkte ik dat ze daar voor echte innovatie te voorzichtig waren.”

Schimmelpennink verwisselde zijn vaste baan voor een freelance-contract met Vicon in Nieuw-Vennep, een fabriek in landbouwwerktuigen. Daarvoor zette hij een kunststof-productielijn op. Hij zou 27 jaar voor Vicon blijven werken, twee dagen per week.

Tijd genoeg voor Provo

Begin jaren zestig woonde Schimmelpennink, pas getrouwd met vriendin Afren, in een klein huisje op de Heiligeweg, al snel met twee dochters. Als aardig betaalde freelancer vond Schimmelpennink tijd genoeg om rond te lopen door de stad, waar steeds meer spannends gebeurde, zoals demonstraties tegen de atoombom en merkwaardige ceremonies (‘happenings’) van de spraakmakende ‘anti-rookmagiër’ Robert Jasper Grootveld op het Spui, naast de deur dus.

Grootvelds kritiek op de ‘consumptiemaatschappij’ sprak Schimmelpennink wel aan. Ook gingen Afren en hij steeds vaker langs in het Sociaal-Religieus Debatcentrum in de Raamstraat: een vrijplaats voor felle discussies tussen wereldverbeteraars van iedere soort. Daar maakte hij (inmiddels bijna 30) voorjaar 1965 kennis met de anarchistische filosofiestudent Roel van Duijn (22), opgegroeid in Den Haag, en de doenerige Zaanse activist Rob Stolk (19). “Dat waren inspirerende avonden. En achteraf gingen we met z’n allen naar café Reynders.”

Van Duijn, Stolk en anderen proclameerden in mei 1965 hun Provo-beweging. Schimmelpennink bood schuchter zijn ondersteuning aan. Voor de vage kritiek en visioenen van zijn jonge vrienden bood hij rationele, praktische onderbouwing. In juli 1965 presenteerde hij Provo’s Witte-Fietsenplan, in het tweede nummer van het blaadje Provo. Op het platteland waren auto’s ongetwijfeld een uitkomst, gaf hij toe. Maar in de overvolle stad waren ze onpraktisch, vervuilend en onveilig. Fietsen waren ‘schoon’ en namen veel minder ruimte in. Kortom: de binnenstad moest autovrij worden en de gemeente diende daar 20.000 fietsen voor algemeen gebruik neer te zetten, herkenbaar aan hun witte kleur. “Ik liet me mede inspireren door het systeem van 17de-eeuws Amsterdam,” zegt Schimmelpennink. “Grote koetsen die daar van buiten aankwamen, moesten toen worden gestald op ‘wagenpleinen’ buiten de stadspoort.”

Een reeks van andere Witte Plannen volgde. Zo deed de hele familie Schimmelpennink mee aan het Witte Kinderenplan: “Onze gedachte was: kinderen raken te veel geïsoleerd in hun eigen huis. Dus maakten we gewoon een ruimte waar die kinderen iedere ochtend met elkaar konden spelen, en iedere week paste een ander ouderpaar op. We wilden die kinderen hun eigen orde laten scheppen; alleen als ’t te gek werd grepen we in. Nee, geen totále vrijheid, zoals bij een paar andere anti-autoritaire crèches. En het ging perfect. Toen de kinderen naar de kleuterschool moesten hebben we als vervolg onze eigen Open Kleuterschool opgezet, in een kraakpand bij de Nieuwmarkt. En ook dat ging nog een paar jaar heel goed. Onze dochters hebben er best wel wat aan gehad!”

Huwelijk Beatrix

Intussen naderde het omstreden huwelijk van kroonprinses Beatrix met Claus van Amsberg – een Duitser. Dat lag twintig jaar na de bevrijding nog zeer gevoelig. Het republicanisme laaide op en Provo haakte er gretig op. Grinnikend vertelt Schimmelpennink over de angst bij de politie (die wist dat Schimmelpennink een duikerpak had) dat hij een echte bom wou leggen tegen de kademuur bij de Westertoren. Kikvorsmannen zochten vergeefs de hele Prinsengracht af. “Ik had alleen tijdens een vergadering gesuggereerd een stinkbommetje in een rioolpijp te leggen, maar dat was maar een losse gedachte.”

Wél uitgevoerd werd het plan de bruidsstoet te verrassen met rookbommen. “Het recept was hartstikke simpel. Poedersuiker als brandstof, met salpeter als zuurstofleverancier, in bolletjes van aluminiumpapier. Die stak je aan door er je brandende sigaret in te steken. De salpeter haalden Bernard de Vries en ik op de scooter bij tuinderijen in het Westland, waar het spul werd gebruikt voor het maken van kunstmest. Op een woonboot aan de Kattenburgergracht maakten we er bommetjes van. Toen het aluminiumfolie op was, stopten we het spul in kleine damestasjes: dat bleken de volgende dag de meest verrassende bommetjes!”

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van juni 1966 behaalde Provo één zetel. Uit angst voor ‘inkapseling’ werd besloten die ieder jaar door een nieuwe provo te laten innemen. Als tweede Provo-raadslid trad op 22 februari 1967 Luud Schimmelpennink aan. Net als de anderen kreeg hij geen voet aan de grond, maar voelde zich zeker geen paria: “Ik herinner me dat ik een interpellatieverzoek indiende dat burgemeester Samkalden formalistisch weigerde. Toen stond Huub Jacobse van de VVD op en zei tegen de oude communist Leen Seegers: ‘Wat vind jij daar nou van, als nestor van de raad?’ De CPN haatte Provo, maar Seegers zei: ‘Ik vind dat Schimmelpennink gelijk heeft’. Toen mocht het toch – al werd mijn voorstel met algemene stemmen verworpen.”

Datzelfde lot trof zijn Witte-Fietsenplan. “De fiets gold als ouderwets, de auto als modern en comfortabel. Ik zei toen: het gaat mij ook niet per se om die fiets, maar om schoon en efficiënt verkeer. Maar dat kan ook met een elektrisch autootje, hoor.” In mei 1968 presenteerde Schimmelpennink het prototype van de Witkar: VVD’er Wim Keja, zijn aardige buurman in de raadzaal, liet zich graag uitnodigen voor het eerste ritje. In 1972 maakte hij zijn uitgewerkte plannen openbaar. Hij had willen beginnen met vijftien stations, maar de zuinige gemeente stond in 1973 maar één station toe, op het Amstelveld. Uiteindelijk kwamen er vijf stations (Amstelveld, Spui, Elandsgracht, Damrak en Leliegracht), maar dat bleek toch veel te weinig voor een alternatief vervoerssysteem. Schimmelpennink: “Dat is net zoiets als een tramnetwerk met drie haltes.” De steun van sponsors brokkelde af en in 1988 werd het Witkar-project beëindigd.

Proces om metrobom

Intussen had Schimmelpennink zich niet verveeld. Na zijn raadslidmaatschap werd hij (inmiddels wonend op de Oudezijds Achterburgwal) in 1968 gevraagd als voorzitter van wijkcentrum D’Oude Stadt. Dat deed hij tien jaar met allure. Hij raakte betrokken bij de acties tegen de aanleg van de metro-oostlijn door de Nieuwmarktbuurt. Eén van de enerverendste episodes (maart 1975) betrof de ‘metrobom’. Rechts-extremisten legden een bom bij de metro-in-aanleg om de linkse Aktiegroep Nieuwmarkt in discrediet te brengen. Tegen beter weten in gaven B&W een verklaring uit waarin de Aktiegroep beschuldigd werd. Schimmelpennink en anderen spanden een proces wegens laster aan tegen B&W – en wonnen. “Later heb ik van VVD’ers Jacobse gehoord dat Samkalden toen heeft overwogen af te treden,” aldus Schimmelpennink.

Na een paar jaar voorbereiding bracht Schimmelpennink in 1987 weer een groot project tot stand: innovatiecentrum Y-Tech, in een voormalig tabaksveem in de Van Diemenstraat. Het moest een Nederlandse variant van de Californische ‘Silicon Valley’ worden: een centrum waar vele innovaties bedrijven profiteerden van gezamenlijke voorzieningen en elkaars kennis, inspiratie en contacten. Maar het mocht weer niet zo groot worden als daarvoor nodig was. “Eigenlijk is het een gewoon bedrijfsverzamelgebouw geworden.”

In 1994 deed Luud Schimmelpennink, vooral uit woede over het megalomane project De Kolk tussen Nieuwendijk en Nieuwezijds, met een eigen lijst vergeefs weer een gooi naar een zetel in de gemeenteraad. Hij trok er lering uit: sinds 2002 concentreert hij (als deelraadslid) zijn aandacht op de binnenstad, en nu namens een grote partij, de PvdA. “Daarmee kan je tenminste eens iets bereiken.” Hij maakt het de partijbaronnen intussen wel lastig. Twee keer werd hij op een onverkiesbare plaats gezet, maar dankzij voorkeursstemmen toch gekozen.

Intussen is hij weer volop bezig met... het Witte Fietsenplan! Eind jaren negentig leek dat na allerlei aanpassingen weer grote kans te maken in Amsterdam, met steun van het GVB en de Postbank: in december 1999 wijdde Ons Amsterdam er nog een hoopvol artikel aan. Voor het betalen (en controle op het gebruik) zou gebruik worden gemaakt van de Chipknip van de Postbank. Dat betaalsysteem legde het in 2000 echter op de valreep af tegen het Chipper-systeem van de overige banken, en toen lag het hele project weer in duigen.

Maar zie: na half-gelukte proefnemingen in Kopenhagen en Wenen, is de Witte Fiets (naar Schimmelpenninks ontwerp) ineens een eclatant succes in Lyon en Parijs, en als alles goed gaat (de nieuwe rechtse burgemeester is een risico...) ook in Londen. En hier in Nederland is de nieuwe OV-Chipcard natuurlijk ideaal inpasbaar in het Witkar-plan. “De tijd is er nu rijp voor,” verzekert Schimmelpennink. “De Witte Fiets en de Witkar gaan Europa veroveren!”

Tekst: Peter-Paul de Baar
Juni 2008

Delen:

Buurten:
Centrum
Dossiers:
Politiek Amsterdammers
Editie:
Juni
Jaargang:
2008 60
Rubriek:
Markante Amsterdammers
Tijdperk:
1950-2000 Vanaf 2000