Markante Amsterdammers: Leon Boedels, theaterman en filmmaker (1866-1930)

Zanger en komiek Leon Boedels was ‘de beroemdste beroemdheid’ van theater Flora in de Amstelstraat. Hij was ook een van Nederlands filmpioniers. En graag gezien op het Rembrandtplein.

Op 11 november 1892 opende de Keulse banketbakker Franz Anton Nöggerath in de Amstelstraat de Concertzaal Flora. Al snel verscheen Leon Boedels er in de variétévoorstellingen als ‘coupletzanger’. Hij had onmiddellijk succes, met zijn liedjes over een actueel onderwerp, waarvan de tekst in de pauze verkocht werd.

Het blad De Kijker noemde hem in 1899: “… de beroemdste beroemdheid Leon Boedels, de lachtraan-uitperser, het ideaal van alle nette meisjes, de komiek der komieken, jé populaire man. Flora heeft zijn eigen publiek dat zich daar en nergens anders vermaakt.”

Flora was in de loop der jaren uitgegroeid van een café-chantant tot een groot theater met meer dan duizend zitplaatsen. Naar verluidt hebben er op één dag wel eens 3500 bezoekers de middag- en avondvoorstellingen bezocht. Er kwamen veel Joden in Flora en vooral Joodse artiesten hadden er succes.

Leon Boedels was als Lion Boedels op 28 februari 1866 geboren in Rotterdam. Vader Isak Levie (‘Jacques Lion’) Boedels (1835-1922) was danser en dansleraar, later rekwisiteur van de Groote Schouwburg. Leon kreeg door toedoen van hem zijn eerste rolletje toen hij zes jaar oud was. Hij deed komische rollen, leerde viool spelen en van een bekende Franse balletmeester dansen. Overdag ging hij naar school, ’s avonds stond hij op de bühne.

Toen Leon te groot werd voor kinderrollen maar nog te klein was voor het grotemensenwerk, werkte hij drie jaar in het diamantslijpersvak in Amsterdam. Zijn eerste optreden als variété-artiest vond plaats in december 1884 in Rotterdam – een engagement van zes weken. Daarna reisde hij als zanger van de ene stad naar de andere, van kermis naar kermis, vaak met de bekende Joodse muzikantenfamilie Culp uit Groningen, of met het Amsterdamse Specialiteiten Gezelschap Frits van Haarlem.

Filmpionier

Zo belandde hij ook in de café-chantants van Amsterdam. In de wintermaanden trad hij op in theater De Vereeniging in de Warmoesstraat als “… de beroemde Hollandse komiek en politieke couplet-zanger”. Boedels trouwde in Amsterdam op 18 januari 1894 met Eléonore (Leonora) Kinsbergen (1882-1930). Hetzelfde jaar werd hij regisseur en huishumorist bij Flora, werk dat hij bleef doen totdat het theater in 1929 in vlammen opging.

Boedels had nog veel meer in zijn mars. Bij Franz Nöggerath ontwikkelde hij zich ook tot filmpionier. Nöggerath begon in oktober 1896 films te vertonen in Flora, de eerste plek waar in Amsterdam films te zien waren. Op het dak van het theater liet hij een filmstudio bouwen en zijn Filmfabriek maakte de allereerste Nederlandse films.

In 1929 blikte Boedels terug op die vroege activiteiten: “Toen de heer Nöggerath met zijn films begon, leerde ik het apparaat bedienen en trad verder op als explicateur. Het was een geweldige attractie in die dagen! Wij hadden verschillende van mijn liedjes met een ‘gramophoon’ opgenomen en die werden dan gelijk met de film afgedraaid. Ook ging ik wel achter het doek staan zingen en het publiek verzekerde na afloop, dat het nog nooit zo’n prachtige ‘phonograaf’ had gehoord. Zoo hebben wij dus de eerste ‘sprekende en musiceerende film’ in Amsterdam vertoond.”

Hij begon voor Nöggerath filmopnamen te maken van actuele gebeurtenissen, zoals de kroningsfeesten van koningin Wilhelmina in 1898, brandweeroefeningen aan het klimhuis op de Nieuwe Achtergracht (1899), de aankomst van de Boerengeneraals Christiaan de Wet, Louis Botha en Jacobus de la Rey (1902), en de ramp van de veerboot Berlin bij Hoek van Holland in 1907. Voor opnamen reisde hij naar Engeland, Frankrijk, Oostenrijk, Hongarije, Roemenië, Duitsland en België. In 1899 kreeg hij op de Gentse provinciale tentoonstelling koning Leopold voor de lens.

Coupletzanger

Op 29 augustus 1902 werd het Floratheater grotendeels verwoest door brand, maar al snel begon de herbouw en op 17 december 1903 was de heropening. De variétévoorstellingen, revues en operettes volgden elkaar weer op, vaak afgesloten met enige films. Langzamerhand werden de films belangrijker en in 1907 opende Nöggerath een aparte bioscoop in de Reguliersbreestraat, waarvan de gevel nog bestaat.  

Toen Boedels op 19 december 1904 in Flora zijn 20-jarig jubileum vierde, was hij onmiskenbaar de drijvende kracht achter het theater. Hij regisseerde er vele revues en operettes, en was ook de agent. Met Flora’s kapelmeester Sol Kinsbergen (1867-1956) leverde hij ‘Café-chantant-, Specialiteiten- en Bioscoop-voorstellingen’. In de jaren 1905 en 1906 maakte Boedels ook nog zeker 34 plaatopnamen, uitgebracht op Gramophone en Zonophone. Hij had veel succes met liedjes als Kom Karlineke, Is dan geen stoel daar, voor mijne Hulda, Het is zeker en gewis dat de mensch een raadsel is, Anton, Anton, laat je niet verleiden en O, moeder die man.

Maar bovenal was hij coupletzanger. Als er overdag iets in het nieuws was, zong Boedels daar dezelfde avond nog over in het theater – de mensen kwamen naar Flora om te horen wat hij over de actualiteit te zeggen had. Tijdens de Tweede Boerenoorlog (1899-1902) stond er elke avond op het toneel een telegraaf van het persbureau Reuter. Het nieuws dat Boedels heet van de naald ontving, verwerkte hij ter plekke in zijn voordrachten. Een bekend lied was John Bull in Zuid-Afrika. Bij het zingen liet Boedels het publiek klappen, stampen en hoera-roepen om het geweervuur, het kanongebulder en de triomf der Boeren weer te geven.

Ceremoniemeester

Op 21 december 1908 overleed Nöggerath sr. en zetten zijn echtgenote en zijn zoon Anton het bedrijf voort. Leon Boedels kwam in de directie van Flora. Hij stopte met optreden, maar bleef toegewijd aan de revues die er werden opgevoerd. Elke avond opnieuw. Of een revue al honderd of tweehonderd keer opgevoerd was, maakte niet uit. Hij moedigde de artiesten aan en hield een oogje op de kassa. Klokslag acht uur gaf hij het sein aan het orkest en zodra het doek omhoog was, stond hij achter de schermen – nu zonder hoge hoed, gekleed in een witte stofjas. Hij zong uit volle borst de refreinen mee, inspecteerde de dansmeisjes, regelde lichteffecten en decorwisselingen. Met zijn ijzeren geheugen hielp hij artiesten die even niet meer wisten hoe zij verder moesten. Na de voorstelling keek hij de kassa na en controleerde hij de andere inkomsten, zoals die van de keuken.

De eerste decennia van de 20ste eeuw was Leon Boedels een van de opvallendste en populairste Amsterdammers. Mensen zagen hem vaak lopen in de Kalverstraat en op het Rembrandtplein, een sigaar tussen de lippen geklemd, deftig gekleed in een zwarte jas, met een wit vest en een onafscheidelijke, hoge glimmende cylinderhoed van zwarte zijde. Die hoed droeg hij al vanaf het moment dat hij als coupletzanger begon: een verplicht onderdeel van zijn outfit. “Verderop in ‘Flora’ ceremoniemeestert Leon Boedels, met hoge hoed en geklede jas, als een koetsier op zijn vrije dag”, schreef Meyer Sluyser in Voordat ik het vergeet (1957).

Hij bleef wel films maken, om te vertonen tijdens een revuevoorstelling. Nöggeraths Filmfabriek – voortgezet door Nöggerath jr. – had een eigen studio in Sloten. Boedels regisseerde bijvoorbeeld de eerste Nederlandse horrorfilm, De Greep (1908) met Louis Bouwmeester, de historische drama’s Graaf Willem IV van Holland (1912) en Don Juan (1912) en de smartlappen Een schandaal in Flora! en Onschuldig veroordeeld (1912). Heel bijzonder is de film Amsterdam op hol, aangekondigd als “een wilde achtervolging door de straten van Amsterdam”. Acteur Isidoor Zwaaf rent door de Amsterdamse straten om op tijd te zijn voor de voorstelling in Flora.

Geldnood

In 1927 maakte Leon Boedels nog een theatertournee als humorist, maar met Flora ging het slecht. Het theater diende bij de arrondissementsrechtbank te Amsterdam een verzoekschrift in voor surséance van betaling en in oktober 1928 kocht bioscoopexploitant Jean Desmet het theater op de veiling. Desmet zette het bedrijf op de oude voet voort en liet er operettes opvoeren. Maar in de ijzige winter van 1929, in de nacht van 11 op 12 februari, brandde het Floratheater helemaal uit. Oorzaak onbekend.

Boedels zat nu zonder werk, geldnood diende zich aan. Hij moest zijn woning aan de Amstel verlaten en weer gaan optreden, wat hier en daar lukte in Amsterdamse bioscooptheaters en ook buiten de hoofdstad. Hij regisseerde de revue Amsterdam in vuur en vlam, die in mei 1929 in Theater Carré stond. Maar een vaste baan met een vast inkomen had hij niet meer. Bij zijn 45-jarig artiestenjubileum maakte hij nog een tournee met oude en nieuwe cabaretliedjes en een specialiteitenprogramma met een illusionist, acrobaten, dansers en een buikspreker.

Na een kort ziekbed overleed Leon Boedels op 6 april 1930 in Amsterdam; zijn laatste rustplaats kreeg hij op de Joodse begraafplaats te Diemen. Het Polygoonjournaal toonde de begrafenisstoet in de Amstelstraat, onder enorme publieke belangstelling. Leonora Kinsbergen overleed acht maanden later, op 10 december.

Lang bleef de ruïne van Flora een gapend gat in de Amstelstraat: pas in 1952 maakten de resten plaats voor Bioscoop Flora, daarna kwamen er achtereenvolgens het Flora Disney Theater, het Flora Dance Palace, Be-bo en de iT. Na sluiting van de iT in 2004 volgde sloop. In 2010 opende Club AIR haar deuren op de plek.

Tekst: Martin Maas

Beeld: Stadsarchief Amsterdam. Leon Boedels (sigaar, hoge hoed) in 1903 voor de Stadsschouwburg, waar affiches hangen voor De schoonzoon van mijnheer Proirier door de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Toneel

Juni 2021

Delen:

Dossiers:
Amsterdammers
Editie:
Juni
Jaargang:
Rubriek:
Markante Amsterdammers
Tijdperk:
1700-1800 1800-1900